Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 2 augustus 2022 uitspraak gedaan over een inbrengverplichting in verband met een gift.

De erfgenaam heeft in deze procedure gevorderd, kort gezegd, vaststelling van de verdeling van de nalatenschappen van de vader en de moeder van partijen op grond van de artikelen 3:180 en 3:185 van het Burgerlijk Wetboek (BW), en dat A wordt veroordeeld mee te werken aan het verlijden van een akte van verdeling en overdracht van de voormalige ouderlijke woning.

Erfrecht. Verdeling nalatenschap. Legitieme. Inbrengverplichting in verband met een gift. Waardering. Rechterlijke uitspraak treedt in de plaats van medewerking aan verlijden akte van verdeling.

De rechter overweegt als volgt.

Als peildatum voor de vaststelling van de inbrengwaarde van een gelegateerd goed geldt de datum van overlijden van erflater, in dit geval 3 juni 2013.

De stelling van A dat op grond van artikel 3:166 BW moet worden uitgegaan van de waarde op de datum van feitelijke verdeling, is onjuist.

Zoals de rechtbank terecht heeft overwogen, is het krachtens het legaat leveren van de woning aan erfgenaam niet aan te merken als een verdeling, maar als nakoming van een voor rekening van de nalatenschap komende schuld aan erfgenaam in de zin van artikel 3:182 BW.

Het hof overweegt dat in het testament uitdrukkelijk is bepaald dat de woning naar WEVAB-waarde dient te worden ingebracht in de verrekening over en weer.

Uit de brief van 14 december 2020 van Z blijkt niet dat het gaat om een WEVAB-waarde.

Bovendien lijkt de door Z gestelde waarde per sterfdatum van de moeder te hoog, gelet op de WOZ-beschikking van 2016 waarin, drie jaar na de peildatum, is uitgegaan van een waarde van € 175.000,-.

Het hof laat de waardering per sterfdatum dan ook buiten beschouwing.

Er is inmiddels een afrekening en een concept akte van verdeling waarin ieders aandeel in de nalatenschap is berekend onder aftrek van ieders aandeel in de notariële kosten (pro rata).

Het komt erop neer dat de erfgenaam een bedrag van € 35.271,- toekomt en overige erfgenaam een bedrag van € 43.271,- conform het vonnis van de rechtbank.

Omdat te voorzien is dat A niet zal voldoen aan het op dit punt in het vonnis van eerste aanleg bepaalde, heeft de erfgenaam in incidenteel appel gevorderd te bepalen dat dit arrest op grond van artikel 3:301 lid 1 BW in de plaats treedt van de notariële leveringsakte.

Het hof veroordeelt de erfgenamen om binnen 30 dagen na betekening van dit arrest medewerking te verlenen aan het verlijden van een akte van verdeling van de nalatenschap van de moeder van partijen en de overdracht van de woning en bepaalt dat indien erfgenamen dan wel één van hen in gebreke blijven/blijft om binnen 30 dagen na betekening van dit arrest medewerking te verlenen aan het verlijden van de daarvoor benodigde notariële (leveringsakte), dit arrest in de plaats treedt van de medewerking van erfgenamen aan het verlijden van de notariële leveringsakte tot afgifte van het legaat en tenaamstelling van de woning aan overige erfgenaam.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat legitieme over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het berekenen van de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de berekening van de legitieme, bezoek dan onze website over de legitieme. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.