De Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft onlangs uitspraak gedaan over een vordering tot de afgifte van stukken ter berekening van de legitieme portie in kort geding.

Eiseres heeft tijdens de mondelinge behandeling gesteld dat zij, van de gevorderde gegevens, tot op heden nog niet heeft ontvangen:

-de bankafschriften van de Rabo-rekening van erflater over de periode 1 januari 2020 tot heden

-de bankafschriften van de ING-rekening van erflater over de periode 1 januari 2020 tot 1 januari 2025 en van 24 september 2025 tot heden.

Volgens eiseres lijkt kort voor het overlijden van erflater diens vermogen te zijn weggeschonken en zij wil kunnen nagaan of er nog meer schenkingen hebben plaatsgevonden.

Daarnaast is aan haar geen overzicht verstrekt van alle lijfrentepolissen en /of lijfrenteverzekeringen en/of eventuele uitgekeerde lijfrentes en levensverzekeringen alsmede polissen en correspondentie over gedane uitkeringen.

Zij heeft de gegevens nodig voor de berekening van haar aanvullende aanspraak op de legitieme portie voor het geval de door haar betwiste schenking in stand blijft.

Zij stelt zich op het standpunt dat gedaagden de gegevens aan haar moeten overleggen op grond van artikel 4:148 BW, artikel 4:78 lid 1 BW, dan wel artikel 194 Rv.

Daarnaast heeft zij op grond van de redelijkheid en billijkheid belang bij de afgifte van de gevraagde stukken.

Erfrecht. Legitieme. Kort geding. Spoedeisend belang bij vordering tot afgifte van stukken ter berekening van de legitieme? Giften. Toetsing. Bewaarplicht en bewaartermijn van bankafschriften.

De rechter oordeelt als volgt.

Gedaagden hebben als meest verstrekkend verweer aangevoerd dat eiseres geen spoedeisend belang heeft bij haar vorderingen.

Dit verweer slaagt.

De voorzieningenrechter overweegt daartoe het volgende.

Anders dan eiseres stelt vloeit de spoedeisendheid niet voort uit de aard van de vordering.

De aard van de vordering in deze zaak is afgifte van gegevens.

Hieruit vloeit niet zonder meer spoedeisendheid voort.

Eiseres heeft verder aangevoerd dat van haar niet kan worden gevergd dat zij een bodemprocedure tussen partijen afwacht omdat bankafschriften door bankinstellingen maximaal 7 jaar bewaard worden.

Ervan uitgaande dat het 1,5 jaar duurt eer er een uitspraak zal zijn gedaan in een bodemzaak, zou dit volgens haar ertoe kunnen leiden dat een deel van de bankafschriften waarin zij inzage wenst niet meer beschikbaar is.

Gedaagden hebben tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat zij beschikken over de bankafschriften waarvan eiseres afgifte vordert.

Zij willen deze op dit moment echter nog niet aan eiseres verstrekken omdat zij nog bezig zijn met het in kaart brengen van de nalatenschap.

De omvang van de nalatenschap staat nog niet vast en ze hebben zich nog niet uitgelaten over de erfdelen van iedere erfgenaam, zodat een eventuele aanspraak van eiseres op de aanvullende legitieme portie op dit moment niet kan worden gemaakt.

Zij zijn niet weigerachtig om eiseres alle relevante informatie over het beheer van de nalatenschap te geven, maar zij willen dit pas doen op een door henzelf te kiezen moment.

Bovendien willen zij eerst duidelijkheid krijgen van eiseres omtrent diverse geldopnames van de bankrekening van erflater tussen 2016 en 2019.

De vordering van eiseres is volgens hen dus prematuur.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat nu door eiseres niet is betwist dat de bankafschriften van de bankrekeningen van erflater in het bezit zijn van gedaagden, zij niet hoeft te vrezen dat de bankafschriften na verloop van tijd voor haar niet meer beschikbaar zullen zijn.

Daarbij komt dat de verklaring van erfrecht dateert van 26 november 2025.

Aannemelijk is dat gedaagden nog bezig zijn met het vaststellen van de omvang van de nalatenschap en de erfdelen van iedere erfgenaam, waarbij het wel de vraag is in hoeverre dat aan de weg staat aan het verstrekken van desbetreffende gegevens aan eiseres.

Voor wat betreft de lijfrentepolissen en levensverzekeringen hebben gedaagden bovendien gesteld dat erflater die niet had.

Door eiseres zijn verder geen omstandigheden gesteld waaruit het spoedeisend belang bij haar vordering blijkt.

Eiseres heeft met betrekking tot het spoedeisend belang bij de door haar gevorderde afgifte van de rekening en verantwoordingen en dechargeverklaringen slechts gesteld dat deze door gedaagde 2 moeten worden overgelegd en dat zij dat niet zal doen.

Het spoedeisend belang moet zijn gelegen in feiten en omstandigheden die behoren tot de sfeer van eiseres.

Eiseres heeft daarover niets gesteld.

Dit alles leidt ertoe dat de vorderingen worden afgewezen wegens het ontbreken van spoedeisend belang en dat de overige standpunten van partijen niet meer hoeven te worden besproken.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat legitieme over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het berekenen van de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de berekening van de legitieme, bezoek dan onze website over de legitieme. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.