De Rechtbank Rotterdam heeft op 1 juli 2022 uitspraak gedaan over de vraag of de notariskosten bij de vaststelling van de hoogte van de legitimaire massa betrokken diende te worden.

Op 26 november 2014 is A (hierna: vader) overleden.

De vader heeft moeder tot executeur benoemd.

De moeder is vervolgens als executeur opgetreden.

Op 11 mei 2018 is de moeder overleden.

In haar testament van 24 november 2015 heeft de moeder gedaagde tot haar enig erfgenaam benoemd.

Daarnaast heeft zij overige gedaagde tot executeur benoemd.

Gedaagde heeft de nalatenschap van de moeder zuiver aanvaard.

Overige gedaagde treedt als executeur op.

Eiser tegenover gedaagde een beroep gedaan op de legitieme portie in beide nalatenschappen.

Eiser stelt zich op het standpunt dat de vraag of de nalatenschap van de vader nu positief of negatief zal uitvallen eiser niet raakt, omdat hij recht heeft op een bedrag ter grootte van de destijds geldende vrijstelling ter zake van de erfbelasting.

Nu gedaagde die nalatenschap zuiver aanvaard heeft, dient hij voor de kosten op te komen.

In de nalatenschap van de moeder geldt dat eiser recht heeft op een bedrag in contanten ter grootte van zijn legitieme portie.

De kosten dienen ten laste te komen van die nalatenschap, verminderen de legitieme massa en dat zou betekenen dat eiser alsdan een lager bedrag zou ontvangen.

Immers, de kosten van de (informele) vereffening en boedelbehandeling zijn schulden van de nalatenschap, aldus eiser.

Erfrecht. Legitieme. Kosten van executele. Vaststelling en berekening van de legitimaire massa. Informele vereffening. Schulden van de nalatenschap. Notariskosten.

De rechter overweegt als volgt.

Vooropgesteld wordt dat niet alle nalatenschapsschulden meetellen voor de legitimaire massa.

De reden hiervoor is dat nalatenschapsschulden een rangorde kennen en de legitieme portie zelf ook een schuld van de nalatenschap is (zie artikel 4:65 BW in verbinding met artikel 4:7 lid 1 onder g BW).

Eiser stelt zich op het standpunt dat de notariskosten die partijen in het kader van hun overeenstemming (zullen) maken, ten laste komen van de nalatenschappen van de vader en/of de moeder.

De kantonrechter volgt deze redenering van eiser niet, omdat de kosten van executele – beide nalatenschappen zijn of worden afgewikkeld door een executeur – niet in mindering worden gebracht op de legitimaire massa (zie artikel 4:65 BW gelezen in samenhang met artikel 4:7 lid 1 aanhef en onder d BW).

Eiser geeft terecht te kennen dat kosten van (informele) vereffening en boedelbehandeling nalatenschapsschulden zijn (zie artikel 4:7 lid 1 onder c BW), maar nergens blijkt dat ten aanzien van de onderhavige nalatenschappen sprake is van (informele) vereffening.

Immers, op grond van artikel 4:202 BW is van vereffening alleen sprake indien

1) een of meer erfgenamen de nalatenschap beneficiair hebben aanvaard óf

2) de rechtbank een vereffenaar heeft benoemd.

Niet is gesteld of gebleken dat een van deze situaties zich hier voordoet.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat legitieme over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het berekenen van de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de berekening van de legitieme, bezoek dan onze website over de legitieme. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.