De Rechtbank Gelderland heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag of de legitieme portie al opeisbaar was.

Erflater heeft zijn dochter eiser bij testament onterfd en [gedaagde] benoemd tot enig erfgenaam en executeur.

Erfrecht. Legitieme. Vaststelling van de hoogte van de legitieme portie. Is de legitieme portie al opeisbaar? Uitleg van het testament. Overlijden van de langstlevende echtgenoot.

De rechter oordeelt als volgt.

Op grond van artikel 4:65 van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden de legitieme porties berekend over de waarde van de goederen van de nalatenschap, vermeerderd met de bij deze berekening in aanmerking te nemen giften en verminderd met de schulden, vermeld in artikel 4:7 lid 1 onder a tot en met c en f BW. Artikel 4:6 BW bepaalt dat de waarde van de goederen van de nalatenschap wordt berekend op het tijdstip onmiddellijk na het overlijden van de erflater

Tussen partijen is de opeisbaarheid van de legitieme portie van eiser in geschil.

Gedaagde voert aan dat erflater met de bepaling onder E. in het testament gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid uit artikel 4:82 BW om bij testament de opeisbaarheid van de legitieme portie jegens de langstlevende echtgenoot uit te stellen tot na diens overlijden.

Eiser meent dat deze bepaling niet voor haar geldt omdat het onder E. bepaalde betrekking heeft op het respecteren van de tweetrapsmaking onder D. van het testament, althans het respecteren van de inhoud van het testament.

Eiser is van mening dat zij zich niet verzet tegen de tweetrapsmaking onder D. omdat zij in dat geval recht zou hebben op een derde van de nalatenschap.

Zodoende respecteert zij de wens van erflater.

Dat geldt ook voor de onterving: zij bestrijdt niet dat zij geen erfgenaam is.

De rechtbank volgt eiser niet in haar stellingen.

Uit de opbouw met verschillende kopjes in het testament volgt dat bepaling E. een losstaande bepaling is, die niet enkel samenhangt met onderdeel D.

Bij de uitleg van een testament is van belang welke verhoudingen de testeerder heeft willen regelen.

Het testament dient naar het oordeel van de rechtbank zo te worden uitgelegd dat de wens van erflater de onterving van eiser was, zoals expliciet volgt uit hetgeen is bepaald onder B. in het testament.

Dat betekent dat erflater wenste dat eiser niets zou ontvangen.

Die wens heeft eiser niet gerespecteerd.

Het bepaalde in onderdeel E. kan niet anders uitgelegd worden dan dat indien deze wens niet wordt gerespecteerd en eiser een beroep doet op haar legitieme portie, de legitieme vordering uitsluitend opeisbaar zal zijn bij het overlijden van gedaagde.

Gedaagde leeft nog.

Daarom concludeert de rechtbank dat de legitieme portie van eiser nog niet opeisbaar is.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat legitieme over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het berekenen van de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de berekening van de legitieme, bezoek dan onze website over de legitieme. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.