Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag of een overgang van een landbouwbedrijf op de zonen (de erfgenamen) een gift was of sprake was van een quasi-legaat.

De moeder van partijen is op 21 september 2021 overleden.

Zij heeft op 7 september 2012 een testament gemaakt.

Zij heeft daarin geïntimeerden tot haar enige erfgenamen benoemd en appellant onterfd.

Zij heeft geïntimeerden ook benoemd tot executeurs.

Appellant heeft aanspraak gemaakt op haar legitieme portie.

Erfrecht. Legitieme. Vaststelling van de legitieme portie. Giften. Bewijslast. Voortzetting van een familiebedrijf. Vof. Bedrijfsopvolging. Waardering. Redelijke tegenprestatie. Quasi-legaat?

De rechter oordeelt als volgt.

Een gift is iedere handeling die ertoe strekt dat degene die de handeling verricht, een ander ten koste van eigen vermogen verrijkt, mits die ander de prestatie heeft ontvangen of daarop aanspraak kan maken (artikel 7:186 lid 2 BW).

Voor een gift is nodig

(1) een verrijking van de begiftigde

(2) een verarming van de schenker (‘ten koste van eigen vermogen’) en

(3) een bevoordelingsbedoeling (handeling of overeenkomst ‘die ertoe strekt’).

Het gaat erom dat de schenker zich niet alleen bewust is van de bevoordeling, maar ook de wil tot bevoordelen heeft.

Of een bevoordelingsbedoeling aanwezig was, dient aan de hand van de omstandigheden van het geval te worden vastgesteld; de rechter kan verder aan de omstandigheden van het geval een vermoeden ontlenen dat een bevoordelingsbedoeling aanwezig was.

Een gift kan ook besloten liggen in een samenstel van rechtshandelingen.

De legitimaris die een gift wil inkorten, heeft de bewijslast voor het bestaan van die gift (artikel 150 Rv).

Bij een agrarische bedrijfsopvolging kan waardering op een lagere waarde dan de economische waarde noodzakelijk zijn om de voortzetting van het bedrijf van een maatschap of vennootschap onder firma door de voortzettende vennoten te verzekeren.

De rechtsbetrekkingen tussen de vennoten en, voor zover van toepassing, als deelgenoten in een gemeenschap van maatschap of vennootschap worden beheerst door de eisen van redelijkheid en billijkheid (artikel 6:2 lid 1 BW en artikel 3:166 lid 3 BW).

Deze eisen van redelijkheid en billijkheid kunnen bij agrarische bedrijfsopvolging meebrengen dat bij die waardering geen sprake is van een bedoeling tot bevoordeling en een gift, maar van een verplichting tot nakoming om met die lagere waardering de voortzetting van het bedrijf mogelijk te maken.

Appellant stelt dat het verdelings- en overnemingsbeding een quasi-legaat in de zin van artikel 4:126 lid 2 letter a BW is, omdat bij het overlijden van moeder goederen van haar zijn overgegaan op geïntimeerden en daarvoor geen redelijke tegenprestatie is afgesproken.

Geïntimeerden betwisten dat er geen redelijke tegenprestatie is.

Op appellant rust de stelplicht en bewijslast van haar stelling dat de tegenprestatie niet redelijk is.

De accountant van de vof heeft aan de hand van artikel 17 lid 1 van de vof-akte het aandeel van moeder in de vof berekend op € 271.950 en die berekening en de uitgangspunten daarvoor toegelicht in een brief aan geïntimeerden die in dit geding is overgelegd.

De accountant is daarbij uitgegaan van het hiervoor al genoemde taxatierapport dat in opdracht van geïntimeerden is gemaakt met het oog op de aangifte voor de erfbelasting en het uittreden van moeder uit de vof en dat uitkomt op een waarde in het economisch verkeer voor de percelen grond en de bedrijfsgebouwen van € 1.447.000.

Geïntimeerden hebben het aandeel van moeder in de vof ook voor de aangifte erfbelasting gesteld op € 271.950.

Het hof is van oordeel dat niet is gebleken dat geen sprake is van een redelijke tegenprestatie.

Appellant heeft wel aangetoond dat de tegenprestatie in dit geval lager is dan die zou zijn geweest bij een waardering van de (on)roerende zaken en vermogensrechten van de vof naar de waarde in het economisch verkeer.

In dit geval brengen de omstandigheden van het geval echter mee dat deze op het eerste gezicht minder dan redelijke tegenprestatie toch redelijk is, omdat daardoor de voortzetting van het familiebedrijf mogelijk wordt gemaakt.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat legitieme over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het berekenen van de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de berekening van de legitieme, bezoek dan onze website over de legitieme. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.