Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft op 24 mei 2022 uitspraak gedaan over de vraag of de geschonken geldbedragen gebruikelijke, niet bovenmatige giften waren.
In het tussenarrest van 29 juni 2021 heeft het hof geoordeeld dat de aan appellante verstrekte bedragen als giften moeten worden beschouwd en dat deze giften niet kunnen worden beschouwd als bijdragen in het levensonderhoud als bedoeld in artikel 4:69 lid 1 sub a BW.
Het hof heeft in verband met de beoordeling van het subsidiaire verweer van appellante of van genoemd bedrag van € 61.870,55 de aan haar overgemaakte bedragen van € 1.920,- (in 2006), € 2.753,- (in 2008), totaal € 3.786,- (in 2010) en € 3.195,- (in 2012) aangemerkt moeten worden als gebruikelijke giften die niet bovenmatig waren in de zin van artikel 4:69 lid 1 sub b BW aangehouden.
Het gaat in totaal om een bedrag van € 11.654,-.
Erfrecht. Legitieme. Vaststelling van de legitieme portie. Zijn de geschonken geldbedragen gebruikelijke giften die niet bovenmatig waren? Inbrengplicht? Schenkbelasting.
De rechter overweegt als volgt.
Giften worden bij de berekening van de legitieme portie niet in aanmerking genomen indien zij gebruikelijk en niet bovenmatig zijn.
Appellante stelt dat zij in de jaren 2006, 2008, 2010 en 2012 in totaal € 11.654,- aan dergelijk giften heeft ontvangen van erflater.
Door geïntimeerde is niet, althans onvoldoende, weersproken dat deze giften gebruikelijk en niet bovenmatig zijn.
Zij stelt alleen dat erflater in het testament heeft vermeld dat giften verrekend moeten worden.
In het testament is het volgende over de inbreng van schenkingen bepaald:
“ INBRENG SCHENKING / AANMERKEN LENING
Ik bepaal dat mijn dochter (appellante) de aan haar in totaal verstrekte schenkingen ad drie honderd vijftig euro (€ 350,00) dient in te brengen in mijn nalatenschap.
Voor het geval door een van mijn kinderen een beroep wordt gedaan op haar legitieme portie bepaal ik dat er allereerst inkorting dient te geschieden op de voormelde giften die aan dit kind/ deze legitimaris zelf zijn gedaan.”
Het hof is van oordeel dat deze inbrengplicht niet ziet op de giften waarvan appellante stelt dat deze gebruikelijk en niet bovenmatig zijn.
Overige verweren zijn door geïntimeerde niet aangevoerd.
Het hof zal dan ook het totaalbedrag ad € 11.654,- als gebruikelijke en niet bovenmatige gift beschouwen, zodat dit bedrag niet hoeft te worden ingebracht in de nalatenschap van erflater.
Het hof neemt hierbij het vermogen van erflater en zijn relatie tot appellante in aanmerking alsmede de omstandigheid dat deze bedragen ruim onder de voet voor de schenkbelasting van het desbetreffende jaar blijven.
Het voorgaande heeft tot gevolg dat het hof een bedrag van € 50.216,55 (€ 61.870,55 minus € 11.654,-) als gift in aanmerking neemt voor de berekening van de legitieme aanspraak van appellante.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat legitieme over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het berekenen van de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de berekening van de legitieme, bezoek dan onze website over de legitieme. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.