De Rechtbank Den Haag heeft op 4 mei 2022 uitspraak gedaan over de vraag of een aantal giften diende mee te tellen bij de vaststelling van de legitieme.
In 2018 is de heer A (hierna: erflater) overleden.
Erflater en moeder waren in gemeenschap van goederen gehuwd en uit dit huwelijk zijn twee kinderen, gedaagde en eiseres, geboren.
Erflater heeft voor het laatst over zijn nalatenschap beschikt bij testament van
24 maart 2011.
In dit testament heeft erflater gedaagde voor 99% en moeder voor 1% tot zijn erfgenamen benoemd en heeft hij bepaald dat de wettelijke verdeling van toepassing is.
Daarnaast is opgenomen dat ten laste van moeder komende vorderingen ter zake van de legitieme portie eerst opeisbaar zijn na haar overlijden en heeft hij primair moeder en subsidiair gedaagde tot executeur benoemd.
Gedaagde en moeder hebben de nalatenschap zuiver aanvaard en hebben samen de benoeming tot executeur aanvaard.
Eiseres heeft in november 2018 een beroep gedaan op haar legitieme portie in de nalatenschap van erflater.
Erfrecht. Legitieme. Vaststelling van de legitieme. Giften? Formele tenaamstelling van de gift. Huishoudelijke uitgaven. Geldopname met pinpas. Ongebruikelijke giften? Toetsing.
De rechter oordeelt als volgt.
Eiseres heeft als legitimaris (artikel 4:63 lid 2 BW) aanspraak gemaakt op haar legitieme portie en daardoor een vordering in geld verkregen op gedaagden als erfgenamen (artikel 4:79 onder a en artikel 4:80 lid 1 BW).
Deze vordering is pas opeisbaar bij het overlijden van moeder.
Niet in geschil is dat de legitieme portie van eiseres bestaat uit 1/6e gedeelte van de legitimaire massa.
De omvang van de legitimaire massa is wel in geschil.
De legitimaire massa bestaat uit de waarde van de goederen van de nalatenschap per datum overlijden, die wordt vermeerderd met de in aanmerking te nemen giften en wordt verminderd met bepaalde schulden (artikel 4:65 BW e.v.).
Partijen zijn het erover eens dat de door erflater en moeder gedane schenking in 2015 van € 5.277 in mindering op de geldlening kan worden gebracht.
Dat geldt volgens gedaagden ook voor de schenkingen die erflater en moeder op 1 december 2016 (€ 5.304) en 1 december 2017 (€ 5.320) hebben gedaan.
Zij wijzen onder meer op door moeder en gedaagde ondertekende verklaringen dat moeder en erflater schenkingen in 2016 en 2017 (tot het jaarlijkse belastingvrije drempelbedrag) verrekenden met de geldlening.
Eiseres betwist dit gemotiveerd.
Omdat de verklaringen die gedaagden hebben overgelegd enkel zijn ondertekend door moeder en gedaagde en niet door erflater, zijn dit volgens eiseres]geen giften van vader en kunnen ze enkel in mindering strekken op het deel van de geldlening verstrekt door moeder.
Eiseres wijst daarbij op de uitspraak van het hof Arnhem van 21 oktober 2014 (GHARL:2014:8057).
Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit genoemd arrest van het hof Arnhem dat de formele naamstelling van de gift bepalend is.
Uit de verklaringen die gedaagden hebben overgelegd blijkt dat niet alleen de gift in 2015, maar ook de giften in 2016 en 2017 op de openstaande leenschuld van gedaagde door moeder én erflater in mindering zijn gebracht, zodat de rechtbank reden ziet om de verrekende giften te beschouwen als giften van moeder én erflater samen.
Omdat giften vormvrij zijn is niet bepalend of de verklaringen door erflater zijn ondertekend.
De rechtbank hecht meer belang aan het gegeven dat erflater en moeder ook in 2015 samen een dergelijk bedrag hebben kwijtgescholden aan gedaagde.
Er zijn daarnaast geen aanwijzingen dat de verklaringen niet overeenstemmen met de wil van erflater.
Eiseres stelt verder dat het totaal in contanten opgenomen bedrag van € 113.450 van de rekening van erflater en moeder schenkingen aan gedaagde betreffen.
Gedaagden betwisten dit.
De contante bedragen zijn volgens hen ten goede gekomen aan erflater en moeder.
Zij betaalden met dit contante geld hun eigen huishoudelijke uitgaven en droegen daarmee ook bij aan de kosten van de huishouding van gedaagde.
De rechtbank ziet op de bankafschriften van erflater en moeder geen afschrijvingen in verband met huishoudkosten en gaat er daarom van uit dat een groot deel van de contant opgenomen bedragen besteed is aan huishoudkosten ten behoeve van erflater en moeder, zodat dit geen schenkingen aan gedaagde betreffen.
Er zijn echter een aantal grote opnames waarover de rechtbank anders oordeelt.
In december 2016 is in een maand tijd € 39.000 aan contanten opgenomen.
Gedaagden hebben hiervoor geen andere verklaring gegeven, dan dat het om huishoudkosten voor erflater en moeder zou gaan.
Die uitleg kan niet alle opnames verklaren.
Hoewel eiseres haar standpunt dat de opgenomen bedragen enkel giften aan gedaagde kunnen zijn niet heeft onderbouwd had het gelet op artikel 4:65 BW in samenhang met artikel 4:78 lid 1 BW toch op de weg van gedaagden gelegen om meer informatie te verschaffen over het doel van deze grote contante opnames, die zijn opgenomen in de korte periode van een maand.
Hoogte en het korte tijdsbestek rechtvaardigen de conclusie dat moeder nog moet weten waarvoor deze bedragen zijn opgenomen.
Moeder is echter niet ter zitting verschenen en heeft geen verklaring over de contante opnames afgelegd.
Gedaagde heeft gezegd dat zij niet weet waarvoor de contante opnames waren.
Dit vindt de rechtbank moeilijk te rijmen met de wetenschap dat gedaagde moeder vergezelde bij deze contante opnames.
De rechtbank acht het daarom aannemelijk dat een deel van deze contante opnames wel ten goede is gekomen aan gedaagde en stelt dit bedrag, bij gebreke van enig ander aanknopingspunt, ex aequo et bono op de helft van de contante opnames, een bedrag van € 19.500, zodat dit bedrag als gift aan gedaagde in aanmerking moet worden genomen bij het berekenen van de legitieme massa.
Bij dit oordeel weegt mee dat, zoals uit de omstandigheden in deze zaak blijkt, het niet ongebruikelijk was dat erflater en moeder gedaagde financieel bijsprongen en dan min of meer omvangrijke giften deden.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat legitieme over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het berekenen van de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de berekening van de legitieme, bezoek dan onze website over de legitieme. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.