De Rechtbank Limburg heeft op 24 augustus 2022 uitspraak gedaan over de vaststelling en berekening van de legitieme portie.
Erflater heeft gedaagde in zijn op 28 juni 2004 te Haarlem opgemaakte testament tot zijn enig en algeheel erfgenaam benoemd.
Erflater heeft zijn zoon (eiser) (alsmede diens afstammelingen), in datzelfde testament als erfgenaam van zijn nalatenschap uitgesloten.
Erflater heeft in zijn testament verder bepaald dat de vorderingen van zijn legitimarissen pas opeisbaar zullen zijn na het overlijden van gedaagde.
In het testament is een rechtskeuze opgenomen die inhoudt dat de Nederlandse wet van toepassing is op de vererving en de wijze van afwikkeling van de nalatenschap van erflater.
Erflater had de Nederlandse nationaliteit en zijn laatste gewone verblijfplaats was in Nederland.
Eiser legt aan zijn vorderingen ten grondslag dat hij als legitimaris recht heeft op de legitieme portie en dat thans vaststelling van die legitieme portie, die opeisbaar wordt na het overlijden van gedaagde, dient plaats te vinden.
Gedaagde dient eiser in dit kader van de relevante gegevens te voorzien.
Erfrecht. Legitieme. Vaststelling en berekening van de legitieme portie. Breukdeel. Waardering. Waarde in het economisch verkeer. Giften. Rechtskeuze in testament.
De rechter oordeelt als volgt.
Erflater had de Nederlandse nationaliteit en zijn gewone verblijfplaats was in Nederland.
Zoals hieronder zal blijken, bevinden al zijn vermogensbestanddelen, die behoren tot zijn nalatenschap, zich in Nederland.
De Nederlandse rechter is daarom bevoegd van het geschil kennis te nemen.
Het Nederlandse recht is van toepassing op de beoordeling van het geschil gelet op de rechtskeuze die erflater in zijn testament van 28 juni 2004 heeft gemaakt.
Tussen partijen is niet in geschil dat eiser, als kind van erflater, recht heeft op de legitieme portie en dat hij gedaagde, die de nalatenschap van erflater zuiver heeft aanvaard, in dit kader kan aanspreken.
Eiser vordert vaststelling van de hoogte van die legitieme portie waarop hij, in de toekomst, na het overlijden van gedaagde, aanspraak kan maken.
De rechtbank stelt in dit kader het volgende voorop.
Erflater en gedaagde waren in gemeenschap van goederen getrouwd.
Het aandeel van erflater in de door zijn dood ontbonden huwelijksgoederengemeenschap betrof de helft.
Bij het bepalen van de omvang van de legitieme portie dient daarom slechts dat aandeel van erflater in aanmerking genomen te worden.
De omvang van de legitieme portie wordt – kort gezegd – berekend over de waarde van de goederen van de nalatenschap vermeerderd met (eventuele) in aanmerking te nemen giften en verminderd met de schulden (art. 4:65 BW juncto art. 4:67 BW juncto art. 4:7 lid 1 onder a tot en met c en f BW).
De uitkomst van deze berekening levert de legitimaire massa op.
Voor de berekening van de legitimaire massa geldt als peilmoment de datum van overlijden van erflater.
De legitieme portie van eiser, als kind van erflater, bedraagt ingevolge art. 4:64 lid 1 BW de helft van de waarde waarover het de legitieme portie wordt berekend (de legitimaire massa) gedeeld door het aantal in art. 4:10 lid 1 onder a BW genoemde, door erflater achtergelaten personen.
Dat zijn in dit geval gedaagde, als de niet van tafel en bed gescheiden echtgenote van erflater, tezamen met eiser als kind van erflater, oftewel twee personen.
Het bij het bepalen van de legitieme portie te hanteren breukdeel bedraagt dus ½ keer ½ oftewel ¼.
Dit breukdeel dient, zoals hiervoor reeds overwogen, te worden berekend over het aandeel van erflater in de (door het overlijden van erflater) ontbonden (huwelijks)gemeenschap.
De waarde in het economisch verkeer is bij de berekening van de waarde van de goederen als maatstaf leidend.
De in aanmerking te nemen goederen zullen hierna puntsgewijs worden behandeld.
Volgens gedaagde zijn er door erflater geen giften gedaan.
Nu hier door eiser niets tegenin is gebracht, en er geen aanknopingspunten zijn om te twijfelen aan hetgeen door gedaagde in dit verband wordt gesteld, moet het er naar het oordeel van de rechtbank voor worden gehouden dat geen sprake was van in aanmerking te nemen giften.
Eiser heeft gedaagde in het kader van de vaststelling van de legitieme portie verzocht om opgave te doen van eventuele leningen.
Van door erflater verstrekte leningen is aldus gedaagde geen sprake.
Eiser heeft ook hier niets tegenin gebracht en ook in dit kader zijn er geen aanknopingspunten om aan het door gedaagde gestelde te twijfelen.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat legitieme over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het berekenen van de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de berekening van de legitieme, bezoek dan onze website over de legitieme. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.