De Rechtbank Noord-Nederland heeft onlangs uitspraak gedaan over de omvang van de nalatenschap met betrekking tot de vaststelling en berekening van de legitieme.

Moeder is op 18 mei 2021 overleden.

Zij heeft bij testament over haar nalatenschap beschikt.

Hierin heeft zij gedaagde tot haar enig erfgenaam benoemd.

Eiseres heeft een beroep gedaan op haar legitieme portie in de nalatenschap van moeder.

Over de omvang van de nalatenschap zijn partijen het niet eens geworden.

Erfrecht. Legitieme. Vaststelling en berekening van de legitieme. Omvang van de nalatenschap. Goederen van de nalatenschap. Legitimaire massa. Giften. Vrijgevigheid.

De rechter oordeelt als volgt.

De legitieme portie van eiseres moet op grond van artikel 4:65 BW worden berekend over de waarde van de goederen van de nalatenschap, welke waarde wordt vermeerderd met de bij deze berekening in aanmerking te nemen giften en verminderd met de schulden, vermeld in artikel 7 lid 1 onder a tot en met c en f BW.

Tussen partijen staat niet ter discussie dat het 1/2e aandeel in het appartement, drie bankrekeningen en een vordering van moeder op gedaagde tot de goederen van de nalatenschap behoren.

Ook zijn zij het erover eens dat de schulden bestaan uit de hypotheekschuld, overige schulden en uitvaartkosten.

Alleen in geschil is de omvang van de vordering van moeder op gedaagde enerzijds en de in aanmerking te nemen giften anderzijds.

De rechtbank zal niet het in de aangifte erfbelasting genoemde bedrag van € 24.786,00 ter zake van de legitieme portie overnemen, zoals gedaagde voorstaat.

Die aangifte heeft notaris A namens gedaagde ingediend en kan volgens haar als leidend worden gezien.

Hierin kan zij om de volgende twee redenen niet gevolgd worden.

Om te beginnen heeft notaris A in een brief van 4 november 2022 het volgende aan gedaagde geschreven:

Uw moeder had nog een vordering op u, in verband met de door u van haar rekening overgeboekte gelden. De omvang van dit bedrag is met uw echtgenoot afgestemd.

Uit deze e-mail volgt niet dat de notaris “aan de hand van de door gedaagde aan hem verstrekte bescheiden alles gedegen heeft onderzocht”, zoals gedaagde stelt.

Integendeel, er staat met zoveel woorden dat de notaris voor de omvang van de vordering van moeder op gedaagde is uitgegaan van informatie afkomstig van de echtgenoot van gedaagde.

Omdat gedaagde heeft nagelaten te specificeren welke bescheiden/informatie zij aan notaris A heeft gegeven, kan niet vastgesteld worden dat (ook) iets anders aan zijn berekening van het verschuldigde bedrag ten grondslag kan hebben gelegen.

Verder heeft notaris A in voormelde brief het volgende aan gedaagde geschreven:

In mijn mail van 21 juni 2022 aan u, heb ik met betrekking tot de in de aangifte erfbelasting opgenomen berekening van de legitieme portie van uw zuster reeds aangegeven dat het bedrag waar uw zuster aanspraak op zal maken, in de praktijk hoger zal uitvallen dan in de aangifte erfbelasting is opgenomen.

Zoals in die mail aangegeven, heeft dit te maken met het feit dat in de aangifte erfbelasting als waarde van de woning de WOZ-waarde mag worden aangehouden.

 Ik heb daarbij aangegeven dat voor de berekening van de daadwerkelijke omvang van de legitieme portie de verkoopwaarde van de woning van belang zal zijn. Dit betekent dat het bedrag waar uw zuster aanspraak op zal maken in de praktijk hoger zal uitvallen dan hetgeen in de aangifte is opgenomen.

Uit deze e-mail volgt dat de notaris gedaagde er uitdrukkelijk op heeft gewezen dat zijn (fiscale) berekening van de legitieme portie niet opgaat voor de civielrechtelijke aanspraak van eiseres in verband met de door hem gehanteerde WOZ-waarde van het appartement.

Gelet op het voorgaande zal de rechtbank aan de hand van het gevoerde partijdebat zelf de omvang van de legitimaire aanspraak van eiseres vaststellen.

Volgens eiseres bedroeg de vordering van moeder op gedaagde aanvankelijk € 35.200,00.

Hiertoe verwijst zij naar diverse afschrijvingen in de periode van 29 oktober 2018 tot en met 17 mei 2021, die haar uit de overgelegde bankafschriften zijn gebleken.

Hierop is in de periode van 23 augustus 2019 tot en met 2 februari 2021 in totaal € 1.450,00 afgelost, zodat het restant van de vordering € 33.750,00 bedraagt.

Gedaagde brengt hiertegen in dat sprake is van een misvatting, zonder echter uit te leggen waarom.

Uit de eerder genoemde brief van notaris A van 4 november 2022 volgt dat de vordering van moeder te maken heeft met door gedaagde van moeders rekening overgeboekte gelden.

Gedaagde heeft niet voldoende weersproken dat de door eiseres aangewezen afschrijvingen tot die vordering hebben geleid.

Zo heeft gedaagde bijvoorbeeld niet gesteld welke (andere) titel aan die afschrijvingen ten grondslag hebben gelegen.

De rechtbank zal dan ook uitgaan van de door eiseres aangewezen afschrijvingen en aflossingen.

Verder stelt gedaagde zich op het standpunt dat van de door eiseres aangewezen afschrijvingen een bedrag van € 6.000,00 betrekking zou hebben op schenkingen van moeder aan haar kleinkinderen (3 × € 2.000,00).

Uit de omschrijving kan niet worden opgemaakt dat die naar de bankrekening van gedaagde overgemaakte bedragen ten titel van schenking aan kleinkinderen zijn gedaan.

Verder heeft gedaagde haar standpunt niet nader met feiten en omstandigheden onderbouwd.

De rechtbank gaat dan ook aan het standpunt van gedaagde voorbij en stelt vast dat tot de nalatenschap een vordering van moeder op gedaagde behoort, die thans nog € 33.750,00 groot is.

De afschrijving op 8 juni 2018 met als omschrijving “zo maar een cadeautje” zal de rechtbank, met eiseres, als een gift aanmerken.

De omschrijving spreekt immers boekdelen en gedaagde heeft haar betwisting verder geen handen en voeten gegeven.

Mocht gedaagde bedoeld hebben te stellen dat het volgens haar ontbrekende saldo van € 22.000,00 op de bankrekeningen van vader moet worden bijgeteld als gift aan eiseres, gaat de rechtbank daaraan voorbij.

Gesteld noch gebleken is dat eiseres als gevolg van vrijgevigheid van moeder een dergelijk bedrag zou hebben ontvangen, nog daargelaten dat eiseres dit gemotiveerd heeft betwist.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat legitieme over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het berekenen van de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de berekening van de legitieme, bezoek dan onze website over de legitieme. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.