De Rechtbank Amsterdam heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag of er sprake van giften die bij de vaststelling van de legitieme diende te worden betrokken.
Eiseres en haar broer zijn de kinderen van de heer B (hierna: de erflater).
Erflater en gedaagde hadden een affectieve relatie.
Op 5 augustus 2021 heeft erflater zijn testament uit 2013 gewijzigd waarbij hij zijn kinderen heeft onterfd en gedaagde heeft aangewezen als enig erfgenaam en executeur.
Erflater is op 9 augustus 2021 overleden.
Gedaagde heeft als enige van erflater geërfd en op verzoek van eiseres een boedelbeschrijving opgemaakt.
Daarin staat dat de nalatenschap van erflater over geen enkel goed beschikt, behalve een giraal vermogen van € 1.000,-.
Erfrecht. Onterving. Legitieme. Vaststelling van de hoogte van de legitimaire aanspraak. Giften? Bewijs. Contante geldopnames. Rekeningverloop. Begunstiging? Levensonderhoud.
De rechter oordeelt als volgt.
De legitieme portie is het gedeelte van de nalatenschap waarop eiseres als kind aanspraak op kan maken in weerwil van erflaters testament, zoals geregeld in de artikelen 4:63 en 4:80 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW).
Doordat eiseres is onterft, heeft zij niet meegedeeld in de nalatenschap en heeft zij een vordering op gedaagde als enig erfgenaam.
Hoe hoog die vordering is regelt artikel 4:65 BW.
De hoogte hangt af van de waarde van de goederen van de nalatenschap, vermeerderd met in aanmerking te nemen giften en verminderd met in aanmerking te nemen schulden.
Wat overblijft is de legitimaire massa.
De hoogte van eiseres haar vordering wordt berekend door de helft van de legitimaire massa, te delen door het aantal personen dat volgens het versterfrecht (zonder testament) erfgenaam zou zijn.
In dit geval zijn dat eiseres en haar broer.
Gedaagde valt daar niet onder, omdat zij geen echtgenoot of geregistreerd partner van erflater was.
De concrete berekening van eiseres haar vordering uit hoofde van haar legitieme portie is dus ½ x ½ x de legitimaire massa (artikel 4:64 lid 1 BW).
De rechtbank zal eerst bepalen wat de legitimaire massa is.
Vaststaat dat erflater bij overlijden € 1.000,- aan giraal vermogen bezat.
In de boedelbeschrijving heeft gedaagde daarnaast aanvankelijk een schuld van € 603,45 aan notariskosten opgenomen, wat volgens gedaagde van het vermogen moet worden afgetrokken.
Deze kosten heeft erflater gemaakt bij het wijzigen van zijn testament op 5 augustus 2021.
Gedaagde heeft per brief van 11 april 2022 aan de advocaat van eiseres geschreven dat dit geen schuld is.
De rechtbank gaat er daarom vanuit dat deze schuld al is voldaan door erflater bij leven en dus niet in de nalatenschap valt.
Dit bedrag zal daarom niet worden meegenomen bij het bepalen van de legitimaire massa.
Hierna wordt verder ingegaan op de vraag in hoeverre er nog nalatenschapsgoederen of in aanmerking te nemen giften zijn, als bedoeld in artikel 4:67 BW.
Contante geldopnames van erflater
Erflater heeft in de periode juni – juli 2020 in totaal € 70.850,- contant gepind van de erflater-rekeningen.
Eiseres stelt dat dit geld ten gunste moet zijn gekomen van gedaagde en onderbouwt dat als volgt.
Het is ongeloofwaardig dat gedaagde als partner niet zou weten waar dit geld voor is gebruikt.
Uit het mutatieoverzicht blijkt € 30.000,- te zijn bijgeschreven voor de verkoop van de camper en dat kan gedaagde in ieder geval niet zijn ontgaan.
Gedaagde schendt daarmee haar waarheidsplicht.
Bovendien lijkt het erop dat gedaagde ná overlijden van erflater het contante geld weer heeft teruggestort op een en/of-rekening, omdat ze vanaf die datum geen inzage heeft gegeven en mutaties heeft weggelakt, zo stelt eiseres.
Gedaagde voert het volgende aan.
De gepinde € 70.850,- is niet ten gunste van gedaagde gekomen.
Het is ruim een jaar voor overlijden gebeurd en erflater kon zijn leven invullen zoals hij wenste. gedaagde weet niet waar erflater dit geld precies voor heeft gebruikt.
Voor zover er ook maar iets ten gunste is gekomen van gedaagde, is dat een bijdrage in woonlasten en levensonderhoud geweest.
Dat is geen in aanmerking te nemen gift, aldus steeds gedaagde.
De rechtbank is van oordeel dat het rekeningverloop met grote contante opnames weliswaar opmerkelijk is, maar dat niet is komen vast te staan dat hier schenkingen hebben plaatsgevonden.
Daarvoor zijn onvoldoende aanknopingspunten.
Erflater heeft het contante geld al ruim een jaar voor zijn overlijden opgenomen, dus ook ruimschoots voordat erflater zijn kinderen op 5 augustus 2021 onterfde.
Eiseres verwijt gedaagde dat zij geen inzage geeft in het rekeningenverloop ná overlijden, maar daartoe is gedaagde niet gehouden.
Eiseres haar vermoeden dat gedaagde ná overlijden het contante geld weer zou hebben teruggestort, is ongefundeerd en speculatief.
Al met al kan de rechtbank aan de voorliggende feiten niet de conclusie verbinden dat het in juni – juli 2020 contant gemaakte bedrag van € 70.850,- bij overlijden nog voorhanden was of een in aanmerking te nemen gift is.
Daardoor blijft dit bedrag buiten de legitimaire massa.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat legitieme over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het berekenen van de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de berekening van de legitieme, bezoek dan onze website over de legitieme. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.