De Rechtbank Den Haag heeft onlangs uitspraak gedaan over de waardering van een woning voor de vaststelling van een legaat gelijk aan de legitieme.

Bij testament van 26 maart 2009 heeft erflaatster gedaagde benoemd tot haar enig erfgenaam van de hele nalatenschap.

Onderdeel van de door eiseres berekende legitimaire massa is een bedrag van € 33.600 zijnde het bedrag dat gedaagden, uitgaande van een commerciële huurprijs van de woning, te weinig hebben betaald voor de woning in de periode dat erflaatster in het verzorgingstehuis woonde.

Dit bedrag moet volgens eiseres deel uitmaken van de legitimaire massa indien de rechtbank van oordeel is dat sprake is van verhuur van de woning aan gedaagden waardoor voor de woning met een lagere waarde dan de waarde in het economisch verkeer rekening wordt gehouden.

Erfrecht. Legitieme. Legaat. Legaat gelijk aan de hoogte van de legitieme. Peildatum. Marktconforme waardering. Waardering van een woning in onverhuurde staat.

De rechter oordeelt als volgt.

De rechtbank moet de omvang van het legaat aan eiseres vaststellen en de omvang van de legitieme portie.

Daartoe is noodzakelijk dat de rechtbank bepaalt wat tot de nalatenschap van erflaatster behoort en wat de omvang is van de legitimaire massa op grond waarvan de legitieme portie kan worden berekend.

Als peildatum voor beide vaststellingen geldt de datum van overlijden van erflaatster, dat is 2021.

Alle fluctuaties in het vermogen na deze datum komen ten gunste of ten laste van de erfgenaam.

Voor zover eiseres ten aanzien van de periode na overlijden nog vorderingen heeft ingesteld (vordering inzake (fictieve) huurinkomsten voor de periode na overlijden van erflaatster) zal de rechtbank deze in ieder geval afwijzen.

Eiseres stelt dat voor de woning moet worden gerekend met de waarde in onverhuurde staat, dus € 280.000.

Ter toelichting wijst zij erop dat geen sprake is van huur, maar van bruikleen, en dat gedaagden een gebruiksvergoeding hebben betaald.

Weliswaar hebben partijen de overeenkomst een huurovereenkomst genoemd, maar het gaat om de bedoeling van partijen en niet om hoe de overeenkomst heet.

Er was geen sprake van mantelzorg die de lage maandelijkse vergoeding kan verklaren.

Gedaagden hebben daarvoor verwezen naar een gerechtelijke uitspraak, maar de situatie in die uitspraak was anders omdat degene aan wie mantelzorg werd verleend zelf ook nog in de woning woonde.

De vergoeding die gedaagden hebben betaald heeft enkel een symbolische waarde en was dan ook geen huur, maar enkel een gebruiksvergoeding.

Een marktconforme huurprijs bedraagt € 1.250 per maand.

De overeenkomst is gesloten in de periode dat gedaagde al als gevolmachtigde van erflaatster optrad.

Ook daarom kan hij geen bescherming ontlenen aan de omstandigheid dat de overeenkomst een huurovereenkomst is genoemd.

Dat heeft hij immers zelf geregeld.

Eiseres verwijst ook naar de website van de belastingdienst die op dit punt duidelijk is: bij huur aan familieleden is de leegwaarde ratio altijd 100%.

Ook verwijst zij naar artikel 21 lid 8 van de Successiewet: verkrijger en huurder tegelijk, past niet.

De overeenkomst was derhalve alleen bedoeld om eiseres als legitimaris te benadelen en deze is in strijd met de redelijkheid en billijkheid.

Van huurbescherming voor gedaagden, waardoor met een lagere waarde van de woning rekening moet worden gehouden kan daarom geen sprake zijn, aldus nog steeds eiseres.

Gedaagden voeren aan dat voor de woning moet worden gerekend met de waarde ervan in verhuurde staat en dat deze waarde € 173.600 bedraagt.

Aan hen zijn in verband met de overeengekomen huur geen bedragen geschonken. In ruil voor de lage huur van € 400 hebben zij mantelzorg aan erflaatster verleend.

Deze mantelzorg hield in dat zij geregeld bij moeder op bezoek gingen, boodschappen voor haar deden, haar begeleidden bij bezoek aan ziekenhuis, arts en dergelijke en dat zij af en toe met haar op pad gingen.

Gelet hierop is ook geen sprake van een schenking van het verschil tussen de marktconforme huur en het betaalde bedrag van € 400.

Gedaagden hebben geen verweer gevoerd tegen de stelling dat de commerciële huurprijs voor de woning € 1.250 per maand bedroeg.

Tijdens de mondelinge behandeling hebben gedaagden evenmin gemotiveerd verweer gevoerd tegen de stelling van eiseres dat sprake was van een gebruiksrecht en de beslissing daarover aan de rechtbank gelaten.

Wel hebben zij aangevoerd dat zij het bedrag van € 400 altijd prompt hebben betaald.

In reactie hierop heeft eiseres desgevraagd geen feiten en omstandigheden gesteld die leiden tot de conclusie dat een ander bedrag dan € 400 een reële gebruiksvergoeding is.

De mantelzorg die gedaagden verleenden aan erflaatster rechtvaardigt niet een lage huurprijs.

Erflaatster woonde immers in een verzorgingstehuis, waardoor zij in verhouding geringe mantelzorg van anderen nodig had.

Hetgeen gedaagden aan mantelzorg hebben verricht, bevestigt deze conclusie.

Een andere redenen voor de relatief lage maandelijkse vergoeding die gedaagden betaalden, hebben zij niet aangevoerd.

Zij hebben de beslissing op dit punt ook aan de rechtbank overgelaten.

Gelet op dit een en ander oordeelt de rechtbank dat voor de woning met een waarde van € 280.000 moet worden gerekend en niet met een lager bedrag omdat sprake zou zijn van huurbescherming die gedaagden op basis van de overeenkomst zouden genieten.

Van huurbescherming is ook helemaal geen sprake, omdat gedaagden zelf de woning hebben geërfd en desgewenst de commerciële waarde van de woning kunnen realiseren door deze te verkopen.

Nu de rechtbank voor de hoogte van nalatenschap uitgaat van de waarde van de woning van € 280.000 komt zij niet toe aan het behandelen van de stelling van eiseres dat gedaagden te weinig huur hebben betaald, waardoor met een schenking van € 33.600 rekening moet worden gehouden.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat legitieme over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het berekenen van de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de berekening van de legitieme, bezoek dan onze website over de legitieme. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.