De Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft onlangs uitspraak gedaan over de reikwijdte van het recht op informatie van de legitimaris.

Het geschil in de hoofdzaak betreft de verdeling van de nalatenschap van de moeder van partijen (hierna : erflaatster).

Eiseres in het incident maakt aanspraak op haar legitieme portie.

In het incident vordert eiseres dat de rechtbank verweerster veroordeelt om binnen veertien dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis de hierna te noemen gegevens af te geven aan eiseres, dan wel deze gegevens op te vragen, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,- per dag of een dagdeel dat verweerster in gebreke blijft aan deze veroordeling te voldoen tot een maximum van € 50.000,-.

Erfrecht. Legitieme. Incidentele vordering.  Recht op inzage van diverse stukken om legitieme te kunnen berekenen. Reikwijdte van het recht op informatie.

De rechter oordeelt als volgt.

Eiseres in het incident heeft haar vordering tot inzage ingesteld als provisionele vordering.

Een dergelijke vordering kan echter niet worden ingediend als provisionele vordering.

De vordering tot inzage betreft een vordering die wordt ingesteld met het oog op de instructie van de zaak.

De rechtbank begrijpt dat eiseres heeft bedoeld deze vordering in te stellen als incidentele vordering gegrond op artikel 4:78 BW.

Op grond van wat in artikel 4:78 BW is bepaald, kan eiseres als legitimaris die niet erfgenaam is in de nalatenschap van erflaatster tegenover (in dit geval) de erfgenaam die met het beheer is belast, aanspraak maken op inzage en afschrift van alle bescheiden die zij voor de berekening van haar legitieme portie nodig heeft.

Uit de woorden “alle daartoe strekkende inlichtingen” in artikel 4:78 BW kan worden afgeleid dat dit begrip zo ruim mogelijk moet worden uitgelegd, maar dat het wel is beperkt tot de gegevens die nodig zijn voor de berekening van de legitieme portie.

Artikel 4:65 BW bepaalt dat de legitieme portie wordt berekend over de waarde van de goederen van de nalatenschap, te vermeerderen met de bij de berekening in aanmerking te nemen giften en verminderd met de schulden ex artikel 4:7 lid 1 onder a t/m c en f BW.

Informatie over in het verleden gedane giften is dus ook van belang.

Op grond van artikel 4:67 BW moeten de in dat artikel vermelde giften bij de berekening van de legitieme portie worden meegenomen.

Artikel 4:78 BW houdt echter geen verplichting in tot rekening en verantwoording en schept ook geen algemeen inzagerecht.

Om fishing expeditions te voorkomen, moet eiseres voldoende concreet stellen en onderbouwen waarom de gevorderde stukken voor de berekening van de legitieme portie noodzakelijk zijn.

Dit geldt te meer als het stukken betreft die, zoals in dit geval, niet vallen onder de stukken die in de rechtspraktijk worden beschouwd als stukken waarop de legitimaris in ieder geval recht heeft.

De rechtbank stelt vast dat eiseres ten aanzien van geen van de gevraagde stukken concreet en onderbouwd heeft gesteld waarom deze stukken noodzakelijk zijn.

Zij stelt enkel dat zij belang heeft bij de stukken en dat verweerster in het incident de stukken nog niet beschikbaar heeft gesteld.

Omdat verweerster hiertegen echter geen inhoudelijk verweer heeft gevoerd, zal de rechtbank de gevraagde stukken en informatie aan de hand van de opsomming van eiseres toetsen aan voornoemd uitgangspunt en daarbij het verweer van verweerster betrekken.

– een boedelbeschrijving met onderliggende stukken

Verweerster stelt dat eiseres de boedelbeschrijving al heeft ontvangen.

Zij overlegt deze nogmaals.

Eiseres in het incident heeft daarom geen belang bij deze vordering.

– een taxatierapport van de woning waaruit de waarde van de woning blijkt ten tijde van het overlijden

Verweerster heeft gesteld dat een dergelijk rapport niet bestaat. Zij kan dit dan ook niet overleggen.

Daarnaast is de woning inmiddels door tussenkomst van een makelaar en boven de vraagprijs verkocht.

De rechtbank is van oordeel daarmee in dit kader voldoende blijkt van de waarde van de woning.

Deze vordering wordt daarom afgewezen.

– een opgave van de hypotheekhouder per datum van overlijden waaruit de hoogte van de hypotheekschuld blijkt

Deze schuld blijkt uit de aangifte erfbelasting.

Verweerster heeft daarnaast de brief van de hypotheekverstrekker overgelegd, waaruit de schuld blijkt, zodat er geen belang meer is bij deze vordering.

– een brief van het Verbond van Verzekeraars waaruit blijkt dat als gevolg van het overlijden er slechts een polis is vrijgevallen

Verweerster stelt dat zij niet beschikt over een dergelijke brief, maar dat de executeur en afwikkelingsbewindvoerder twee uitvaartverzekeringen heeft gevonden en de uitkering daarvan heeft geregeld.

Deze informatie is ook bij eiseres bekend.

Eiseres heeft geen enkele aanwijzing gegeven dat erflaatster daarnaast nog over andere (levens)verzekeringen beschikte, zodat deze vordering bij gebrek aan belang wordt afgewezen.

– de onderliggende stukken van de door verweerster op de boedelbeschrijving opgevoerde vorderingen (3x € 2.842,51)

Ten aanzien van de vorderingen van 3x € 2.842,51 heeft verweerster verwezen naar een notariële akte die is overgelegd.

Daaruit blijkt voldoende van het bestaan van deze vorderingen, zodat deze vordering van eiseres wordt afgewezen.

vorderingen in familieverband’, onderliggende overeenkomsten van geldlening

Verweerster verwijst hiervoor naar de bovenstaande vordering.

Deze vordering wordt verder niet nader door eiseres gespecificeerd en onderbouwd, zodat deze wordt afgewezen.

– de nota van de uitvaart

Deze is al aan eiseres verstrekt en wordt nogmaals door verweerster overgelegd.

Deze vordering wordt daarom afgewezen.

– een opgave van door erflaatster gedane schenkingen;

Verweerster stelt dat er geen giften zijn gedaan die meetellen bij de legitimaire massa.

Eiseres voert ook geen feiten of omstandigheden aan waaruit blijkt dat er wel sprake is van giften.

Deze vordering wordt dan ook afgewezen.

– de aangiften een aanslagen IB 2018 tot en met 2022 van erflaatster

De rechtbank stelt nogmaals voorop dat op eiseres een stelplicht rust ten aanzien van de gevorderde stukken.

Eiseres heeft hieraan niet voldaan, zodat het gevorderde in beginsel wordt afgewezen.

Verweerster heeft echter aangevoerd dat zij deze stukken heeft opgevraagd en zij heeft toegezegd deze te verstrekken.

Gelet daarop en omdat de rechtbank uit haar stellingen niet kan concluderen dat verweerster weigerachtig zal zijn die toezegging na te komen en medewerking te verlenen, wordt de vordering op dit punt eveneens afgewezen.

– alle bankafschriften van alle rekeningen over de periode van tien jaar voor overlijden en indien deze niet voorhanden zouden zijn ervoor zorg te dragen dat deze worden opgevraagd bij de bank, dan wel deze via internetbankieren te downloaden en te verstrekken.

Verweerster heeft deze gegevens verstrekt, zodat eiseres geen belang meer heeft bij deze vordering.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat legitieme over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het berekenen van de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de berekening van de legitieme, bezoek dan onze website over de legitieme. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.