De Rechtbank Limburg heeft onlangs uitspraak gedaan over een provisionele vordering tot betaling van een voorschot op legitieme portie.
Eiser vordert dat de rechtbank bij vonnis in incident de gedaagde zal veroordelen tot voldoening van een voorschot op de uit te betalen legitieme porties, ter hoogte van € 45.000,-, althans een bedrag door de rechtbank in goede justitie te bepalen.
Erfrecht. Legitieme. Incident. Provisionele vordering tot betaling van een voorschot op legitieme portie. Belang. Restitutierisico. Vaststelling van de vordering.
De rechter oordeelt als volgt.
Op grond van artikel 223 Rv kan tijdens een aanhangig geding iedere partij vorderen dat de rechter een voorlopige voorziening zal treffen voor de duur van het geding.
Deze vordering moet samenhangen met de hoofdvordering en daarnaast moet de eisende partij voldoende belang hebben bij de vordering in die zin dat niet kan worden gevergd dat
de afloop van de hoofdzaak kan worden afgewacht.
Daarnaast dient de rechter de wederzijdse belangen af te wegen tegen de achtergrond van de te verwachten resterende duur van de hoofdprocedure en van de proceskansen van partijen daarin.
Eiser vordert in de eerste plaats betaling van een voorschot op zijn legitieme porties.
Eiser heeft voldoende processueel belang bij deze incidentele vordering.
De gevraagde voorlopige voorziening hangt samen met de hoofdvordering en is gericht op een voorziening die voor de duur van de aanhangige bodemprocedure kan worden gegeven.
Derhalve moet worden beoordeeld of een afweging van de materiële belangen van partijen de vordering in incident rechtvaardigt.
Bij een voorziening in de vorm van betaling van een geldsom zal dat in verband met het restitutierisico meestal alleen het geval zijn indien de vordering tot het beloop van het gevorderde voorschot reeds voldoende vaststaat dan wel op eenvoudige wijze kan worden vastgesteld.
Eiser stelt dat hij minimaal recht heeft op een bedrag van € 45.000,- inzake zijn legitieme porties.
Gedaagde betwist gemotiveerd dat het minimale bedrag van de legitieme porties € 45.000,- bedraagt.
De rechtbank leidt uit de stellingen van partijen af dat tussen hen geen overeenstemming bestaat over de minimale hoogte van de legitieme porties van eiser.
Daar doet niet aan af dat het bedrag van € 45.000,00 in een eerder stadium tegen finale kwijting aan eiser is aangeboden, omdat daaraan voor gedaagde ook andere redenen ten grondslag kunnen hebben gelegen.
De rechtbank is dan ook van oordeel dat het beloop van het gevorderde voorschot niet voldoende vaststaat en op dit moment niet op eenvoudige wijze kan worden vastgesteld.
Daarnaast is het de rechtbank niet voldoende aannemelijk geworden dat eiser een zodanig belang heeft bij de uitbetaling van een voorschot dat van hem niet kan worden gevergd dat hij de afloop van de hoofdzaak afwacht.
De rechtbank zal deze vordering om die reden afwijzen.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat legitieme over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het berekenen van de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de berekening van de legitieme, bezoek dan onze website over de legitieme. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.