Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft onlangs uitspraak gedaan over de waardering van een woning voor de vaststelling van de legitieme portie.

De op 10 december 2018 overleden erflater was ten tijde van zijn overlijden eigenaar van de woning.

Bij testament van 24 september 2018 heeft erflater de executeur benoemd tot executeur, over zijn nalatenschap beschikt en van zijn vier dochters benoemd tot zijn erfgenamen en appellante uitgesloten van erfopvolging.

Appellante legt aan de vorderingen B en C ten grondslag dat de executeur een fictieve woningwaarde hanteert en betoogt -in de kern- als volgt.

Dat de woning is verkocht voor de te lage verkoopprijs van € 900.000,– laat onverlet dat de woning voor de berekening van de legitimaire massa moet worden gewaardeerd op de waarde per overlijdensdatum 10 december 2018.

De waarde van de woning in het economisch verkeer is op de relevante peildatum te stellen op de toenmalige vraagprijs van € 1.150.000,– k.k., die erflater en zijn makelaar destijds reëel hebben geacht.

Dat de executeur geen taxatie heeft laten verrichten en een latere waardeschommeling zijn omstandigheden die niet voor risico van appellante als legitimaris behoren te komen.

Appellante rekent voor dat de legitimaire massa uiteindelijk € 1.064.848,38 beloopt, zodat haar legitieme portie € 133.106,05 bedraagt en zij na de inmiddels ontvangen € 91.720,05 nog recht heeft op (na)betaling van € 31.250,–.

De executeur verweert zich als volgt.

Bij leven heeft erflater de woning sinds 2016 (via verschillende makelaars) te verkoop aangeboden, aanvankelijk voor de te hoge vraagprijs van € 1.350.000,– k.k. die vanwege uitblijvende belangstelling medio september 2018 werd verlaagd naar € 1.150.000,– k.k.

Na diens overlijden heeft de executeur het verkooptraject voortgezet.

Een taxatie naar een in te schatten (fictief) verkoopresultaat was onnodig, omdat een werkelijk verkooptraject liep.

Ondanks dat de executeur de vraagprijs (via een andere makelaar) nog verder had verlaagd naar € 1.095.000,– k.k. en uiteindelijk nog naar € 995.000,–, diende zich pas na een lang verkooptraject de uiteindelijke koper aan en die wilde niet meer dan € 900.000,– k.k. betalen.

In overleg met de verkopend makelaar is die € 900.000,– k.k. als marktconform en reële waarde van de woning aangemerkt.

Dat de gemeente de WOZ-waarde na verkoop heeft verlaagd van € 912.000,– naar € 868.000,– bevestigt de voor 10 december 2018 gehanteerde € 900.000,– k.k. als toenmalige waarde van de woning in het economisch verkeer.

Erfrecht. Legitieme. Executeur. Waardebepaling van een woning. Peildatum. Waarde in het economische verkeer. Gerealiseerde verkoopprijs. Taxatie. Deskundige.

De rechter oordeelt als volgt.

Het hof overweegt dat de grief en het partijdebat zich nog (slechts) beperken tot de (omvang van de) legitimaire massa die bepalend is voor de legitieme portie die appellante in de nalatenschap van erflater toekomt.

Daarbij spitst dit beroep zich toe op de in aanmerking te nemen waarde van de woning.

Appellante hanteert hiervoor de op de overlijdensdatum gehanteerde vraagprijs en de executeur hanteert de bijna twee jaar later gerealiseerde verkoopprijs, maar deze beide prijsstellingen zijn hiervoor als zodanig niet bepalend.

Op de voet van artikel 4:6 BW moet de in aanmerking te nemen waarde van de woning worden gesteld op de waarde onmiddellijk na het overlijden van de erflater.

Nu beide partijen de waarde van de woning in het economisch verkeer hanteren, is in dit geval beslissend de waarde die de woning in het economisch verkeer op 10 december 2018 had.

Het hof oordeelt op dit punt deskundigenonderzoek noodzakelijk en is voornemens aan een makelaar/taxateur de volgende vragen voor te leggen:

  1. Kunt u gemotiveerd aangeven welke waarde in het economisch verkeer de woning op 10 december 2018 had?
  2. Wat acht u verder van belang om op te merken?

Partijen zullen zich (gelijktijdig) bij akte kunnen uitlaten over de deskundigheid en -bij voorkeur eensluidend- het aantal en de perso(o)n(en) van te benoemen deskundige(n).

Ook zullen partijen suggesties kunnen doen voor de vraagstelling.

Het hof is voornemens om appellante als oorspronkelijk eiseres op de voet van artikel 195 Rv met het voorschot op de deskundigenkosten te belasten.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat legitieme over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het berekenen van de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de berekening van de legitieme, bezoek dan onze website over de legitieme. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.