De Rechtbank Gelderland heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag of schulden van de nalatenschap in mindering kwamen op de legitieme.
Alvorens te beslissen op de vorderingen overweegt de rechtbank dat het in de onderhavige zaak over en weer ontbreekt aan een volledig inzichtelijke berekening van de legitieme portie met een duidelijk weergegeven standpunt op elke post.
De rechtbank rekent het ook niet tot haar taak zelfstandig (zonder noemenswaardige toelichting) in de overgelegde producties op zoek te gaan naar mogelijke aanknopingspunten die de stellingen van partijen zouden kunnen ondersteunen (of, sterker nog, waaruit de standpunten van partijen over de desbetreffende posten afgeleid zouden kunnen worden).
Van de rechtbank kan niet worden verwacht dat zij het omvangrijke aantal producties napluist.
De vordering houdt thans in het vaststellen van de hoogte van de legitieme portie.
Erfrecht. Legitieme. Berekening van de legitieme. Peildatum voor de waardering van de legitimaire massa. Komen de schulden van de nalatenschap in mindering op de legitieme?
De rechter oordeelt als volgt.
Als legitimaris heeft eiseres jegens de erfgenamen een aanspraak op geld.
Artikel 4:65 BW bepaalt dat de legitieme portie wordt berekend over de waarde van de goederen van de nalatenschap, te vermeerderen met de bij deze berekening in aanmerking te nemen giften en te verminderen met de schulden, vermeld in artikel 4:7 lid 1 a tot en met c en f BW.
Op grond van artikel 4:6 BW is de peildatum voor de waarde van de goederen van de nalatenschap de datum van openvallen van de nalatenschap, dus de datum van overlijden van erflaatster, 21 mei 2017.
Uit de berekeningen leidt de rechtbank ook af dat tussen partijen niet (langer) in geschil is dat de waarden van schulden als bedoeld in artikel 4:7 lid 1 a-c en f BW bij elkaar moeten worden opgeteld bij de berekening van de legitimaire massa.
Volgens eiseres zijn de genoemde nota’s geen kosten van vereffening, maar schulden die niet met de dood van erflaatster teniet zijn gegaan in de zin van artikel 4:7 lid 1 sub a BW.
Deze stelling is door de gezamenlijke gedaagden niet gemotiveerd betwist en komt de rechtbank juist voor.
Bovendien geldt in het onderhavige geval dat het voor de hoogte van de legitieme portie van eiseres irrelevant is of de nota’s in de berekening worden opgenomen als kosten onder artikel 4:7 lid 1 sub a of sub c, nu beide categorieën schulden in mindering strekken op de legitimaire massa.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat legitieme over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het berekenen van de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de berekening van de legitieme, bezoek dan onze website over de legitieme. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.