De Rechtbank Gelderland heeft onlangs uitspraak gedaan over in aanmerking te nemen giften bij de berekening van de legitieme naar oud recht.

Partijen zijn zussen van elkaar.

In de testamenten van vader en moeder is een ouderlijke boedelverdeling opgenomen in de zin van artikel 4:1167 oud BW, waarbij eiseres in de legitieme is gesteld en is bepaald dat “het daardoor beschikbaar komende gedeelte van haar normale erfdeel” aan gedaagde is toegekend.

Eiseres is bij de berekening van haar legitieme portie in de nalatenschap van vader uitgegaan van een legitimaire massa van € 48.369,44 die gevormd word door het saldo in de nalatenschap (bezittingen minus schulden) van € 3.286,63 (zijnde de helft van € 6.573,28) en € 45.082,81 aan giften (de helft van de niet gebruikelijke door vader en moeder gedane giften aan gedaagde).

De legitieme portie uit de nalatenschap van vader bedraagt volgens eiseres 2/3 van 1/3 van de legitimaire massa, zijnde € 10.018,40.

Eiseres is bij de berekening van haar legitieme portie in de nalatenschap van moeder uitgegaan van een legitimaire massa van € 56.041,25 die gevormd wordt door het saldo in de nalatenschap van -/- € 253,56 en 45.082,81 aan (niet gebruikelijke) giften in de periode dat vader nog leefde en € 11.212,00 aan (niet gebruikelijke) giften door moeder in de periode na het overlijden van vader.

De legitieme portie uit de nalatenschap van moeder bedraagt volgens eiseres 2/3 van 1/2 van de legitimaire massa, zijnde € 18.680,42.

Gedaagde gaat, net als eiseres, bij de berekening van de legitieme portie van eiseres in de nalatenschap van vader uit van een breukdeel van 2/9 (2/3 x 1/3) van de legitimaire massa en bij die van moeder van 1/3 (2/3 x 1/2) deel van de legitimaire massa.

Bij de berekening van de legitimaire massa in de nalatenschap van vader gaat gedaagde uit van een saldo van de nalatenschap van € 3.286,64, vermeerderd met mee te rekenen giften die volgens haar € 6.000,00 bedragen (in totaal € 9.286,64), zodat de legitieme portie van eiseres uitkomt op € 2.063,69.

De vorderingen van eiseres in verband daarmee dient vermeerderd te worden met 6% enkelvoudige rente vanaf 3 februari 2020 tot 15 januari 2021 , aldus gedaagde.

Bij de berekening van de legitimaire massa in de nalatenschap van moeder gaat gedaagde uit van een saldo van de nalatenschap van -/- € 4.195,17.

De mee te rekenen giften bedragen volgens gedaagde € 6.000,00, zodat de legitimaire massa € 1.804,83 is en de legitieme portie van eiseres uitkomt op € 601,61.

Erfrecht. Legitieme. Berekening van de legitieme naar oud recht. In aanmerking te nemen giften. Niet gebruikelijke giften. Pinpasopnames. Overboekingen. Bewijs. Dwangsom?

De rechter oordeelt als volgt.

Partijen zijn bij de berekening van de legitieme porties van eiseres beiden uitgegaan van breukdelen die gelden volgens het erfrecht dat gold op het moment waarop vader en moeder hun testament opmaakten, zodat met een breukdeel van 2/9 wordt gerekend in de nalatenschap van vader en met een breukdeel van 1/3 in die van moeder.

Hoewel partijen voor de breukdelen dus uitgaan van oud recht, zijn zij bij de berekening van de legitimaire massa beiden uitgegaan van het huidige erfrecht.

Deze uitgangspunten zijn kennelijk niet in geschil.

Evenmin is in geschil is dat het saldo van de nalatenschap van vader € 3.286,64 is.

De rechtbank zal bij de beoordeling daarom eveneens van deze uitgangspunten uitgaan.

Partijen zijn vooral verdeeld over de hoogte van het bedrag dat gedaagde van de ouders heeft ontvangen als giften, waarmee rekening dient te worden gehouden bij de berekening van de legitimaire massa.

Eiseres gaat voor die giften aan gedaagde van een hoger bedrag uit (namelijk door vader in totaal € 45.082,81 en door moeder in totaal € 56.294,81) dan gedaagde (die uitgaat van € 6.000,00 door vader en € 6.000,00 door moeder).

Eiseres heeft ter onderbouwing als producties 22 tot en met 24 bankafschriften van de ING Bank en de Rabobank overgelegd over de periode van 2016 tot 15 januari 2021, waaruit blijkt dat sprake is geweest van een groot aantal overboekingen van de rekeningen van (vader en) moeder aan gedaagde en van opnames van contanten.

Eiseres gaat ervan uit dat de overboekingen en opnames van contanten giften aan gedaagde zijn geweest.

Van het totaalbedrag dat gedaagde aldus volgens eiseres heeft ontvangen, heeft eiseres bij de berekening van de legitimaire massa het totaal aan jaarlijkse belastingvrije schenkingsbedragen afgetrokken als zijnde gebruikelijke, niet bovenmatige giften.

Gedaagde stelt dat niet alle overboekingen aan haar als giften moeten worden beschouwd.

De ouders hebben haar in 2018 en 2019 € 3.000,00 geschonken, verder niets.

Zij stelt als mantelzorger inkopen voor vader en moeder te hebben gedaan.

Vader en moeder betaalden haar de kosten daarvan en onkostenvergoedingen voor wekelijkse autoritjes die zij met de ouders maakte (zoals bezinekosten) en voor etentjes.

De ouders regelden zelf hun financiën en gedaagde beschikte niet over een bankpas van de ouders.

De vergoedingen zijn geen giften en tellen dus niet mee bij de berekening van de legitieme, aldus gedaagde.

De rechtbank overweegt als volgt over de hoogte van de in aanmerking te nemen giften bij de berekening van de legitimaire massa.

Niet in geschil is dat gedaagde niet over een bankpas van vader en/of moeder beschikte.

Uitgangspunt is dan ook dat vader en moeder zelf hun financiën regelden.

Dat betekent dat gedaagde geen rekening en verantwoording hoeft af te leggen over de mutaties op de rekeningen van vader en moeder.

Dat neemt niet weg dat bedragen die vader en moeder aan gedaagde hebben voldaan bij de berekening van de legitieme portie van eiseres in aanmerking moeten worden genomen voor zover niet is gebleken dat die bedragen vergoedingen zijn van door gedaagde door vader en/of moeder gemaakte kosten en deze evenmin zijn te beschouwen als gebruikelijke giften die niet bovenmatig waren (artikel 4:67 en 69 lid 1 b BW).

Uit de door eiseres overgelegde bankafschriften blijkt dat vader en moeder in de periode van 1 januari 2016 tot hun overlijden een groot aantal bedragen aan gedaagde overmaakten.

De vraag is in hoeverre dat vergoedingen aan gedaagde waren voor door haar ten behoeve van vader en/of moeder gemaakte kosten.

Na betwisting door eiseres heeft gedaagde de door haar voor vader en moeder gemaakte kosten niet met stukken (zoals bewijs van betalingen door haar ten behoeve van vader en/of moeder) onderbouwd.

Wat in de bankafschriften opvalt is dat tot en met het eerste kwartaal van 2018 vooral wat kleinere, niet ronde bedragen zijn overgeboekt aan gedaagde, terwijl daarna ook grotere, ronde bedragen aan haar zijn overgemaakt.

Mogelijk houdt dat verband met de verhuizing van vader en moeder naar een verzorgingshuis, waarover [gedaagde] ter zitting heeft verklaard dat die in 2018 heeft plaatsgevonden.

Gelet op de grootte en aard van de bedragen en de woonsituatie van de ouders gaat de rechtbank ervan uit dat de tot en met het eerste kwartaal van 2018 overgeboekte, niet ronde bedragen onder de € 100,00 én de hogere bedragen waarbij een beschrijving van kosten is vermeld, vergoedingen zijn van door gedaagde gemaakte kosten ten behoeve van vader en moeder.

Van de overige aan gedaagde overgeboekte bedragen (hoger dan € 100,00 en zonder omschrijving) gaat de rechtbank ervan uit dat het giften aan gedaagde zijn omdat daarvan onvoldoende is gebleken dat het onkostenvergoedingen zijn.

Datzelfde geldt voor de overboekingen aan gedaagde vanaf het tweede kwartaal van 2018 waarbij geen omschrijving is vermeld.

Aldus komt de rechtbank tot aan de datum van overlijden van vader tot een bedrag aan giften aan gedaagde van in totaal € 0,00 in 2016, € 7.068,67 in 2017, € 31.802,50 in 2018, € 34.309,00 in 2019 en tot 3 februari over 2020 € 1.200,00, in totaal aldus € 74.380,17, waarvan de helft als gift van vader is aan te merken en voor de helft als gift van moeder.

Vanaf datum overlijden van vader heeft moeder in 2020 nog een bedrag van in totaal € 9.530,00 aan gedaagde overgemaakt.

Hierbij zijn de betalingen van bedragen ten behoeve van kleinkinderen niet meegenomen omdat die bedragen als gebruikelijke en niet bovenmatige giften zijn te beschouwen.

Omdat van de contante geldopnames zonder nadere onderbouwing – die ontbreekt – niet is aan te nemen dat dit giften aan gedaagde betreft, zijn die bedragen evenmin meegenomen, met uitzondering van de opnames in 2020.

Daarover heeft gedaagde ter zitting gesteld dat zij die bedragen na het overlijden van vader op verzoek van moeder heeft opgenomen om te verdelen onder haar en de kleinkinderen, zodat die opnames wél als giften moeten worden aangemerkt.

Daarom zal over 2020 – naast de overboekingen aan gedaagde – ook nog rekening worden gehouden met een bedrag van in totaal een bedrag van € 3.550,00 aan giften.

Zoals is overwogen, dient van de bedragen die aldus als gift zijn aan te merken voor de berekening van de legitimaire massa te worden afgetrokken wat als gebruikelijk en niet bovenmatig is aan te merken.

Eiseres is er in haar berekening van uitgegaan dat het bedrag van de schenkingsvrijstelling (circa € 2.200 per jaar) is aan te merken als gebruikelijk en niet bovenmatig.

Gedaagde heeft hier geen verweer tegen gevoerd en de rechtbank acht dit redelijk.

Dit resulteert in de volgende bedragen die als gift moeten worden meegenomen bij de berekening van de legitimaire massa: bij vader € 32.790,09 (te weten € 74.380,17 -/- € 8.800, zijnde 65.580,17, welk bedrag door 2 moet worden gedeeld) en bij moeder € 43.670,09 (zijnde € 32.790,09 + € 9.530,00 + € 3.550,00 -/- € 2.200).

Eiseres heeft nog gesteld dat bij de berekening van de legitieme een extra bedrag van € 8.000,00 in aanmerking dient te worden genomen omdat uit ING-afschriften blijkt van overboeking van grote bedragen van de effectenrekening en gedaagde deze als contanten heeft ontvangen.

Gedaagde betwist dat dit bedrag apart moet worden meegenomen.

Dan zou dat bedrag volgens haar dubbel worden geteld.

Ter zitting heeft gedaagde ter onderbouwing daarvan uitgelegd dat vader bedragen van de effectenrekening aan haar heeft overgemaakt – welke bedragen dus al zijn meegenomen omdat die blijken uit eerder genoemde bankafschriften –, waarna zij deze contant heeft opgenomen en heeft verdeeld onder haarzelf en haar kinderen.

Omdat deze verklaring de rechtbank niet ongeloofwaardig overkomt, uit de productie ook blijkt van bedragen die door vader en moeder van de Oranjespaarrekening zijn afgeboekt en direct zijn doorgeboekt aan gedaagde en niet is gebleken van een bedrag van € 8.000,00 van de effectenrekening dat nog moet worden meegenomen naast de reeds opgetelde bedragen, zal de rechtbank geen rekening houden met dit bedrag.

De vorderingen van eiseres om de legitieme porties vast te stellen en gedaagde te veroordelen tot betaling daarvan aan haar, zullen gelet op het voorgaande worden toegewezen als hierna volgend.

De door eiseres gevorderde dwangsommen zullen worden afgewezen omdat oplegging van een dwangsom niet mogelijk is in geval van een veroordeling tot betaling van een geldsom (artikel 611a lid 1 Rv).

De vordering om dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren is toewijsbaar voor zover het de veroordeling tot betaling van de legitieme porties betreft, maar is niet toewijsbaar voor zover het de verklaringen voor recht betreft.

Tegen de gevorderde uitvoerbaarheid bij voorraad is geen verweer gevoerd, zodat deze met voornoemde kanttekening zal worden toegewezen.

Dit betekent dat de veroordelingen tot betaling ook ten uitvoer kunnen worden gelegd als er hoger beroep wordt ingesteld.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat legitieme over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het berekenen van de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de berekening van de legitieme, bezoek dan onze website over de legitieme. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.