De Rechtbank Rotterdam heeft onlangs uitspraak gedaan over het recht van de legitimaris op informatie ter berekening van de legitieme.
Op 5 mei 2022 is de heer A (hierna: erflater) overleden.
Erflater is de vader van eiser.
Erflater heeft daarnaast nog twee andere kinderen.
Gedaagde is de echtgenote van erflater.
Erflater heeft in zijn testament van 28 april 2021 gedaagde tot enig erfgenaam en executeur benoemd.
Zij heeft de nalatenschap van erflater zuiver aanvaard.
Eiser heeft aanspraak gemaakt op zijn legitieme portie, die opeisbaar is vanaf het moment van overlijden van gedaagde.
Eiser heeft bij gedaagde een en andermaal om een aantal gegevens gevraagd, zodat hij zijn legitieme portie kan berekenen.
Eiser stelt dat hij op grond van de artikelen 843a Rv en 4:78 BW recht heeft op inzage en afschrift van alle bescheiden die hij nodig heeft voor de berekening van zijn legitieme portie.
Erfrecht. Legitieme. Recht van de legitimaris op informatie ter berekening van de legitieme. Informatieverstrekking door de executeur. Onderbouwing. Proceskostenveroordeling.
De rechter oordeelt als volgt.
Op grond van artikel 4:78 lid 1 BW kan een legitimaris die niet erfgenaam is – zoals eiser – tegenover de erfgenamen en de met beheer van de nalatenschap belaste executeurs – gedaagde in dit geval – aanspraak maken op inzage en een afschrift van alle bescheiden die hij voor de berekening van zijn legitieme portie behoeft.
Deze informatieverplichting moet ruim worden uitgelegd, met de enkele beperking dat de gegevens nodig zijn voor de berekening van de legitieme portie.
Gedaagde heeft bij haar antwoord al diverse gevraagde bescheiden overgelegd en een toelichting gegeven op de nalatenschap van erflater.
Na de akte wijziging/vermeerdering van eis van eiser heeft gedaagde opnieuw een aanzienlijke hoeveelheid bescheiden overgelegd en toegelicht waarom bepaalde goederen wel of niet in de nalatenschap vallen.
Op de mondelinge behandeling is besproken welke aanvullende stukken van gedaagde nog nodig waren.
Na de mondelinge behandeling heeft gedaagde opnieuw een grote hoeveelheid bescheiden overgelegd en daarbij een toelichting gegeven.
Tegen deze achtergrond had het vervolgens op de weg van eiser gelegen om in zijn antwoordakte te onderbouwen welke stukken van gedaagde hij, mede gelet op de door gedaagde gegeven toelichting, nog miste om zijn legitieme portie te berekenen.
Eiser heeft dat echter niet gedaan en niet gesteld dat hij – inmiddels – nog bescheiden mist en welke dat dan zijn.
Dit betekent dat het ervoor gehouden moet worden dat de door eiser gevraagde bescheiden om zijn legitieme portie te berekenen inmiddels zijn verstrekt door gedaagde, zodat de vorderingen van eiser moeten worden afgewezen.
Dat volgens eiser, naar hij in zijn laatste akte heeft aangevoerd, de inboedel een hogere waarde dan € 500,- moet hebben en dat het eiser onduidelijk is waarom op 16 augustus 2021 een bedrag van € 70.000,- is gestort op de bankrekening bij de Eurobank en vervolgens op 10 september 2021 weer is overgeboekt naar een andere bankrekening, maakt het voorgaande niet anders.
Eiser heeft in deze procedure immers alleen gevraagd om het verstrekken van bescheiden.
Zijn vorderingen zien niet op het vaststellen van de hoogte van de legitieme portie.
Nu gedaagde pas in de onderhavige procedure in een paar tranches de terecht gevraagde bescheiden heeft overgelegd, zal zij in de proceskosten aan de kant van eiser worden veroordeeld.
Deze kosten worden tot vandaag vastgesteld op € 86,- aan griffierecht en € 1.535,- aan salaris voor de gemachtigde (2,5 punten x € 614,-), dit is totaal € 1.621,-.
Voor een veroordeling in de nakosten bestaat onvoldoende grond, nu er geen inhoudelijke veroordeling wordt uitgesproken.
Er worden ook geen dagvaardingskosten toegewezen, omdat eiser met een toevoeging procedeert.
Dit vonnis zal, zoals verzocht, wat de proceskostenveroordeling betreft uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard (artikel 233 Rv).
Dit betekent dat wanneer het geschil ook nog aan een hogere rechter wordt voorgelegd, in afwachting van diens uitspraak voorlopig toch al naleving van dit vonnis kan worden afgedwongen door de partij die in het gelijk is gesteld, zij het op eigen risico (de hogere rechter kan anders oordelen).
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat legitieme over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het berekenen van de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de berekening van de legitieme, bezoek dan onze website over de legitieme. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.