Het Gerechtshof Amsterdam heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag of een legitimaris een vorderingsrecht toekwam uit de zogenaamde Actio Pauliana.
In 2016 is erflater overleden.
In zijn testament heeft hij :
– alle eerder gemaakte uiterste wilsbeschikkingen herroepen;
– tot erfgenaam benoemd: ieder van zijn kinderen;
– bepaald dat op de nalatenschap de afdeling 4.3.1 BW (de wettelijke verdeling) van toepassing is;
– tot executeur benoemd: erflaatster
– als erfgenaam uitgesloten: iedere afstammeling die een beroep doet op de legitieme portie.
Eiser heeft een beroep gedaan op haar legitieme portie in de nalatenschap van erflater.
Eiser heeft aan haar verzoek ten grondslag gelegd dat gedaagden bij de verkoop van de woning van erflater aan hen in 2014 misbruik hebben gemaakt van de omstandigheden waarin erflater op dat moment verkeerde.
Ondanks het feit dat erflater te kennen had gegeven zijn kinderen gelijkelijk te willen bedelen, hebben gedaagden in de periode vlak voor zijn overlijden de woning voor € 155.000.- van hem gekocht, terwijl de woning een (getaxeerde) marktwaarde had van € 245.000,- á € 250.000,-.
Erflater heeft een groot deel van de koopsom, te weten een bedrag van € 111.000,-, bovendien omgezet in een geldlening en dat bedrag aan gedaagden geschonken.
De bevoordeling van gedaagden bestaat aldus niet alleen uit het verschil tussen de marktwaarde op dat moment en de lagere koopsom, maar ook uit het aansluitend gedeeltelijk kwijtschelden daarvan door erflater.
Nadat de woning werd verhuurd, eerst aan erflater en na zijn overlijden aan derden, hebben gedaagden de woning medio 2017 voor een bedrag van € 345.000,- verkocht.
Erfrecht. Legitieme. Schending van de legitieme. Gift. Te lage verkoopprijs voor woning? Komt de legitimaris een vorderingsrecht toe uit de Actio Pauliana? Derdenbescherming.
De rechter oordeelt als volgt.
De rechtbank heeft in haar bestreden vonnis van 2 september 2020 overwogen dat de wet in boek 4 BW voor eiser als legitimaris een uitvoerige regeling heeft getroffen om te bepalen of sprake is van schending van de legitieme, en als dat het geval mocht zijn, op welke wijze zij als legitimaris haar vordering op de erfgenamen/legatarissen en begiftigden dient te verhalen.
De stellingen van eiser strekken in essentie ertoe dat zij als legitimaris naast de in boek 4 gegeven bevoegdheden, ook de bevoegdheid heeft om op grond van artikel 3:45 BW een door erflater jegens gedaagden verrichte rechtshandeling te vernietigen.
Daarin kan eiser – aldus de rechtbank – om meerdere redenen niet worden gevolgd.
In de eerste plaats niet omdat zij in het geheel niet inzichtelijk heeft gemaakt dat de verkoop van de woning en de daarop gevolgde kwijtschelding van een deel van de koopsom ertoe hebben geleid dat zij haar legitieme portie niet heeft verkregen.
De omvang van de in aanmerking te nemen legitimaire massa en de schending van haar vordering uit hoofde van de legitieme zijn volgens de rechtbank door eiser volstrekt onvoldoende onderbouwd.
In de tweede plaats is de rechtbank van oordeel dat, zelfs als sprake zou zijn van een vordering uit hoofde van een legitieme portie, het op de weg van eiser had gelegen gemotiveerde stellingen te betrekken, waaruit volgt dat inkorting op de makingen niet, althans onvoldoende, resultaat zou bieden en dat daarom ook op giften ingekort zou moeten worden.
Dit geldt – aldus de rechtbank – eens te meer nu gedaagden bij wijze van verweer hebben aangevoerd dat – zou er al sprake zijn van een schending van de legitieme – het saldo van de nalatenschap toereikend is om de legitieme van eiser te voldoen.
Daarmee is ook niet komen vast te staan dat eiser enig belang heeft bij de uitoefening van de in artikel 3:45 BW genoemde vernietigingsbevoegdheid.
Zou deze bevoegdheid eiser al toekomen, dan zal vernietiging van de koopovereenkomst ook niet tot het door haar gewenste resultaat kunnen leiden, omdat niet in geschil is dat de woning inmiddels is verkocht aan een derde en op grond van 3:45 BW de rechten van deze derde dienen te worden geëerbiedigd.
Het voorgaande betekent volgens de rechtbank dat de vordering van eiser om de aan te wijzen notaris op te dragen de waarde van de reeds onttrokken zaken en woning te bepalen geen zelfstandige betekenis meer heeft.
De rechtbank heeft de vorderingen van eiser dan ook afgewezen en de kosten van de procedure gecompenseerd.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat legitieme over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het berekenen van de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de berekening van de legitieme, bezoek dan onze website over de legitieme. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.