De Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag of de waarde van een legaat moest worden meegerekend bij de vaststelling van de legitieme.

Eiseres heeft een beroep gedaan op haar legitieme portie in de nalatenschap van vader.

Tussen partijen is niet in geschil dat haar legitieme breukdeel 1/8 is.

Erfrecht. Legitieme. Berekening van de legitieme. Moet de waarde van een legaat worden meegerekend bij de vaststelling van de legitieme? Giften aan kinderen en kleinkinderen.

De rechter oordeelt als volgt.

Eiseres heeft een beroep gedaan op haar legitieme portie in de nalatenschap van vader.

Tussen partijen is niet in geschil dat haar legitieme breukdeel 1/8 is.

De legitieme portie wordt op grond van artikel 4:65 BW berekend over de waarde van de goederen van de nalatenschap (in ieder geval bestaande uit de helft van het totale vermogen, dus € 177.120,28), verminderd met bepaalde schulden, waarvan in deze zaak alleen de uitvaartkosten van € 9.517,00 een rol spelen, en vermeerderd met in aanmerking te nemen giften.

Welke giften in aanmerking moeten worden genomen, is in geschil en zal hierna worden beoordeeld.

Legaten zijn schulden van de nalatenschap die niet worden genoemd in artikel 4:65 BW.

Dat betekent dat de waarde van legaten moet worden meegerekend bij de legitimaire massa.

Giften

Op grond van artikel 4:67 BW moeten bij de berekening van de legitieme portie sommige door erflater gedane giften in aanmerking worden genomen.

In dit geval zijn de giften aan gedaagden in geschil (artikel 4:67 aanhef en onder d BW) en giften aan de kleinkinderen van vader die hebben plaatsgevonden binnen vijf jaar na overlijden (artikel 4: 67 aanhef en onder e BW).

Op grond van artikel 4:69 lid 1 sub b BW blijven gebruikelijke giften voor zover zij niet bovenmatig waren, buiten beschouwing.

Giften aan kinderen

Eiseres stelt zich op het standpunt dat giften aan gedaagden van ieder € 21.000,00 én giften aan ieder van hen van € 5.100,00, dus in totaal € 63.000,00 en € 15.300,00 in aanmerking moeten worden genomen.

Gedaagden betwisten dat: de giften van € 21.000,00 aan gedaagde 1 en gedaagde 2 zijn door moeder gedaan en deze heeft eiseres ook ontvangen, en de giften van € 5.100,00 in 2013 zijn gebruikelijke en niet bovenmatige giften.

De rechtbank overweegt dat tussen partijen in geschil is of de schenkingen van € 21.000,00 zijn gedaan door moeder, door de ouders samen of door vader.

Ten aanzien van gedaagde 3 staat vast dat zij de schenking van € 21.000,00 van vader heeft ontvangen, aangezien dit plaatsvond na het overlijden van moeder.

Naar het oordeel van de rechtbank moet deze schenking bij het bepalen van de legitimaire massa voor de helft, dus voor € 10.500,00 in aanmerking worden genomen, aangezien op grond van de bepaling in moeders testament het doen van giften, tenzij uitdrukkelijk anders aangegeven, voor de helft ten laste van het bezwaarde vermogen en voor de helft ten laste van vaders eigen vermogen geschiedt.

Ten aanzien van de schenkingen van € 21.000,00 aan gedaagde 1 en gedaagde 2 en de schenking aan eiseres overweegt de rechtbank dat zij alle drie zonder onderbouwing stellen hun eigen schenking van moeder te hebben ontvangen, doch dit (eveneens zonder onderbouwing) betwisten van de wederpartij.

De rechtbank ziet hierin aanleiding om ervan uit te gaan dat zij alle drie hun schenking hebben ontvangen van moeder.

Dat betekent dat zij bij de berekening van de legitieme portie niet in aanmerking genomen hoeven te worden.

Anders dan gedaagden acht de rechtbank de schenkingen van ieder € 5.100,00 die zij in 2013 hebben ontvangen in de omstandigheden van dit geval te groot van omvang om niet-bovenmatig te zijn.

Bovendien is niet gebleken dat het gebruikelijke giften betreft, het lijkt eerder eenmalig te zijn gedaan.

Deze giften moeten dan ook in aanmerking worden genomen.

Ook hier geldt dat op grond van de bepaling in moeders testament de helft van het bedrag in aanmerking zal worden genomen, derhalve € 7.650,00.

Giften aan kleinkinderen.

Eiseres stelt zich op het standpunt dat schenkingen aan de kleinkinderen vanaf 2014 in aanmerking moeten worden genomen, in totaal € 21.000,00.

Gedaagden betwisten dit, zij vinden dat het gebruikelijke en niet bovenmatige giften zijn.

De rechtbank overweegt dat deze schenkingen jaarlijks zijn gedaan, ook al vóór 2014, en dat het om één jaarlijkse gift van € 1000,00 of € 2.000,00 per kleinkind gaat.

Naar het oordeel van de rechtbank blijkt hier uit dat het om gebruikelijke giften gaat, aangezien zij jaarlijks werden herhaald, en zijn zij gelet op de bedragen in de gegeven omstandigheden niet bovenmatig.

Met deze schenkingen moet dan ook geen rekening worden gehouden.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat legitieme over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het berekenen van de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de berekening van de legitieme, bezoek dan onze website over de legitieme. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.