Kinderen kunnen aanspraak maken op een “legitieme portie”. Dat is een deel van de nalatenschap waar die het onterfde kind recht op heeft. De erfgenamen moeten de legitieme portie betalen. Een (geslaagd) beroep op de legitieme (portie) leidt dus in de eerste plaats tot een vordering op de erfgenamen gezamenlijk of op de echtgenoot. Soms ook ontstaat er een vordering op een derde die een gift heeft ontvangen van erflater.

Vaak is de legitieme portie pas na jaren opeisbaar, vooral wanneer er sprak eis van een langstlevende echtgenoot.

Met grote regelmaat is het onduidelijk of er (wettelijke) rente is verschuldigd over de legitieme portie. legitimaire aanspraak van een legitimaris. Dat komt door artikel 4:84 BW waarin staat dat de vordering wordt verhoogd met een percentage dat overeenkomt met dat van de wettelijke rente, voor zover dit percentage hoger is dan zes, berekend per jaar vanaf de dag waarop aanspraak op de legitieme portie is gemaakt, bij welke berekening telkens uitsluitend de hoofdsom in aanmerking wordt genomen. Omdat de rente al jaren niet meer hoger is dan 6% heeft verhoging van de verschuldigde hoofdsom na de invoering van het nieuwe erfrecht in 2003 nooit meer plaatsgevonden.

Dat betekent echter niet dat over de legitieme portie geen wettelijke rente is verschuldigd. Art. 4:84 BW bepaalt alleen of de legitieme portie, de hoofdsom, moet worden verhoogd  met een bepaald percentage. Artikel 4:84 BW bepaalt niet of er wettelijke rente is verschuldigd over de hoofdsom.

 

Om vast te stellen of wettelijke rente is verschuldigd is het nodig dat op juiste wijze aanspraak is gemaakt op de legitieme portie, dat de legitieme portie opeisbaar is en dat sprake is van verzuim. Als aan deze voorwaarden is voldaan, is wettelijke rente verschuldigd. Het betreft een samengestelde rente.