De Rechtbank Midden-Nederland heeft onlangs uitspraak gedaan over het recht op informatie ter berekening en vaststelling van de legitieme.
Erflater heeft op 27 maart 2017 voor het laatst over zijn nalatenschap beschikt.
In zijn testament heeft hij eisers onterfd en gedaagde benoemd tot enig erfgenaam en executeur.
Eisers hebben een beroep gedaan op hun legitieme.
Zij vorderen in de hoofdzaak dat de rechtbank de hoogte van hun legitieme vaststelt en gedaagde veroordeelt om de legitieme aan hen uit te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente.
Erfrecht. Legitieme. Recht op informatie ter berekening en vaststelling van de legitieme. Reikwijdte van de informatieplicht. Toetsingskader. Verstrekking van bankafschriften.
De rechter oordeelt als volgt.
Op grond van artikel 4:78 lid 1 BW heeft een legitimaris die niet erfgenaam is tegenover de erfgenamen, dan wel als er een met beheer belaste executeur in functie is, de executeur, aanspraak op inzage in en een afschrift van alle bescheiden die hij voor de berekening van zijn legitieme portie nodig heeft.
Ook moeten zij hem op zijn verzoek alle benodigde inlichtingen verschaffen.
Dit informatierecht moet ruim worden opgevat, maar is (zoals uit de tekst van het wetsartikel blijkt) wel beperkt tot gegevens die de legitimaris voor de berekening van zijn legitieme portie nodig heeft.
Artikel 4:78 geeft de legitimaris geen algemeen recht op rekening en verantwoording en ook geen algemeen recht op inzage in het uitgavepatroon de erflater.
Pas als de legitimaris voldoende aannemelijk maakt dat inzicht in het verloop van de bankrekeningen nodig is om de omvang van de legitieme vast te stellen, weegt zijn recht zwaarder dan het recht van de erflater en diens erfgenaam/partner op privacy.
Eisers hebben gesteld dat zij de bankafschriften nodig hebben om de verklaring van gedaagde te controleren dat er geen schenkingen zijn gedaan die van belang zijn voor de omvang van de legitieme, door gedaagde gesteld op € 1.426,82 per kind.
Verder hebben eisers gesteld dat de bankafschriften nodig zijn om te kunnen onderzoeken of erflater leningen heeft verstrekt en/of er sprake is van een vergoedingsrecht van erflater (en dus van de nalatenschap) op gedaagde of van een vordering op grond van artikel 3 van de huwelijkse voorwaarden (kosten huishouding).
De rechtbank is van oordeel dat gedaagde aan eisers voldoende informatie heeft verstrekt om de legitieme te kunnen berekenen en controleren.
Daarvoor hebben eisers de bankafschriften niet nodig.
Gedaagde heeft aan eisers namelijk onder meer al de volgende documenten ter beschikking gesteld:
- een boedelbeschrijving, met onderliggende bescheiden over onder meer de kosten van de uitvaart;
- afschriften van de vier en/of-rekeningen van gedaagde en erflater per datum overlijden bij ABN AMRO;
- financiële jaaroverzichten van ABN AMRO vanaf 2020 t/m 2023 waaruit het verloop van deze vier rekeningen bij ABN AMRO blijkt;
- de gezamenlijke IB-aangiften en aanslagen 2018 t/m 2023 van erflater en gedaagde, waaruit onder meer het inkomen van beiden en hun vermogen in box 3 blijken;
- Rekeningafschriften ter onderbouwing van de wijze waarop de aflossing van de hypotheek volgens gedaagde is gefinancierd.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat legitieme over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het berekenen van de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de berekening van de legitieme, bezoek dan onze website over de legitieme. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.