[A] woonde met zijn ouders in hun woning. Op een bepaald moment hebben de ouders besloten de naastgelegen koestal te laten verbouwen tot een seniorenwoning. De ouders zijn na de verbouwing in augustus 2004 in de seniorenwoning gaan wonen. [A] is in de woning bijven wonen. Hij heeft daarvoor geen vergoeding aan zijn ouders betaald. De kwestie was aan de orde bij de Rechtbank Noord-Holland die op 18 oktober 2017 uitspraak deed.
Beide ouders hadden een testament, maar dat hebben zij gewijzigd. De notaris heeft op 20 april 2006 de uiterste wilsbeschikking van de ouders verleden. In beide testamenten is [A] volledig onterfd en de volledige nalatenschap is in de testamenten toegewezen aan de (half)zuster van [A] , [E]. De desbetreffende gelijkluidende bepalingen in de testamenten luiden aldus:
“Ik sluit mijn zoon [A] uit als erfgenamen van mijn nalatenschap. (…) Voor het geval mijn voornoemde zoon een beroep op zijn legitieme portie mocht doen, bepaal ik dat daarmee moet worden verrekend: de alsdan gehele eventueel nog bestaande vordering op hem wegens achterstallige huur/vergoeding voor het gebruik van de woning vanaf een augustus tweeduizend vier, welke vordering uit de huwelijksgemeenschap geheel aan mijn nalatenschap moet worden toegedeeld.”
[A] vordert dat de rechtbank:
voor recht verklaart dat de notaris primair een onrechtmatige daad heeft begaan als gevolg van onrechtmatig althans onzorgvuldig handelen en/of nalaten, subsidiair dat hij wanprestatie heeft gepleegd, welke onrechtmatige daad en/of wanprestatie volledig aan de notaris kunnen worden toegerekend;
voor recht verklaart dat de notaris hoofdelijk en volledig aansprakelijk moeten worden gehouden jegens [A] voor de gevolgen van het handelen in verband met (onder meer) de hiervoor onder ‘a’ bepaalde onrechtmatige daad en/of wanprestatie;
de notaris hoofdelijk veroordeelt aan [A] tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen het bedrag van de door [A] geleden en nog te lijden schade, op te maken bij staat en te vermeerderen met de wettelijke rente ex art. 6:119 BW vanaf 18 juni 2007 (overlijden van de moeder), tot de dag der algehele voldoening;
de notaris hoofdelijk veroordeelt in de kosten van dit geding, waaronder salaris advocaat, te vermeerderen met alle (na)kosten.
[A] is van mening dat zijn moeder op 20 april 2006, de datum van het verlijden van haar testament, wilsonbekwaam was, althans dement, althans dat zij op die datum niet meer in staat was tot redelijke waardering van haar belangen. [A] verwijt de notaris dat zij de akte heeft laten passeren, ondanks dat zij op de hoogte was of moest zijn van de bedoelde geestestoestand van de moeder.
Daarnaast verwijt [A] de notaris dat zij de beide ouders destijds, vlak voor het overlijden van de vader, onjuist heeft geadviseerd, althans een advies heeft verstrekt dat van een redelijk handelend en redelijk bekwaam notaris niet had mogen worden verwacht.
Ten slotte verwijt [A] de notaris dat zij vanwege privéomstandigheden destijds zelf niet, althans onvoldoende (wils)bekwaam was ter gelegenheid van het passeren van de beide testamenten en dat zij alleen al daarom niet had mogen passeren.
[A] vecht echter niet de geldigheid van het testament aan, maar spreekt de notaris aan, omdat zij haar zorgplicht zou hebben geschonden. Zijn moeder was ten tijde van het wijzigen van het testament dement en de notaris had dat moeten opmerken, aldus [A] .
[A] betwist niet dat zijn vader ten tijde van het wijzigen van zijn testament nog in staat was om zijn belangen te behartigen. Hij stelt weliswaar dat zijn vader op dat moment aan kanker leed, met uitzaaiingen naar zijn botten en dat hij daarvoor pijnbestrijding kreeg, maar dat zegt nog niets over zijn mentale staat. Bovendien heeft [A] zelf als onderbouwing van zijn stellingen aangevoerd dat zijn vader ook in april 2006 nog dominant over zijn moeder was. De rechtbank acht aannemelijk dat juist de terminale ziekte van vader aanleiding was om na te denken over zijn nalatenschap en gaat ervan uit dat het gewijzigde testament van vader zijn laatste wil verwoordde. Tegen deze achtergrond is niet onmiddellijk aannemelijk dat het testament van moeder niet haar werkelijke wil verwoordde.
[A] woonde sinds 2004 naast zijn ouders. Ook na het overlijden van zijn vader in 2006 is hij naast zijn moeder blijven wonen. Moeder leed aan diabetes en had een hoge bloeddruk. Toch is er in deze periode geen arts geweest die iets heeft vastgelegd over enige dementie van moeder. Nergens wordt de stelling van [A] dat zijn moeder dementerend was met enige medische verklaring onderbouwd. Er was de nodige thuishulp, maar voorzover bekend is ook daar geen indicatie gegeven waarbij dementie een rol heeft gespeeld of zelfs maar is genoemd.
[A] heeft naar eigen zeggen ook nooit met zijn zus [E] (met wie hij toen nog een goede verstandhouding had) over dementie van moeder gesproken. [A] had naar eigen zeggen regelmatig contact met de huisarts van zijn ouders, onder andere over medicijnen, maar ook met de huisarts heeft [A] nooit over dementie van zijn moeder gesproken.
[A] baseert zijn stelling vooral op feiten, die ontleend zijn aan zijn eigen ervaringen met zijn moeder. Het lijkt erop dat hij deze feiten achteraf is gaan interpreteren als symptomen van dementie. De moeder zou op haar verjaardag driemaal binnen korte tijd aan [A] hebben gevraagd of hij het eten lekker vond. Als tweede argument voert [A] aan dat zijn moeder altijd een verwoed puzzelaarster was en dat hij later heeft ontdekt dat zij in een puzzel in 2004 diverse fouten had gemaakt, die zij voorheen nooit maakte. Moeder deed ook niets meer met haar vroegere hobby’s en kwam ook niet meer buiten. Ze was in 2006 niet meer aanspreekbaar en een praatje met haar maken was niet meer mogelijk, aldus A.
Uit geen van de getuigenverklaringen volgt dat moeder ten tijde van het wijzigen van haar testament in 2006 dementerend was. Bewijs van die stelling heeft [A] dus niet geleverd en al helemaal niet van het tweede deel van zijn stelling dat zijn moeder (daardoor) niet meer in staat was haar belangen te overzien.
Anders dan waarvan [A] in zijn stellingen uitgaat, hoefde de notaris bij het opstellen van het gewijzigde testament geen rekening te houden met de belangen van [A] . De zorgplicht strekte er in dit geval toe dat de notaris zich ervan vergewiste dat de verklaring van de ouders dat zij hun zoon wilden onterven, overeenstemde met hun wil. De notaris diende te toetsen of vader en moeder begrepen wat de rechtsgevolgen zouden zijn van hun keuze. De rechtbank stelt vast dat de notaris haar zorgplicht niet heeft geschonden en geen beroepsfout heeft gemaakt. De vordering zal daarom worden afgewezen.
[A] gaat verder, hij heeft op basis van eigen onderzoek een “Reconstructie van het leven van notaris [B]” gemaakt. Zijn onderzoek bestond, zo beschrijft hij, uit gesprekken met onder meer oud-collega’s, medestudenten en de moeder van de notaris. De dagvaarding meldt hierover het volgende:
“Blijkens de reconstructie lijdt de notaris aan epilepsie en als gevolg daarvan faalt haar geheugen regelmatig. Als gevolg van een aantal zeer stressvolle, althans uitzonderlijk ingrijpende gebeurtenissen in het leven van de notaris, is [A] tot de conclusie gekomen dat het beoordelingsvermogen van de notaris destijds bij het passeren van de akte dermate is aangetast, dat de notaris alleen daarom al de akte van de moeder niet had mogen verlijden en overigens toen überhaupt niet aan het werk als notaris had mogen zijn. (…)
In het najaar van 2004 overleed plotseling de partner van de notaris. Twee dagen later overleed de zuster van de notaris. De uitvaart van de partner en de zuster was daags achter elkaar. [A] concludeert dat de notaris als gevolg van de vele stressvolle gebeurtenissen een score behaalde destijds van 457 punten op de zogeheten ‘Life Event Scale’. Volgens psychiaters die verantwoordelijk zijn voor het opstellen van deze schaal, is het risico op ziek worden hoog tot zeer hoog bij een score van boven de 300 punten.”
Anders dan de advocaat van [A] – ter zitting naar de professionele onderbouwing van dit standpunt gevraagd – acht de rechtbank dit standpunt van [A] volstrekte onzin en gaat er verder aan voorbij.
Lees hier de hele uitspraak.