Van onze advocaat legitieme. De Rechtbank Overijssel heeft enige tijd geleden uitspraak gedaan over een vordering van de legitimaris tegen de executeur in een nalatenschap. Het voldoen van legitieme portie is een vordering op de erfgenamen en niet op de executeur. Dat de erfgenaam en de executeur één en dezelfde persoon zijn, maakt dit niet anders.

In de boedelbeschrijving verklaart de executeur dat de nalatenschap ten tijde het overlijden van de erflater was samengesteld zoals in de Omschrijving vermogensbestanddelen.

De executeur stelt dat door hem een volledige boedelbeschrijving is opgesteld ten overstaan van de notaris.

Ten aanzien van de door de legitimaris verlangde financiële informatie sinds 2002 brengt de executeur naar voren dat de legitieme wordt berekend over de waarde van de goederen der nalatenschap op het tijdstip onmiddellijk na overlijden, welke waarde kan worden vermeerderd wegens bepaalde giften en verminderde wegens bepaalde schulden. De legitimaris maakt niet duidelijk welk belang zij heeft bij de financiële bescheiden en zij onderbouwt dat ook niet, aldus de executeur.

Vordering van de legitimaris tegen executeur in nalatenschap. Voldoen van legitieme portie is een vordering op de erfgenamen en niet op de executeur.

De rechter oordeelt als volgt.

De executeur heeft een notariële boedelbeschrijving overgelegd.

Artikel 4:78, tweede lid, BW biedt de legitimaris de mogelijkheid aan de rechter te verzoeken de executeur op te doen roepen ten einde de deugdelijkheid van de boedelbeschrijving in tegenwoordigheid van de legitimaris onder ede te bevestigen. De legitimaris heeft van die mogelijkheid geen gebruik gemaakt.

De executeur heeft gesteld dat de door legitimaris genoemde vermogensbestanddelen die zouden ontbreken op de boedelbeschrijving, er niet zijn.

De rechter wijst af de in algemene termen geformuleerde vordering om op straffe van verbeurte van een dwangsom ‘alle financiële informatie’ ter beschikking te stellen.

De rechter neemt de boedelbeschrijving tot uitgangspunt.

De rechter is van oordeel dat bij de huidige stand van zaken kan worden uitgegaan van de juistheid van de in de boedelbeschrijving vermelde vorderingen op de legitimaris.

Ingevolge artikel 4:78 BW kan de legitimaris tegenover de executeur aanspraak maken op inzage en een afschrift van alle bescheiden die zij voor de berekening van haar legitieme portie behoeft en verstrekt de executeur haar desverlangd alle daartoe strekkende inlichtingen.

Aldus dient de executeur bescheiden aan de legitimaris ter inzage en in afschrift te verstrekken die betrekking hebben op en inlichtingen te verstrekken over de omvang van de erfenis.

De vordering om de executeur te veroordelen aan de legitimaris te voldoen de haar toekomende legitieme, nader op te maken bij staat en te vereffenen als volgens de wet, zal worden afgewezen.

Een legitimaris heeft een vordering op de erfgenamen. Dit betekent dat de legitimaris, indien de nalatenschap niet negatief is, een vordering heeft op de erfgenamen en niet op de executeur.

De vordering van de legitimaris is ingesteld tegen de executeur.

Artikel 136 Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (Rv) staat aan toewijzing in de weg.

Dat erfgenaam en executeur één en dezelfde persoon zijn, maakt dit niet anders.

Immers: die situatie ligt juist ten grondslag aan artikel 136 Rv.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag over de vereffening en verdeling van een erfenis, over het kindsdeel of over de legitieme, over de taken en bevoegdheden van een executeur of over informatieverstrekking over een erfenis, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.