Van onze advocaat legitieme. Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft op 29 januari 2019 uitspraak gedaan over de berekening van de legitieme portie ten aanzien van een vermeende gift.

De zaak gaat tussen de kinderen van erflater, de broer en zus. De broer maakt aanspraak op zijn legitieme portie in de nalatenschap van zijn vader. De broer heeft de procedure tegen zijn zus aanhangig gemaakt. De broer stelt dat de zus hem een aantal stukken met betrekking tot de nalatenschap van hun vader dient te verstrekken en dat de opgestelde berekening van zijn legitieme portie op een aantal punten verbeterd dient te worden.

Op grond daarvan vorderde de broer in eerste aanleg aanvankelijk afgifte van de door hem genoemde documentatie, verschillende correcties van de berekening van zijn legitieme portie en veroordeling van de zus tot betaling van de aldus gecorrigeerde legitieme portie en van € 1.093,84 aan buitengerechtelijke kosten, een en ander te vermeerderen met de wettelijke rente. De zus heeft de vorderingen bestreden. De door de broer gewenste documentatie heeft zij hem verstrekt.

De grief van de broer betreft de kapitaalverzekering. De premies die de erflater vanaf 1 juli 2004 tot zijn overlijden heeft betaald zijn volgens de broer ten onrechte niet in de berekening van de legitieme portie betrokken.

De rechter heeft deze premiebetalingen aangemerkt als gift van de erflater aan zijn kleindochter, die niet ongebruikelijk of bovenmatig is.

Volgens de broer blijkt uit de verzekeringspolis niet dat de kleindochter de begunstigde van de verzekering is. Volgens de broer is de verzekering van de schoonzoon en deze kan de begunstiging wijzigen. Een maandelijkse gift aan een schoonzoon is volgens de broer niet gebruikelijk, terwijl indien de verzekering ten behoeve van de kleindochter strekt de premie bij de financiële situatie van de erflater bovenmatig is te achten.

De zus heeft dit bestreden. Volgens haar is het steeds de bedoeling geweest dat de kleindochter de begunstigde zou zijn van de premiebetalingen dan wel het spaarsaldo.

Door de erflater werd maandelijks een bedrag van € 100,= betaald, terwijl de ouders van de kleindochter de kinderbijslag betaalden. Begunstiging van de voormalige schoonzoon van de erflater was en is niet aan de orde. Een regeling waarbij grootouders maandelijks een bepaald bedrag voor hun kleinkinderen beschikbaar stellen, is niet ongebruikelijk, aldus de advocaat van de zus. Het bedrag dat door de erflater voor zijn enige kleinkind werd betaald was ook niet bovenmatig, aangezien hij naast zijn AOW-uitkering een ruim pensioen had van € 2.000,- netto per maand.

De berekening van de legitieme portie in verband met gestelde gift. Kapitaalverzekering. Bovenmatige gift?

Het hof overweegt het volgende.

In de gegevens uit de polis van de kapitaalverzekering staat de schoonzoon vermeld als verzekeringnemer en de kleindochter als verzekerde.

Anders dan de broer meent, ondersteunt de polis niet zijn relaas, maar dat van de zus. Het relaas van de zus over de bedoeling en bestemming van de premiebetalingen voor de kapitaalverzekering door haar vader is naar het oordeel van het hof zonder meer aannemelijk en sluit aan bij een veel voorkomende praktijk waarbij grootouders tijdens hun leven geld opzijzetten ten behoeve van bijvoorbeeld de opleiding van hun kleinkinderen.

In dit geval gaat het om slechts één kleinkind. Het feit dat de erflater daarnaast in zijn testament voor haar een legaat van € 10.000,- heeft opgenomen is hiermee niet in tegenspraak maar veeleer een bevestiging van diens wens om zijn enige kleindochter financieel bij te staan.

Volgens artikel 4:69 lid 1 sub b BW worden bij de berekening van de omvang van de legitieme portie gebruikelijke giften buiten beschouwing gelaten voor zover zij niet bovenmatig waren.

Uit het voorgaande blijkt dat de premiebetalingen ten behoeve van dochter van de zus niet als ongebruikelijk kunnen worden aangemerkt.

Met betrekking tot de vraag of deze betalingen als bovenmatig gezien moeten worden, is het antwoord naar het oordeel van het hof dat dit niet het geval is.

Het bedrag dat de erflater per jaar aan premies heeft betaald bedraagt € 1.200,-. Zoals de zus ook heeft aangevoerd, blijft dit bedrag ruim onder de drempel voor de schenkbelasting. Dit is een aanwijzing dat het bedrag op jaarbasis als zodanig niet als bovenmatig zal worden beschouwd.

Afgezet tegen de financiële omstandigheden van de erflater is dit ook niet het geval. Over de gehele periode waarop de betaling van de premie betrekking op heeft, beschikte de erflater in ieder geval over een toereikend vast inkomen, terwijl ook het overzicht van zijn nalatenschap dat is opgenomen in de berekening er in het geheel niet op wijst dat de premiebetalingen in dat opzicht als bovenmatig aangemerkt zouden moeten worden.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag over de verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament, over de legitieme of over het kindsdeel of over giften en schenkingen in het erfrecht, en in het bijzonder bij de vaststelling van de omvang van de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.