Van onze advocaat legitieme. Het Gerechtshof Den Haag heeft enige tijd geleden uitspraak gedaan over de schorsing van de uitvoerbaarheid van vonnis tot betaling van de legitieme portie.

Legitieme portie. Schorsing uitvoerbaarverklaring bij voorraad? Dagelijkse levensbehoefte. Belangenafweging. Schorsing?

Kort weergegeven gaat het in deze zaak om het volgende. Erfgenamen zijn kinderen van erflater.

Bij testament van 11 april 1995 heeft erflater over zijn nalatenschap beschikt en de kinderen, ieder voor de helft, tot zijn enige erfgenamen benoemd.

Daarnaast heeft erflater in het testament percelen grond gelegateerd aan erfgenamen en aan moeder, als langstlevende echtgenoot.

Erfgenamen hebben na overlijden van erflater aanspraak gemaakt op hun legitieme portie. Bij het bestreden vonnis zijn appellanten, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeeld om aan ieder van de erfgenamen te betalen de aan hem/haar toekomende legitieme portie minus de waarde van het aan hem/haar toegekende legaat en minus de voor hem/haar rekening komende erfbelasting.

In geschil is thans de uitvoerbaarverklaring bij voorraad van deze veroordeling tot betaling van de legitimaire vorderingen.

Appellanten stellen dat hun belang bij behoud van de huidige situatie totdat in hoger beroep over de zaak is beslist zwaarder weegt dan het belang van geïntimeerden om de veroordeling direct ten uitvoer te brengen.

Vonnis tot betaling van legitieme portie. Dagelijkse levensbehoefte. Beslag. Schorsing?

De kinderen voeren daartoe, kort weergegeven, het volgende aan. Kind 1 leeft van een studiebeurs. De langstlevende echtgenoot heeft een WAO-uitkering.

Het is evident dat appellanten de in eerste aanleg toegewezen som niet nu (ineens) kunnen betalen. In ieder geval niet zonder dat er onroerend goed – een woning die op naam van moeder staat – zal zijn verkocht. Het onroerend goed staat reeds in de verkoop, echter bank- dan wel andere beslagen blokkeren de voortgang van die verkoop. Immers, appellanten zullen door de beslagen zodanig beperkt gaan worden in het voldoen van hun dagelijkse levensbehoeften dat van voortgang rond de verkoop geen sprake meer kan zijn. Het belang van appellanten om voortgang te kunnen blijven behouden voor de dagelijkse levensbehoeften weegt op het moment zwaarder dan het belang van geïntimeerden om de toegewezen vordering te kunnen verzilveren.

Geïntimeerden voeren verweer en stellen dat hetgeen de kinderen aanvoeren geen grond oplevert voor schorsing van de uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

Zij voeren daartoe, kort weergegeven, het volgende aan. Het op de bankrekening van appellanten gelegde beslag blokkeert de verkoop van het onroerend goed op geen enkele wijze. Dat appellanten beperkte inkomstenbronnen hebben maakt dit naar de mening van geïntimeerden niet anders. Het leggen van het bankbeslag maakt niet dat er voor appellanten geen middelen zouden zijn voor de dagelijkse levensbehoeften. Bovendien hebben appellanten inkomsten uit verhuur van het onroerend goed.

Geïntimeerden stellen dat hun belang daarin is gelegen dat zij niet op het hen krachtens de veroordeling toekomende geldbedrag hoeven te wachten tot de veroordeling onherroepelijk is geworden. Appellanten daarentegen hebben hun belang bij schorsing niet aangetoond. Zo hebben zij niet gesteld dat het voor hen niet mogelijk is het bankbeslag af te wenden door op enigerlei (andere) wijze tegemoet te komen aan het belang van geïntimeerden bij executie. Daarbij laten executoriale maatregelen onverlet dat de woning gewoon verkocht kan worden.

De rechter oordeelt als volgt. Bij de beoordeling van een incidentele vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis op de voet van artikel 351 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) geldt in het licht van de rechtspraak van de Hoge Raad (HR 30 mei 2008, HR:2008:BC5012 en HR 20 maart 2015, HR:2015:688) het volgende:

-De eiser in het incident moet belang hebben bij de gevorderde schorsing van de tenuitvoerlegging.

-Bij de beoordeling moeten de belangen van partijen worden afgewogen in het licht van de omstandigheden van het geval.

-Bij deze afweging moet worden uitgegaan van de bestreden beslissing en de daaraan ten grondslag liggende vaststellingen en oordelen, en blijft de kans van slagen van het tegen die beslissing aangewende rechtsmiddel in beginsel buiten beschouwing. Dit kan anders zijn indien het bestreden vonnis, waarvan beroep is ingesteld, klaarblijkelijk berust op een juridische of feitelijke misslag dan wel indien na de bestreden beslissing feiten of omstandigheden zijn voorgevallen of aan het licht gekomen, die kunnen rechtvaardigen dat van die eerdere beslissing wordt afgeweken.

-Indien in de vorige instantie een gemotiveerde beslissing is gegeven over de uitvoerbaarverklaring bij voorraad, zal de incidenteel eiser die wijziging van deze beslissing wenst, aan zijn verzoek feiten en omstandigheden ten grondslag moeten leggen die bij de door de vorige rechter gegeven beslissing niet in aanmerking konden worden genomen doordat zij zich eerst na de uitspraak van de vorige rechter hebben voorgedaan, en die kunnen rechtvaardigen dat van die eerdere beslissing wordt afgeweken.

-Indien in de vorige instantie geen gemotiveerde beslissing is gegeven over de uitvoerbaarverklaring bij voorraad, geldt de hiervoor onder (IV) vermelde eis niet en dient te worden beslist met inachtneming van het hiervoor onder (I)-(III) vermelde.

Appellanten stellen dat hun belang bij schorsing van de uitvoerbaarverklaring bij voorraad daarin is gelegen dat zij kunnen blijven voorzien in hun dagelijkse behoeften.

Appellanten dienen uitvoering te geven aan een rechterlijke beslissing, tenzij komt vast te staan dat zij in een onmogelijke positie verkeren om aan deze beslissing uitvoering te kunnen geven dan wel dat er voor hen een noodsituatie ontstaat indien zij uitvoering moeten geven aan de rechterlijke beslissing.

De rechter is van oordeel dat appellanten een en ander niet hebben aangetoond en overweegt daartoe als volgt.

Appellanten hebben geen inzicht gegeven in hun huidige financiële situatie. Zo hebben zij niet aangegeven wat de hoogte is van hun maandelijkse inkomens noch van hun maandelijkse lasten dan wel eventueel vermogen. De rechter ziet voorts zonder nadere toelichting niet in dat de verkoop van de woning als zodanig (zonder de opbrengst waarvan zij zeggen de geldbedragen (ineens) aan geïntimeerden niet te kunnen voldoen) wordt geblokkeerd door het gelegde bankbeslag.

Volgens appellanten zullen zij door het beslag zodanig beperkt gaan worden in het voldoen van hun dagelijkse levensbehoeften, dat van voortgang rond de verkoop van de woning geen sprake meer kan zijn. Nu de woning reeds in de verkoop is gegeven, gaat de rechter er vanuit dat eventuele kosten voor het verkoop klaar maken van de woning reeds zijn voldaan.

Appellanten zullen voorts kunnen beschikken over de studiefinanciering en WAO-uitkering die op de bankrekening(en) waarop beslag is gelegd worden gestort na de datum van het gelegde beslag. Die gelden vallen niet onder het beslag. Op welke andere wijze het gelegde bankbeslag de verkoop verbintenisrechtelijk zou kunnen bemoeilijken is door appellanten gesteld noch gebleken.

Voorts zijn door appellanten geen feiten of omstandigheden gesteld die na de bestreden beslissing zijn voorgevallen of aan het licht zijn gekomen, die kunnen rechtvaardigen dat van die eerdere beslissing wordt afgeweken. Uit het vorenstaande volgt naar het oordeel van de rechter dat appellanten geen deugdelijke argumenten hebben aangevoerd ter onderbouwing van hun stelling dat hun belang zwaarder dient te wegen dan het belang van geïntimeerden bij uitvoering van het bestreden vonnis. De rechter wijst de vordering van appellanten tot schorsing van de uitvoerbaarverklaring bij voorraad derhalve af.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag over de vereffening en verdeling van een erfenis, over de legitieme of over het kindsdeel, over de vaststelling van de waarde van de legitieme of over de zorgbehoefte en het uitbetalen van de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.