Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft enige tijd geleden uitspraak gedaan over het verzwijging van gelden die behoren tot een nalatenschap en het verbeuren van het aandeel in de nalatenschap.

Geïntimeerde stelt dat appellant opzettelijk heeft verzwegen dat de verkoopopbrengst van de brommobiel tot de nalatenschap behoort.

Als dat klopt verbeurt appellant zijn aandeel in die opbrengst en komt deze alleen aan geïntimeerden toe.

Dat bepaalt artikel 3:194 lid 2 BW.

De rechtbank heeft de stelling van geïntimeerde gevolgd.

Appellant is het daar niet mee eens.

Verzwijging van gelden die behoren tot een nalatenschap. Verbeuren van het aandeel in de nalatenschap.

De rechter oordeelt als volgt.

Wat is er precies gebeurd?

Appellant heeft de brommobiel van erflater verkocht en de verkoopopbrengst gestort op een eigen bankrekening.

Appellant wist dat deze verkoopopbrengst tot de nalatenschap van erflater behoorde.

Toch heeft hij dit bedrag niet opgenomen in de boedelbeschrijving die hij heeft gemaakt.

Het hof vindt dat daarmee vaststaat dat appellant opzettelijk heeft verzwegen dat die opbrengst tot de nalatenschap behoort.

Voor het ‘opzettelijk’ verzwijgen van een goed als bedoeld in artikel 3:194 lid 2 BW is voldoende dat de desbetreffende deelgenoot weet dat het verzwegen goed tot de gemeenschap behoort.

Daarvoor is niet nodig dat appellant het oogmerk had om rechten van geïntimeerden te verkorten (Hoge Raad, 22 december 2017, HR:2017:3262).

Ieder verzwijgen leidt tot de sanctie van artikel 3:194 lid 2 BW, ook als nog geen verdeling heeft plaatsgevonden.

Dit strookt met de strekking van de onderhavige bepaling om oneerlijk gedrag van de deelgenoten tegenover elkaar te ontmoedigen.

Deelgenoten zijn immers in de regel in hoge mate afhankelijk van de juistheid en volledigheid van de over en weer door hen verschafte inlichtingen omtrent het bestaan van tot de gemeenschap behorende goederen (Hoge Raad, 31 maart 2017, HR:2017:565).

Appellant heeft zijn aandeel in de verkoopopbrengst verbeurd.

Het gevolg daarvan is dat de vordering van de nalatenschap op hem tot betaling van dit bedrag, dat volgens geïntimeerde op € 10.700,- moet worden vastgesteld, aan geïntimeerden samen is gaan toebehoren, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat legitieme over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het berekenen van de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de berekening van de legitieme, bezoek dan onze website over de legitieme. Klik dan hier.