De Rechtbank Rotterdam heeft enige tijd geleden uitspraak gedaan over de bevoegdheid van de rechter in het geval dat er samenhangende vorderingen zijn bij het verschaffen van inlichtingen ter berekening van de legitieme.

Eiser vordert te bepalen dat het tot de nalatenschap behorende onroerende goed dient te worden getaxeerd door een door de rechtbank aan te stellen NVM makelaar, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom, en dat de executeur van de nalatenschap van vader in haar hoedanigheid van erfgenaam in de nalatenschap van vader en moeder, te veroordelen om inlichtingen te verstrekken met betrekking tot de tot de nalatenschap van vader en moeder behorende roerende zaken en al hetgeen, al dan niet middels schenking voorafgaand of rond het overlijden is verkregen, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom.

Eisers stellen hiertoe dat de vordering in de hoofdzaak tot het verschaffen van inlichtingen, een vordering op grond van 4:78 BW betreft en dat een dergelijke vordering bij de kantonrechter moet worden ingesteld.

Omdat de overige vorderingen nauw samenhangen met de vordering moeten ook die vorderingen door de kantonrechter worden behandeld en beslist.

Legitieme. Informatieverstrekking. Procesrecht. Bevoegdheid van de rechter bij samenhangende vorderingen.

De rechter oordeelt als volgt.

Op grond van artikel 93 aanhef en onder d Rv worden door de kantonrechter behandeld en beslist zaken ten aanzien waarvan de wet dit bepaalt.

Indien een zaak meer vorderingen betreft en tenminste één daarvan een vordering is als bedoeld in artikel 93 onder d Rv worden deze vorderingen alle door de kantonrechter behandeld en beslist, voor zover de samenhang van de vorderingen zich tegen afzonderlijke behandeling verzet (artikel 94 lid 2 Rv).

Eiser vordert in de hoofdzaak dat de erfgenamen worden veroordeeld om inlichtingen te verstrekken met betrekking tot de nalatenschap van vader.

Eiser heeft ten aanzien van de nalatenschap van vader als legitimaris-niet erfgenaam te gelden.

Artikel 4:78 lid 1 BW bepaalt dat een legitimaris die niet erfgenaam is, tegenover de erfgenamen en met het beheer der nalatenschap belaste executeurs aanspraak kan maken op inzage en een afschrift van alle bescheiden die hij voor de berekening van zijn legitieme portie behoeft.

Naar het oordeel van de rechtbank wordt in deze bepaling een materieelrechtelijke aanspraak toegekend.

Lid 1 bepaalt – anders dan in het tweede lid het geval is – niet welke rechter bevoegd is (en op welke wijze een dergelijke aanspraak moet worden ingesteld).

Aldus biedt artikel 4:78 lid 1 BW geen wettelijke basis voor de bevoegdheid van de kantonrechter ten aanzien van de vordering.

Er is ook geen andere wettelijke basis voor die bevoegdheid.

Tegen de achtergrond van het voorgaande en nu voor wat betreft de overige vorderingen niet is gebleken dat de kantonrechter bij uitsluiting bevoegd is, is er geen aanleiding voor verwijzing van de zaak naar de kantonrechter.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat legitieme over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het berekenen van de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de berekening van de legitieme, bezoek dan onze website over de legitieme. Klik dan hier.