Van onze advocaat legitieme. De Rechtbank Overijssel heeft enige tijd geleden uitspraak gedaan over het opvragen van informatie voor het vaststellen van de omvang van de legitieme.
Eiseres als legitimaris legt aan haar vorderingen ten grondslag dat zij inzage wenst te krijgen in de bankproducten van haar ouders, om de omvang van haar legitieme portie in de nalatenschap van haar vader vast te kunnen stellen.
Machtiging tot zelf opvragen bescheiden bij bank. Artikel 843a Rv en 3:299 BW.
In haar akte van 7 juni 2017 vermeldt legitimaris dat het alle bankafschriften van de hypothecaire geldlening (opeethypotheek) vanaf de datum van overlijden van haar moeder, te weten 16 juli 2006, en alle bankafschriften van alle bankrekeningen van haar vader en/of moeder vanaf de datum van overlijden van haar moeder betreft.
Omdat de erfgenaam zelf geen medewerking verleent, vraagt legitimaris vervangende toestemming aan de rechtbank, welke de toestemming van de erfgenaam vervangt.
Legitimaris stelt dat er telefonisch overleg met de Rabobank is geweest, waarin de Rabobank heeft aangegeven dat zij als legitimaris inzage en afschrift kan verschaffen, indien zij een rechterlijke uitspraak kan overleggen waarin door de rechtbank vervangende toestemming wordt verleend, welke de toestemming van de erfgenaam vervangt.
Opvragen informatie voor het vaststellen van de legitieme. Rechterlijke machtiging.
De rechter oordeelt als volgt.
Krachtens artikel 843a Rv kan hij die daarbij rechtmatig belang heeft op zijn kosten inzage, afschrift of uittreksel vorderen van bepaalde bescheiden aangaande een rechtsbetrekking waarin hij of zijn rechtsvoorgangers partij zijn, van degene die deze bescheiden te zijner beschikking of onder zijn berusting heeft.
Is aan deze voorwaarden voldaan, dan bestaat desalniettemin geen gehoudenheid tot overlegging van bescheiden indien daarvoor gewichtige redenen bestaan of indien redelijkerwijs aangenomen kan worden dat een behoorlijke rechtsbedeling ook zonder verschaffing van de gevraagde gegevens is gewaarborgd. Van een rechtmatig belang is sprake indien een materieelrechtelijke aanspraak op de gevraagde bescheiden bestaat dan wel sprake is van een bewijsbelang.
De rechter stelt voorop dat eiseres als legitimaris van haar vader het recht heeft om kennis te nemen van alle benodigde gegevens om haar legitieme portie te kunnen berekenen.
Het rechtmatig belang bij haar incidentele vorderingen is daarmee een gegeven. De stelling van erfgenaam dat de legitimaris geen belang meer heeft bij haar vorderingen, omdat hij reeds gedocumenteerd inzicht heeft verschaft in de huurinkomsten en kosten van de woning, wordt verworpen.
Om haar legitieme portie te kunnen berekenen zijn meer gegevens dan enkel die met betrekking tot de verhuur van de woning van belang. Bovendien moet de legitimaris over dezelfde gegevens als erfgenaam kunnen beschikken en niet afhankelijk zijn van de selectie die de erfgenaam uit de beschikbare gegevens voor haar maakt.
De bescheiden hebben betrekking op een rechtsbetrekking waarin enerzijds eiseres als legitimaris en anderzijds gedaagde als erfgenaam en executeur partij is. De rechtbank verwerpt het verweer van de erfgenaam dat dit niet geldt voor de bankafschriften van zijn eenmanszaak. Om haar legitieme portie te kunnen berekenen dient legitimaris kennis te kunnen nemen van alle huurinkomsten en kosten die de erfgenaam heeft ontvangen en gemaakt in verband met de verhuur van de woning, ongeacht of dit via de erfgenaam in privé of via zijn eenmanszaak is gegaan.
De rechter is verder van oordeel dat de bescheiden waarvan inzage c.q. afschrift wordt gevorderd voldoende bepaald zijn. De vordering heeft betrekking op specifieke bescheiden, namelijk bankafschriften van de erflaters vanaf de overlijdensdatum en de bankafschriften van de erfgenaam dan wel zijn eenmanszaak.
De advocaat van legitimaris heeft onweersproken gesteld dat de erfgenaam over de gevorderde bescheiden kan beschikken, nu hij als erfgenaam gerechtigd is deze bij de bank op te vragen en beschikt over de daarvoor benodigde verklaring van erfrecht.
Daarmee is aan alle voorwaarden van artikel 843a Rv voldaan en komt de rechter toe aan de beoordeling van de vraag of er een gewichtige reden bestaat tegen toewijzing van het gevorderde, zoals door de advocaat van de erfgenaam wordt gesteld.
De gewichtige reden zou volgens hem bestaan uit het feit dat de vordering betrekking heeft op vertrouwelijke financiële gegevens. De rechter is van oordeel dat de erfgenaam geen concrete feiten heeft gesteld op grond waarvan de rechter tot het oordeel zou kunnen komen dat het door erfgenaam aangevoerde privacybelang zwaarder zou moeten wegen dan het recht van de legitimaris op inzage c.q. afschrift van de gevorderde bankproducten om haar legitieme portie te kunnen berekenen. Het beroep van de erfgenaam op een gewichtige reden zal dan ook worden gepasseerd.
Op grond van het hiervoor overwogene is de incidentele vordering toewijsbaar, met inachtneming van het navolgende. De legitimaris vordert vervangende toestemming, in die zin dat zij met dit vonnis zelf, zonder afhankelijk te zijn van de medewerking van de erfgenaam, de bank om de gewenste gegevens kan verzoeken.
De rechter begrijpt dat enkel via rechtstreeks contact tussen de legitimaris en de bank gewaarborgd kan worden dat legitimaris daadwerkelijk alle door haar gewenste gegevens ontvangt. De rechter zal daarom op grond van artikel 843a lid 2 Rv de wijze bepalen waarop inzage dient te worden verschaft, en wel door legitimaris op de voet van artikel 3:299 van het Burgerlijk Wetboek (BW) te machtigen om, in plaats van erfgenaam, de gewenste bescheiden bij de bank op te vragen, op de wijze zoals hieronder bij de beslissing vermeld.
De rechter gaat ervan uit dat hiermee in voldoende mate tegemoet wordt gekomen aan de eisen die de bank stelt om aan legitimaris inzage en afschrift te verschaffen in of van de gewenste gegevens.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag over de verdeling van een erfenis, over de legitieme of over het kindsdeel, het recht op informatie om de omvang van de legitieme vast te stellen of over de toepassing van artikel 843a Rv in het erfrecht, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.