Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft op 2 juni 2020 uitspraak gedaan over de vraag of bij de berekening van de legitieme sprake was van een gift vanwege een (te) lage kooprijs van de grond en van de woning.

Met hun grief in hoger beroep betogen geïntimeerden dat de rechtbank, alvorens een deskundige te benoemen, eerst had moeten ingaan op het verweer dat geen sprake is geweest van een gift c.q. schenking bij de aankoop van de onroerende zaken.

Geïntimeerden betwisten dat hiervan sprake is, omdat zij de onroerende zaken tegen een reële prijs in eigendom hebben verkregen en bij vader en moeder geen sprake is geweest van een bevoordelingsbedoeling.

Art. 4:65 BW bepaalt, kort gezegd, dat de legitieme porties worden berekend over de waarde van de goederen van de nalatenschap, vermeerderd met de in aanmerking te nemen giften en verminderd met de schulden zoals bedoeld in dat artikel.

Volgens art. 7:186 lid 2 BW wordt als gift aangemerkt iedere handeling die ertoe strekt dat degene die de handeling verricht, een ander ten koste van eigen vermogen verrijkt.

Niet voldoende is dat degene die een ander bevoordeelt ten koste van zijn eigen vermogen, zich daarvan bewust is.

Vereist is dat diens wil is gericht op bevoordeling van die ander (Hoge Raad, 12 juli 2002, HR:2002:AD7272).

Of een bevoordelingsbedoeling aanwezig was, dient aan de hand van de omstandigheden van het geval te worden vastgesteld (PHR 25 oktober 2019, PHR:2019:1083).

Appellant stelt, samengevat, dat de taxateur de onroerende zaken van vader en/of moeder in 2004 heeft getaxeerd voor een te laag bedrag.

Hij heeft de onroerende zaken in 2006 door de makelaar laten taxeren, waarbij geen rekening is gehouden met de ontwikkelingen betreffende de glastuinbouw die in oktober 2004 al wel bekend waren.

Appellant heeft de gronden waarop de glastuinbouwontwikkelingen betrekking hadden laten herwaarderen door een andere taxateur.

De meerwaarde van de gronden beloopt € 3.753.535,-.

Deze bevoordeling van geïntimeerde door vader en moeder dient te worden aangemerkt als een gift die in aanmerking moet worden genomen bij het bepalen van de omvang van zijn legitieme portie in de nalatenschap van moeder, aldus de advocaat van appellant.

Geïntimeerden hebben betwist dat sprake is van een gift.

De taxateur, een beëdigd agrarisch taxateur en makelaar, heeft de onroerend zaken getaxeerd op een waarde in het economisch verkeer.

De totale koopsom van de over te dragen onroerende zaken kwam te liggen op € 2.698.800,-.

Een deel van de onroerende zaken, namelijk de gronden in verpachte staat en de woning aan de, zijn overgedragen tegen 100% van de getaxeerde waarde. De overige landbouwgrond en de woning zijn overgedragen voor 70% van de getaxeerde waarde, omdat vader en moeder deze zaken als pachter in gebruik hielden.

Nu de onroerende zaken in eigendom zijn verkregen tegen betaling van een reële prijs, is geen sprake van een gift, aldus de advocaat van geïntimeerden.

Bij vader en moeder was ook geen sprake van een bevoordelingsbedoeling.

Geïntimeerden hebben van vader en moeder begrepen dat zij slechts wilden voorkomen dat appellant na hun overlijden aanspraak zou kunnen maken op de eigendomsrechten op het onroerend goed.

Vader en moeder hebben overwogen om het onroerend goed bij testament middels legaten aan geïntimeerde over te dragen, maar op advies van de accountant en na overleg met de belastingdienst is uiteindelijk besloten om de overdracht tijdens leven te laten plaatsvinden zodat vader en moeder er verzekerd van zouden zijn dat het conform hun wens was geregeld.

Vader en moeder kwamen beiden uit een familie van landbouwers. Het lag in de lijn der verwachtingen dat appellant op termijn vader zou opvolgen in het bedrijf. Daartoe is een maatschap opgericht, die slechts enkele jaren heeft bestaan. In die jaren was het voor vader en moeder duidelijk geworden dat zij in appellant geen opvolger hadden waaraan zij hun gronden c.q. hun eigendomsrechten konden en wilden overdragen.

Bij vader en moeder was bekend dat appellant recht had op zijn legitieme portie.

Om die reden is het onroerend goed getaxeerd door een beëdigd agrarisch taxateur.

Het was de bedoeling van vader en moeder om de gronden tegen een reële waarde te verkopen en de koopprijs vervolgens in jaarlijkse termijnen in de vorm van schenkingen aan geïntimeerden te schelden, zodat over een deel van hun vermogen 10% schenkingsrecht werd afgedragen in plaats van 20% erfbelasting bij hun overlijden.

Pas bij het kwijtschelden van (delen van) de koopprijs is voldaan aan de vereisten voor een gift en bestond bij vader en moeder de wil tot bevoordeling, aldus nog steeds de advocaat van geïntimeerden

Legitieme portie. Is er sprake van een gift vanwege de lage kooprijs van de grond en van de woning? Bevoordelingsbedoeling? Bewijs.

De rechter overweegt als volgt.

Appellant heeft geen grief gericht tegen het oordeel van de rechtbank in het tussenvonnis dat voor wat betreft de waarde van de woning moet worden uitgegaan van het taxatierapport van de taxateur A , zodat het hof hier ook vanuit dient te gaan.

Het hof is van oordeel dat appellant, gelet op het verweer van geïntimeerden, zijn stelling dat de taxateur B de onroerende zaken van vader en/of moeder voor een te laag bedrag heeft getaxeerd niet, althans onvoldoende gemotiveerd heeft onderbouwd.

Tussen partijen staat vast dat de peildatum waarop moet worden beoordeeld of sprake is van een gift in dit geval 18 oktober 2004 is.

Het taxatierapport van de taxateur B , een beëdigd taxateur en NVM-makelaar, is opgemaakt op 25 augustus 2004.

Gesteld noch gebleken is dat de door de taxateur getaxeerde waarde van de onroerende zaken op 18 oktober 2004 anders zou zijn.

Appellant heeft weliswaar verwezen naar de in zijn opdracht opgemaakte taxatierapporten van de makelaar en een andere taxateur, maar geïntimeerden hebben terecht naar voren gebracht dat deze rapporten van een latere datum, respectievelijk 16 september 2006 en 10 maart 2015 zijn en dus niet zien op de peildatum van 18 oktober 2004.

Volgens appellant is de door de taxateur B aangehouden hectareprijs voor landbouwgrond te laag geweest en is ten onrechte geen rekening gehouden met bekende waarde verhogende omstandigheden, met name de aanwijzing van een deel van de gronden als gebied voor glastuinbouw.

Er is volgens hem geen sprake van een reële zakelijke transactie, alleen al vanwege de aanzienlijke verschillen tussen de taxaties die partijen hebben laten verrichten.

Geïntimeerden hebben dit gemotiveerd weersproken.

Volgens geïntimeerden moet worden uitgegaan van het taxatierapport van de taxateur B omdat de makelaar ten onrechte uniforme prijzen per hectare heeft gerekend.

De makelaar heeft geen rekening gehouden met de aard van het onroerend goed, bijvoorbeeld een stuk dijk voor een woning of percelen bermen en dijk, en ook niet met de verpachte of verhuurde staat van percelen.

Geïntimeerden hebben betoogd dat de makelaar niet in de opstallen is geweest om deze te taxeren, noch in 2004 noch in 2006, dat de makelaar ten onrechte geen rekening heeft gehouden met de stijgende waardeontwikkeling gedurende die periode en evenmin met de na 18 oktober 2004 door geïntimeerden aan de opstallen verrichte onderhoudswerkzaamheden.

Geïntimeerden hebben ook betwist dat de taxateur ten onrechte geen rekening heeft gehouden met de aanwijzing van een deel van de gronden als gebied voor glastuinbouw.

Volgens hen was het in 2004 niet duidelijk en niet zeker dat glastuinbouw ontwikkeld zou worden en ook niet dat vader en moeder land in eigendom hadden dat daarvoor in aanmerking zou komen.

Appellant heeft dit alles niet, althans onvoldoende gemotiveerd weersproken.

Appellant heeft niet betwist dat de woning en de gronden in verpachte staat dienden te worden overgedragen tegen respectievelijk 100% van de getaxeerde waarde en de woning en de overige landbouwgronden voor 70% van de getaxeerde waarde, zodat het hof uitgaat van de juistheid hiervan.

Appellant is in zijn berekening van de legitieme portie in de nalatenschap van moeder weliswaar uitgegaan van 100% van de in zijn opdracht getaxeerde waarde van de onroerende zaken, maar dit leidt zonder nadere toelichting, die ontbreekt, niet tot een ander oordeel.

Uit het voorgaande volgt dat niet kan worden vastgesteld dat de koopprijs van de onroerende zaken, die is gebaseerd op de taxatierapporten, geen reële waarde is.

Bewijslevering, al dan niet door een deskundige, is niet aan de orde.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat legitieme over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het berekenen van de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de berekening van de legitieme, bezoek dan onze website over de legitieme. Klik dan hier.