De Rechtbank Rotterdam heeft enige tijd geleden uitspraak gedaan over het recht op informatie van legitimaris niet-erfgenaam en de vervaltermijn van vijf jaar bij het inroepen van de legitieme ex 4:85 BW.

Eiser vordert overlegging van een aantal bescheiden waarmee eiser de omvang van zijn legitieme portie wil berekenen.

Gedaagden voeren verweer. Dit verweer komt op het volgende neer: de legitimaris is te laat omdat hij als onterfde zoon niet binnen de wettelijke termijn van vijf jaar na het overlijden van erflater aanspraak heeft gemaakt op zijn legitieme portie.

Legitieme. Recht op informatie van legitimaris niet-erfgenaam. Vervaltermijn bij het inroepen van de legitieme.

De rechter oordeelt als volgt.

Het gaat in het incident om de vraag of eiser, als onterfde zoon die aanspraak maakt op zijn legitieme portie en die als zodanig niet kwalificeert als erfgenaam, recht heeft om de informatie te verkrijgen teneinde de waarde van zijn geldvordering op de nalatenschap te kunnen berekenen.

De rechtbank zal de vordering grotendeels toewijzen.

De wet geeft immers aan eiser recht op informatie.

En er staat, in ieder geval thans, nog niet vast dat eiser te laat is geweest met het opeisen van zijn legitieme portie.

In dit oordeel wordt het volgende meegewogen.

Artikel 4:78 lid 1 BW bepaalt dat de legitimaris die niet een erfgenaam is, zoals eiser, zowel tegenover de executeur als tegenover de erfgenamen een recht heeft op “alle bescheiden die hij voor de berekening van zijn legitieme portie behoeft.”

Daartoe dienen zowel de executeur als de erfgenamen “alle daartoe strekkende inlichtingen te verschaffen.” 

Eiser kan dus zowel bij de executeur als bij de erfgenamen alle voormelde bescheiden opeisen.

Uit de bewoordingen ‘alle daartoe strekkende inlichtingen’ in artikel 4:78 lid 1 BW kan afgeleid worden dat dit begrip zo ruim als mogelijk moet worden uitgelegd, met de enkele beperking dat de gegevens nodig zijn voor de berekening van de legitieme portie (vgl. Hof ‘s-Hertogenbosch 12-09-2019, GHSHE:2019:3344).

Artikel 4:85 lid 1 BW bepaalt: “De mogelijkheid om aanspraak te maken op de legitieme portie vervalt, indien de legitimaris niet binnen een hem door een belanghebbende gestelde redelijke termijn, en uiterlijk vijf jaren na het overlijden van de erflater, heeft verklaard dat hij zijn legitieme portie wenst te ontvangen.”

Uit de gedingstukken lijkt te volgen dat in ieder geval de notaris wél tijdig (ruim binnen de voormelde termijn van vijf jaar) de verklaring van eiser heeft ontvangen waarin hij, eiser, aanspraak maakt op zijn legitieme portie.

Het verweer van gedaagden houdt in dat de notaris deze verklaring niet binnen de 5 jaar aan hen heeft doen toekomen omdat zij de desbetreffende brief van de notaris nooit hebben ontvangen.

Mogelijk zal hierover bewijslevering nodig zijn in de hoofdzaak.

Dan rust de bewijslast in beginsel op eiser.

Maar misschien is bewijslevering niet nodig.

Indien de notaris mag worden aangemerkt als vertegenwoordiger van de executeur en/of erfgenamen dan heeft ontvangst van de verklaring van eiser door de notaris te gelden als ontvangst door de executeur en/of erfgenamen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat legitieme over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het berekenen van de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de berekening van de legitieme, bezoek dan onze website over de legitieme. Klik dan hier.