Van onze advocaat legitieme. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 5 maart 2019 uitspraak gedaan over de legitieme portie en het leerstuk van de aanpassing in het internationale privaatrecht.

In hoger beroep is vast komen te staan dat het saldo van de activa van nalatenschap van de erflaatster een bedrag van € 1.893.442,01 beloopt en dat van de passiva een bedrag van € 19.026,51, zodat het saldo van haar nalatenschap een beloop heeft van een bedrag van € 1.874.415,50, alsmede dat geïntimeerden c.s. aan schenkingen van de erflaatster hebben gehad een bedrag van € 276.563,22 in totaal.

Met het oog op de berekening van het geldlegaat ten behoeve van appellant heeft het hof in het tussenarrest van 4 september 2018 overwogen dat in het kader van de berekening van de legitimaire massa de som van de waarden van de Nachbegünstigungen ten behoeve van appellant en geïntimeerde naar de sterfdag van de erflater in aanmerking is te nemen, terwijl voor de berekening van hetgeen appellant ten aanzien zijn legitieme portie te kort komt, de Nachbegünstigung te zijnen behoeve als een in zijn belang gemaakt legaat naar de waarde van de sterfdag van de erflaatster is te behandelen.

Gelet op hetgeen vaststaat en het debat van partijen, zal het hof de waarde van de Nachbegünstiging van appellant ten sterfdage te stellen op € 13.290.365,–. Hierbij tekent het hof aan dat, anders dan als appellant ingang tracht te doen vinden, maatregelen van de zijde van de overheid als reactie op zijn gedrag ten opzichte van de fiscus voor zijn rekening behoren te blijven.

De vraag of het volledige bedrag van de Nachbegünstigung aan (de erfgenamen van) appellant zal worden uitgekeerd, is in dit geding daarom niet aan de orde.

Een en ander geldt mutatis mutandis ook ten aanzien van de waarde van de Nachbegünstigung van geïntimeerde, zodat de som van de waarden van de beide Nachbegünstigungen ten sterfdage een beloop heeft van € 26.580.730,–.

Legitieme portie. Internationaal privaatrecht. Leerstuk van de aanpassing.

De rechter oordeelt als volgt.

De primaire vordering van geïntimeerden c.s. als oorspronkelijk eisers in reconventie strekt tot het geven van een verklaring van recht die inhoudt dat de legitieme portie van appellant in de nalatenschap van de erflaatster nihil bedraagt.

Zoals voortvloeit uit hetgeen het hof in het tussenarrest van 4 september 2018 heeft overwogen, begrijpt het hof dat het belang van geïntimeerden c.s. bij hun vordering daarin is gelegen dat komt vast te staan dat zij niet tot betaling van enig bedrag uit hoofde van het, door de erflaatster bij haar uiterste wil ten behoeve van appellant gemaakte, geldlegaat zijn gehouden op de grond dat appellant ten aanzien van zijn legitieme portie niets te kort is gekomen. Het hof zal die vordering dan ook in bedoelde zin verstaan.

Gelet op het vorenstaande is het hof van oordeel dat de legitieme massa een bedrag van € 28.731.708,72 beloopt.

Dit saldo is als volgt berekend: het saldo van de nalatenschap ten belope van € 1.874.415,50 plus de som van de waarden van beide Nachbegünstigungen ten belope van € 26.580.730,- plus het totaal aan schenkingen aan geïntimeerden c.s. ten belope van € 276.563,22.

De legitieme portie van appellant in de nalatenschap van de erflaatster heeft derhalve een beloop 1/2 maal 1/3 maal van € 28.731.708,72 oftewel € 4.788.618,12.

Nu appellant een aanspraak uit hoofde van de Nachbegünstigung van € 13.290.365,- heeft verkregen, is hij ten aanzien van zijn legitieme portie niets te kort gekomen.

Gelet op het hiervoor overwogene, is de primaire vordering van geïntimeerden c.s. toewijsbaar in de zin, zoals het hof die vordering heeft verstaan.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag over de vereffening en verdeling van een erfenis, over de legitieme of het kindsdeel, over de berekening van de omvang van de legitieme of over het internationale erfrecht, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.