De Rechtbank Limburg heeft op 24 juni 2020 uitspraak gedaan over de legitieme en de rechten van de legitimaris.

Eiser vordert gedaagde als executeur-testamentair te veroordelen aan eiser uit te betalen primair de door de rechtbank te bepalen aandeel in de nalatenschap, subsidiair diens door de rechtbank te bepalen legitieme portie, dit te verhogen met de wettelijke rente vanaf de overlijdensdatum van erflater.

Tussen partijen is niet in geschil dat eiser, evenals gedaagden, legitimarissen zijn (artikel 4:63 lid 2 BW).

In weerwil van giften en het testament kan een legitimaris aanspraak maken op de legitieme portie (artikel 4:63 lid 1 BW).

Een legitimaris kan ter zake van zijn legitieme portie een vordering verkrijgen op de erfgenaam door daarop aanspraak te maken (artikel 4:79 onder a BW).

Eiser heeft aanspraak gemaakt op zijn legitieme portie.

Legitieme portie en legitimaire massa. Rechten van de legitimaris. Inzage in bankafschriften.

De rechter oordeelt als volgt.

Eiser heeft als legitimaris een vordering in geld op gedaagde, die enig erfgenaam is (artikel 4:80 lid 1 BW).

De legitieme portie is een gedeelte van de legitimaire massa.

De legitimaire massa bestaat uit de waarde van de goederen van de nalatenschap, welke wordt vermeerderd met de in aanmerking te nemen giften en verminderd met bepaalde schulden (artikel 4:65 BW e.v.).

Eiser heeft op grond van artikel 4:78 lid 1 BW tegenover gedaagde recht op inzage en afschrift van alle bescheiden die hij voor de berekening van zijn legitieme portie behoeft.

Gedaagde moet hem desverlangd alle daartoe strekkende inlichtingen verstrekken.

Inzage in de administratie van voor het overlijden behoort tot deze verplichting om eiser in staat te stellen te beoordelen in hoeverre er giften zijn gedaan die bij de berekening van de legitimaire massa in aanmerking moeten worden genomen.

Gedaagde heeft zich bereid verklaard mee te werken aan het verstrekken van alle informatie die nodig is om de legitimaire massa te kunnen berekenen.

Een aantal stukken heeft hij in het geding gebracht.

Partijen hebben afgesproken dat gedaagde de bankafschriften van de laatste vijf jaar voor het overlijden van erflaatster zou opvragen en verstrekken aan de andere kinderen van erflaatster.

De rechtbank begrijpt uit de aktes, die genomen zijn na de comparitie, dat gedaagde die bankafschriften niet verstrekt heeft.

Voor zover gedaagde niet beschikt over de bankafschriften of andere stukken, die nodig zijn om de legitimaire massa te kunnen berekenen, dient hij deze op te vragen.

De rechtbank zal gedaagde op de voet van artikel 22 Rv bevelen bij akte de bankafschriften van de laatste vijf jaar voor het overlijden van erflaatster en de overige ontbrekende stukken die nodig zijn om de legitimaire massa te berekenen, over te leggen.

Tevens wordt gedaagde opgedragen bij diezelfde akte onderbouwd een berekening te maken van de legitimaire massa en de legitieme portie van eiser en in die akte toe te lichten hoe deze berekend zijn.

Vervolgens zal de rechtbank eiser en gedaagde de mogelijkheid geven zich bij antwoordakte uit te laten over de verstrekte stukken en over de door gedaagde gemaakte berekeningen van de legitimaire massa en de legitieme portie.

Ook zullen zij in de gelegenheid gesteld worden gemotiveerd een eigen berekening te maken van de legitimaire massa en de legitieme portie.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat legitieme over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het berekenen van de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de berekening van de legitieme, bezoek dan onze website over de legitieme. Klik dan hier.