Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 7 april 2020 uitspraak gedaan over de vaststelling van de legitieme bij een schenking gedaan op een en/of-rekening.

Moeder heeft bij testament over haar nalatenschap beschikt.

In het testament heeft zij appellante onterfd en geïntimeerde tot executeur benoemd.

Legitieme. Omvang van de legitimaire massa. Schenkingen gedaan op een en/of-rekening. Huwelijksgoederenrecht.

De rechter oordeelt als volgt.

Voor de berekening van de legitieme portie van appellante moet de legitimaire massa worden berekend.

Daarvoor moeten bij de omvang van de nalatenschap alle giften van moeder aan geïntimeerde en appellante, en de giften van moeder aan derden in de vijf jaar voor haar overlijden worden opgeteld.

Appellante stelt dat de giften aan geïntimeerde samen met de giften aan derden in de laatste vijf jaar € 358.112,84 hebben bedragen, welk bedrag nog vermeerderd moet worden met € 5.896,28 in verband met extra giften aan kleinkinderen.

De executeur stelt dat het gaat om een bedrag van € 313.791,81.

Beide partijen rekenen de schenkingen tot 10 januari 2000 voor de helft toe aan vader en voor de andere helft aan moeder.

De executeur rekent vervolgens de helft van de van moeder ontvangen bedragen toe aan geïntimeerde en voor de andere helft aan zichzelf, omdat de schenkingen van moeder in de huwelijksgoederengemeenschap zijn gevallen waarin geïntimeerden waren gehuwd en de schenkingen dus maar voor de helft in het vermogen van geïntimeerde terecht zijn gekomen.

Eenzelfde rekenmethode hanteert zij voor de schenkingen aan appellante tot het overlijden van diens man op 26 maart 1995.

Appellante stelt dat alle schenkingen aan moeder voor het geheel meegenomen moeten worden in de berekening.

De executeur heeft weliswaar gesteld dat slechts de helft van de giften van moeder (en een kwart van de giften van vader en moeder) moeten worden meegeteld bij het berekenen van de legitimaire massa omdat geïntimeerde in gemeenschap van goederen was gehuwd, maar zij heeft niet gesteld of aangetoond dat de schenkingen van moeder ook aan haar als echtgenote van geïntimeerde zijn gedaan.

Het hof is van oordeel dat schenkingen van ouders aan hun in gemeenschap van goederen gehuwde kinderen, gedaan zonder een duidelijke specificatie dat de schenking niet alleen voor de bloedverwant maar ook voor de aanverwant is bestemd, voor de berekening van de legitimaire massa wordt beschouwd te zijn gedaan aan de bloedverwant van de schenker, ook al vindt betaling van de schenking plaats op een rekening van bloed- en aanverwant samen.

Een andere uitleg zou ook het wettelijk recht van de legitimaris te zeer afhankelijk maken van het huwelijksgoederenregime waarin zijn naaste familieleden zijn gehuwd.

Het hof heeft geconstateerd dat in de bankafschriften in het merendeel van de gevallen expliciet de naam van de begiftigde is vermeld, en slechts in een beperkt aantal gevallen niet.

Van de hiervoor bedoelde duidelijke specificatie is in geen geval sprake.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat legitieme over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het berekenen van de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de berekening van de legitieme, bezoek dan onze website over de legitieme. Klik dan hier.