Van onze advocaat legitieme. De Rechtbank Rotterdam heeft op 8 augustus 2018 uitspraak gedaan over de omvang van de legitieme. Verder heeft de rechtbank uitspraak gedaan over de voorwaarden van de opeisbaarheid van een erfdeel.

Legitimaris vordert van de weduwe/erfgenaam van zijn vader (niet de moeder van eiser) zijn legitieme portie. Zijn zuster (ook legitimaris) heeft hij (ten onrechte) niet in rechte betrokken, dus dat moet alsnog.

Legitieme. Omvang legitieme. Voorwaarden bij opeisbaarheid van het erfdeel.

De rechter oordeelt als volgt.

Vast staat dat de zuster van eiser ook erfgenaam is. Haar erfdeel wordt mogelijk beïnvloed door de uitslag van deze procedure. Er is sprake van een ondeelbare rechtsverhouding. Eiser dient haar per exploot op te roepen en haar een kopie van het gehele procesdossier te betekenen, teneinde haar in de gelegenheid te stellen in deze procedure een standpunt in te nemen (art 118 Rv). Voorts dient eiser haar er op te wijzen, dat zij alleen bij advocaat kan verschijnen in de procedure.

Vast staat dat tussen de erflater en gedaagde een gemeenschap van inboedel heeft bestaan.

Dat betekent dat de waarde van de helft van de inboedel van haar woning op 11 oktober 2014 in aanmerking moet worden genomen bij het berekenen van de legitieme portie (art. 4:65 BW).

De foto’s van de woonkamer die gedaagde heeft getoond laten een gemiddeld interieur zien. Er kan een taxateur worden benoemd. Eiser zal in dat geval ingevolge artikel 195 Rv het voorschot moeten betalen. Het ligt meer voor de hand dat partijen een redelijk bedrag afspreken (bijvoorbeeld € 7.500,00). Het moet gaan om de dagwaarde van de inboedel op 11 oktober 2014. Partijen mogen zich hierover nog uitlaten.

Tussen partijen is niet in geschil dat eiser (evenals zijn zuster) als legitimaris recht heeft op 2/9 deel van de nalatenschap van erflater. Indien alle gegevens beschikbaar zijn, zal het erfdeel worden vastgesteld.

Opeisbaarheid en veroordeling tot betaling van het erfdeel

In het testament is bepaald, wanneer de vordering van eiser op gedaagde opeisbaar is. Aan deze voorwaarden is niet voldaan.

Eiser voert aan, dat de vordering niettemin nu reeds opeisbaar is.

Hij stelt in dit verband het volgende. Gedaagde, die nu 78 jaar oud is, heeft een vermogen van meer dan één miljoen euro en zij heeft geen verzorgingsbehoefte.

Zij heeft een bedrag van € 223.000 getracht te verzwijgen en in 1991 heeft zij een e-mail aan eiser gestuurd dat hij niets zou erven. Daaruit blijkt haar intentie dat zij niets van het erfdeel zal overlaten.

Een redelijke belangenafweging brengt mee, dat zij het erfdeel van eiser nu reeds uitbetaalt.

Vergelijk de uitspraak van de Hoge Raad (HR:2016:1271) in welk arrest na een belangenafweging tussen partijen in een vergelijkbare casus het belang van de legitimaris bij zekerheidstelling (d.m.v. beslag) zwaarder woog dan het belang van langstlevende echtgenoot bij de beschikking over het (beslagen) deel van haar vermogen.

In het door eiser aangehaalde arrest is niets beslist over de opeisbaarheid van de vordering van de legitimaris. Hiervoor is al overwogen dat van verzwijging van € 223.000,00 geen sprake is geweest, zoals eiser onvoldoende heeft onderbouwd, dat gedaagde zal zorgen dat hij niets zal ontvangen als aan de voorwaarden van het testament zal zijn voldaan en de vordering opeisbaar zal zijn.

Er is geen rechtsgrond om via een belangenafweging te komen tot de beslissing dat de vordering, anders dan bij testament is bepaald, nu al opeisbaar is.

In deze procedure kan de vordering, zodra deze is uitgerekend, van eiser worden toegewezen onder de voorwaarden zoals deze in het testament zijn genoemd (artikel 3:396 lid 2 BW).

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag over de verdeling van een erfenis, over de legitieme of over het kindsdeel, over de opeisbaarheid van een erfdeel of over voorwaarden hieraan verbonden, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.