De Rechtbank Oost-Brabant heeft op 13 mei 2020 uitspraak gedaan over de vordering uit de legitieme en de schulden van de nalatenschap.

In haar testament heeft erflaatster haar beide kinderen benoemd tot haar erfgenamen.

Het erfdeel van eiser heeft erflaatster bepaald op de omvang van zijn wettelijk erfdeel (legitieme portie).

Legitieme. De vordering uit de legitieme en de schulden van de nalatenschap.

De rechter oordeelt als volgt.

Eiser is erfgenaam en, als kind van erflaatster, legitimaris.

Op grond van artikel 4:63 BW, in samenhang met artikel 4:79 en 4:80 BW kan een legitimaris een vordering op de gezamenlijke erfgenamen verkrijgen door aanspraak te maken op zijn legitieme portie.

In dat geval verkrijgt hij een vordering in geld die wordt aangemerkt als een schuld van de nalatenschap.

Eiser heeft bij dagvaarding een aanvullend beroep gedaan op zijn legitieme portie en gevorderd de omvang van de aan hem toekomende aanvullende legitieme vast te stellen, voor zover de legitieme portie meer bedraagt dan het aan hem toekomende erfdeel.

De vraag rijst of en in hoeverre deze vordering praktische betekenis heeft, nu erflaatster het aan eiser toekomende erfdeel heeft bepaald op zijn legitieme portie.

In ieder geval is eiser voor zover zijn erfdeel minder blijkt te zijn dan de hem toekomende legitieme portie, schuldeiser van de nalatenschap.

De nalatenschap is beneficiair aanvaard.

Dat heeft in beginsel tot gevolg dat de nalatenschap moet worden vereffend voordat er kan worden verdeeld.

Het erfdeel van eiser is, zoals hiervoor aangegeven, gelijk aan zijn legitieme portie.

Dit is het erfdeel waarop een nakomeling van de erflater in rechte lijn altijd recht heeft en dat niet ter vrije beschikking van de erflater staat.

Bij het vaststellen van het erfdeel van eiser kan dus aan de orde zijn de vraag in hoeverre rekening moet worden gehouden met de bepalingen in het testament van erflaatster die ertoe leiden dat afbreuk wordt gedaan aan het de legitieme portie die eiser toekomt.

De omvang van de legitieme portie wordt bepaald door de waarde van de goederen van de nalatenschap, vermeerderd met de in aanmerking te nemen giften, te verminderen met de schulden van de nalatenschap.

Dit volgt uit artikel 4:65 BW.

Giften waarmee rekening moet worden gehouden zijn onder meer giften aan een afstammeling die tevens legitimaris is (artikel 4:67 BW).

In dit geval zijn dat giften die erflaatster aan (een van) haar kinderen heeft gedaan.

Volgens de wet worden alleen de schulden genoemd in artikel 4:7 onder a tot en met c en onder f bij de berekening van de legitieme portie in aanmerking genomen.

Dat betekent, onder meer, dat de kosten van executele bij de berekening buiten beschouwing blijven.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat legitieme over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het berekenen van de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de berekening van de legitieme, bezoek dan onze website over de legitieme. Klik dan hier.