De Rechtbank Noord-Holland heeft op 22 juli 2020 uitspraak gedaan over de berekening van de legitimaire massa en vaststelling van de legitieme portie.

Zoon is door erflaatster onterfd.

Ondanks deze onterving heeft hij op grond van artikel 4:63 BW jegens de erfgenamen wel een aanspraak op een wettelijk erfdeel, zijn legitieme portie.

Volgens artikel 4:64 lid 1 BW bedraagt de legitieme portie van een kind van de erflater de helft van de waarde waarover de legitieme porties worden berekend, gedeeld door het aantal in artikel 10 lid 1 onder a genoemde, door erflater achtergelaten personen.

Artikel 4:65 BW bepaalt dat de legitieme porties worden berekend over de waarde van de goederen van de nalatenschap, te vermeerderen met de bij deze berekening in aanmerking te nemen giften en te verminderen met schulden.

De uitkomst daarvan wordt de legitimaire massa genoemd.

In artikel 4:67 BW staat welke giften bij de berekening van legitieme porties in aanmerking worden genomen.

In artikel 4:69 BW staat welke giften in dit kader niet als giften worden beschouwd.

Dat betekent in dit geval dat de legitieme portie een kwart is van de legitimaire massa.

Tussen partijen is de omvang van de legitimaire massa in geschil.

Legitieme. Berekening legitimaire massa en legitieme portie. Pinopnames. Wilsonbekwaamheid erflaatster? Misbruik van omstandigheden? Bewijs. normaal uitgavenpatroon?

De rechter oordeelt als volgt.

De bewindvoerder stelt dat de pinopnames van in totaal € 24.000,- (€ 500,- per maand vanaf 2012 tot en met 2016) volledig moeten worden meegenomen in de berekening van de legitimaire massa, aangezien gedaagde geen deugdelijke verklaring heeft gegeven voor deze opnames.

Het verzamelinkomen uit AOW en twee pensioenfondsen van € 32.172,- in 2014 en van € 31.127,- in 2015 zijn volledig gebruikt, naast de afname van het vermogen van € 14.323,- in 2014 en € 9.000,- in 2015.

Dit terwijl erflaatster in een verzorgingstehuis woonde en daar in haar dagelijkse levensonderhoud werd voorzien.

Gebruikelijk is dat in zo’n situatie juist jaarlijks een bedrag van € 3.000,- tot € 5.000,- wordt gespaard.

De afname in het vermogen kan niet worden toegeschreven aan uitgaven voor kleding, hobby’s of vakanties.

Van belang is dat erflaatster leed aan Alzheimer en – in ieder geval – sinds 2012 de tel niet meer kon houden, waardoor moet worden aangenomen dat gedaagde zeggenschap had over de financiën, aldus de bewindvoerder.

Gedaagde voert aan dat de pinopnames zijn gedaan met medeweten en instemming van erflaatster. Erflaatster vond het, zoals veel mensen van haar leeftijd, niet prettig om te pinnen in winkels en daarom wilde zij graag een bedrag contant geld tot haar beschikking hebben. Van dit geld werden onder meer uitgaven voor kleding, kapper en pedicure voldaan. Ook werd dit besteed aan activiteiten en uitjes met gedaagde en derden.

Erflaatster was zeer ondernemend en haar sociale leven liep pas terug in haar laatste levensjaar. Pas in dat jaar werd haar oordeelsvermogen door haar Alzheimer aangetast. Daarvoor leed zij aan vergeetachtigheid, maar dat belette haar niet de dingen te doen zoals gedaan, die zij graag wilde, aldus de advocaat van gedaagde.

Voor zover de bewindvoerder met zijn stellingen aangaande de gezondheidstoestand van erflaatster bedoelt te stellen dat erflaatster sinds 2012 niet meer wilsbekwaam was of gedaagde misbruik van omstandigheden heeft gemaakt, is dit naar het oordeel van de rechtbank niet vast komen te staan.

Het feit dat erflaatster aan Alzheimer leed en geestelijk achteruitging, rechtvaardigt een dergelijke conclusie nog niet. Algemeen bekend is dat Alzheimer een progressieve vorm van dementie is, maar ook dat deze ziekte zich per persoon verschillend ontwikkelt.

De door de bewindvoerder ingebrachte verklaring van de verzorgende van erflaatster en het bericht van 2012 op Facebook zijn onvoldoende om een oordeel over de wilsbekwaamheid van erflaatster op te baseren.

Bij deze stand van zaken moet ervan worden uitgegaan dat de pinopnames in haar opdracht en in ieder geval met haar instemming zijn gedaan.

Het ligt op de weg van de bewindvoerder om te stellen en, bij voldoende gemotiveerde betwisting door gedaagde, te bewijzen dat de pinopnames uitgaven betreffen die buiten het normale uitgavenpatroon van erflaatster vielen.

Indien hij daarin slaagt, is gedaagde, die bij het doen van de pinopnames, stilzwijgend, als gevolmachtigde van erflaatster optrad, uitleg verschuldigd over de bestemming van deze opnames.

Wanneer deze uitleg niet deugdelijk is, moet met deze post rekening worden gehouden bij de bepaling van de legitimaire massa.

De rechtbank overweegt als volgt.

Weliswaar zijn op de overgelegde bankafschriften, naast de pinopnames, een aantal afschrijvingen ter zake van pinbetalingen in kledingwinkels, drogisterijen, kapper en pedicure te zien, maar daaruit blijkt nog niet dat dergelijke uitgaven niet óók met de door gedaagde opgenomen contante gelden werden gedaan.

De bewindvoerder betoogt in algemene zin dat de pinopnames van € 500,- per maand niet kunnen zijn besteed binnen het normale uitgavenpatroon van erflaatster.

Concrete stellingen van de bewindvoerder over het normale uitgavenpatroon van erflaatster ontbreken.

In reactie op de stellingen van de bewindvoerder voert gedaagde aan dat zij sinds het overlijden van de tweede partner van erflaatster in 2007 veel met erflaatster is opgetrokken, omdat zij weer alleen was. Om de rouwperiode af te sluiten is gedaagde in 2008 samen met erflaatster op vakantie geweest naar de Verenigde Staten. Daarna pakte erflaatster haar leven weer op en kon zij daar weer van genieten. Met haar tweede partner heeft erflaatster ook altijd veel ondernomen in de vorm van reizen, uitgaan en etentjes.

Ondanks haar Alzheimer heeft erflaatster tot het jaar van haar overlijden nog veel sociale activiteiten ondernomen, die zij met regelmaat ook voor anderen bekostigde. Haar vrijgevigheid blijkt ook uit het feit dat erflaatster haar dierbaren met regelmaat cadeaus gaf.

Gedaagde heeft diverse verklaringen van vrienden en familieleden overgelegd, die dit beeld van erflaatster bevestigen.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft gedaagde de stellingen van de bewindvoerder hiermee in voldoende mate betwist, zodat het aan de bewindvoerder is om te bewijzen dat de pinopnames buiten het normale uitgavenpatroon van erflaatster vielen.

De rechtbank zal de bewindvoerder daartoe een bewijsopdracht geven.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat legitieme over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het berekenen van de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de berekening van de legitieme, bezoek dan onze website over de legitieme. Klik dan hier.