Waar gehakt wordt vallen spaanders. maar in dit geval was het wel een hele dure fout.

Erflater was voor de tweede keer getrouwd en had een slechte relatie met zijn twee kinderen uit zijn eerste huwelijk. Beide kinderen zijn onterfd. Uit de aantekeningen van de notaris blijkt dat voorafgaand aan het opstellen van het testament is besproken dat erflater een slechte relatie had met zijn kinderen, dat erflater ook de nakomelingen van zijn kinderen wilde uitsluiten, dat hij een testament op de langstlevende wilde, en voor het geval de man niet als eerste overlijdt hij een stichting en zijn zuster aanwijst als erfgenamen. Over het “langstlevendentestament” is later ook nog gemaild.

Na het overlijden van erflater doen de twee onterfde kinderen een beroep op hun legitieme portie. Zij staan in hun recht en ontvangen beiden ruim € 50.000,00. De (tweede) echtgenote dient een klacht in tegen de notaris omdat deze erflater onvoldoende zou hebben voorgelicht omtrent de opeisbaarheid van de legitieme portie en de mogelijkheden daarover iets in het testament op te nemen.

Het Hof verklaart de klacht gegrond, de notaris had erflater moeten wijzen op artikel 4:82 BW waarin staat dat in het testament kan worden opgenomen dat de vordering van een legitimaris pas opeisbaar is bij het overlijden van -in dit geval- de echtgenote. De notaris had erflater er voorts op moeten wijzen dat bij het testament zoals dat uiteindelijk is opgesteld, de kinderen voorgaan boven de echtgenote. En dat was overduidelijk niet de bedoeling van erflater.

De notaris wordt uiteindelijk veroordeeld tot het betalen van een bedrag van meer dan € 125.000,00 aan de echtgenote. Daar zit een bedrag van € 15.000,00 bij voor de kosten van de advocaat van de tweede echtgenote.

NB De totale procedure heeft ongeveer zeven jaar, ook omdat er discussie was over de hoogte van de schade. Immers (standpunt notaris), als de legitieme portie niet opeisbaar was geweest had deze alsnog voldaan moeten worden bij het overlijden van de tweede echtgenote. Haar nalatenschap zou dan een schuld hebben gehad. Maar (standpunt tweede echtgenote), dan zou zij de kans hebben gehad om het geld naar eigen goeddunken op te maken.

Wanneer u geïnteresseerd ben in de details van de zaak lees dan hier de hele uitspraak.