Van onze advocaat legitieme. Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 30 januari 2018 uitspraak gedaan over de verdeling van een perceel grond in een nalatenschap. Splitsing of toedeling?

De rechter is in het tussenarrest van 30 mei 2017 tot de slotsom gekomen dat het alsnog de verdeling dient vast te stellen van de huwelijksgoederengemeenschap die heeft bestaan tussen erfgenaam en haar op 9 februari 2013 overleden ex-echtgenoot.

Gevolg van deze vaststelling is dat tussen partijen nog dient te worden verdeeld het perceel grond.

De rechter heeft aangegeven dat partijen zich bij akte dienden uit te laten over de vraag op welke wijze zij tot verdeling willen komen.

Partijen hebben zich dienaangaande uitgelaten, waarbij de erfgenaam heeft aangegeven dat zij haar aandeel in het perceel wil overdragen opdat erfgenaam uitvoering kan geven aan het legaat dat erflater heeft opgenomen in zijn uiterste wilsbeschikking van 5 januari 2010.

Erfgenaam heeft aangegeven dat een verdeling van het perceel in twee delen van gelijke waarde voor de hand ligt, onder meer omdat zij niet kan instemmen met betaling aan de andere erfgenaam van de waarde van het aandeel van erfgenaam in het perceel.

De rechter heeft in het tussenarrest tevens aangegeven dat het van de erfgenaam als executeur-testamentair (en als mede-erfgenaam) wenst te vernemen in hoeverre zij mede namens de andere mede-erfgenaam (de zoon) uitlating doet.

Ter gelegenheid van de comparitie is van de zijde van de zoon aangegeven dat hij weliswaar erfgenaam is, maar dat hij op grond van het testament van zijn vader op dit moment niks kan en eigenlijk aan de zijlijn staat en dat hij zich bij deze situatie neerlegt. Ook heeft de zoon aangegeven dat hij wil dat er iets met het land gebeurt, zoals verkoop of verdeling, waarbij hij meer voordeel heeft bij de verdeling van het land tussen partijen in plaats van een geldelijke afdoening.

Met partijen is vervolgens besproken dat, gelet op de wederzijdse standpunten en vorderingen, een splitsing van het perceel in delen van gelijke waarde het meest voor de hand ligt.

Erfgenaam heeft desgevraagd aangegeven dat een verdeling door splitsing van het perceel bij haar wensen zou passen, waarbij zij beseft dat ze kosten moet maken om tot een feitelijke splitsing te komen.

De andere erfgenaam heeft – kort gezegd – aangegeven dat zij, ter uitvoering van het legaat, van mening is dat de erfgenaam tot splitsing dient te komen met degene die het legaat heeft aanvaard, de broer van de overledene.

Partijen hebben vervolgens geen overeenstemming bereikt over de wijze waarop zij tot feitelijke splitsing van het perceel zouden kunnen komen.

Verdeling van een grond in een nalatenschap. Splitsing of toedeling?

Het is niet aan de rechter in deze procedure een verplichting vast te stellen tussen de erfgenaam en een derde, de legitimaris, zoals de erfgenaam voorstaat.

De rechter zal tussen de opgekomen partijen de wijze van verdeling van het perceel vaststellen op basis van de voorliggende vordering, derhalve door middel van splitsing van het perceel in twee delen van gelijke waarde, met veroordeling van de erfgenaam in haar hoedanigheid van executeur-testamentair tot medewerking aan deze verdeling en met aanwijzing van een bevoegd notaris en met benoeming van een onzijdig persoon voor het geval erfgenaam in gebreke zal blijven mee te werken.

Het is daarbij aan de erfgenaam in haar hoedanigheid van executeur-testamentair de verdere afwikkeling van de nalatenschap ter hand te nemen, waarbij zij er in laatstgenoemde hoedanigheid voor zorg kan dragen dat de legitimaris hetgeen hem toekomt ook verkrijgt. De kosten van de wijze van verdeling dienen bij helfte door partijen te worden gedragen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag over de verdeling van een nalatenschap, over de legitieme of over het kindsdeel, over de taken en bevoegdheid van een executeur of over de waardebepaling en verdeling van onroerend goed in een nalatenschap, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.