Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft op 19 april 2022 uitspraak gedaan over de vraag welke waarde van een woning moest worden uitgegaan voor de berekening en de vaststelling van de legitieme.
Volgens grief heeft de rechtbank de hoogte van de legitimaire massa niet goed vastgesteld omdat de rechtbank is uitgegaan van de verkeerde waarde met betrekking tot de echtelijke woning.
Appellant stelt dat de echtelijke woning een waarde heeft van € 356.000,-, zoals zelf door geïntimeerde opgegeven voor de erfbelasting, of mogelijk meer.
Het door de makelaar opgestelde taxatierapport was voor geïntimeerde geen reden om in de aangifte voor de erfbelasting uit te gaan van de in dat rapport genoemde lagere waarde van € 225.000,-.
De rechtbank is voor wat betreft de waarde van de echtelijke woning dan ook ten onrechte uitgegaan van het bedrag van € 225.000,-.
Hierdoor is de nalatenschap voor (ten minste) € 131.000,- te laag vastgesteld en daardoor zijn ook de legitimaire massa en aanspraak te laag vastgesteld.
Ter zitting heeft geïntimeerde toegelicht dat zij voor de aangifte erfbelasting was uitgegaan van de WOZ-waarde van € 356.000,- die de gemeente in het jaar voor het overlijden van erflater had vastgesteld.
Geïntimeerde had na het overlijden van erflater wel een taxatierapport op laten stellen omdat dat van haar werd verwacht.
In dat taxatierapport is de marktwaarde op peildatum 2 april 2015 op € 225.000,- vastgesteld.
Ter zitting heeft geïntimeerde verklaard dat zij ondanks deze lagere marktwaarde toch de hogere WOZ-waarde in de aangifte erfbelasting heeft opgegeven om ‘geen gedoe’ te krijgen.
Erfrecht. Legitieme. Waarde van een woning voor de berekening en vaststelling van de legitieme. Stelplicht. Marktwaarde. WOZ-waarde. Taxatie. Bewijs. Bewijsopdracht.
De rechter oordeelt als volgt.
Het hof is van oordeel dat het taxatierapport van geïntimeerde niet doorslaggevend is voor de waardering van de echtelijke woning.
In het taxatierapport is als object genoemd een ‘Vrijstaande woning’.
Appellant heeft ter zitting gesteld dat er nog een groot stuk grond achter de woning ligt dat niet in de taxatie is meegenomen.
Het hof kan dit niet uit het taxatierapport afleiden.
Daar komt bij dat geïntimeerde ter zitting heeft aangegeven dat de gemeente al jarenlang de WOZ-waarde van de woning op € 356.000,- heeft vastgesteld en dat het taxatierapport met een lagere marktwaarde voor haar geen aanleiding is geweest om bezwaar te maken tegen de hogere WOZ-waarde.
Op grond van artikel 150 Rv is het aan appellant om de door hem gestelde waarde van de woning te bewijzen.
Nu appellant de waarde van € 225.000,- gemotiveerd heeft betwist, zal het hof hem conform zijn bewijsaanbod in de gelegenheid stellen om te bewijzen dat de waarde van de echtelijke woning op het tijdstip onmiddellijk na het overlijden van erflater meer dan € 225.000,- bedroeg.
Het hof laat appellant toe feiten en omstandigheden te bewijzen die de conclusie rechtvaardigen dat op het tijdstip onmiddellijk na het overlijden van erflater de waarde van de woning meer dan € 225.000,- bedroeg.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat legitieme over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het berekenen van de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de berekening van de legitieme, bezoek dan onze website over de legitieme. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.