Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag of een wijziging van de huwelijkse voorwaarden moest worden aangemerkt als een gift bij de berekening van de legitieme.
In deze zaak staat centraal hoeveel de legitieme portie van de zoon bedraagt als legitimaris in de nalatenschap van zijn vader.
Erfrecht. Legitieme. Vaststelling van de legitieme. Vaststelling legitimaire massa. Giften. Wijziging van de huwelijkse voorwaarden. Benadeling. Onttrekking van verhaalsmogelijkheden.
De rechter oordeelt als volgt.
Volgens de zoon hield de wijziging van de huwelijkse voorwaarden waardoor A voor de helft mede-eigenaar werd van de woning een schenking in van vader aan A van de helft van de waarde van die woning.
De rechtbank heeft die stelling verworpen, omdat zij voldoende aannemelijk vond dat het hier de voldoening aan een morele verplichting betrof en dat de wijziging daarom niet de bedoeling had A te bevoordelen, zoals is vereist voor het aannemen van een schenking – vader zou door een faillissement niet langer in staat zijn geweest om te voorzien in de kosten van de gezamenlijke huishouding, terwijl die verplichting op grond van de huwelijkse voorwaarden wel op hem rustte.
De zoon betwist dat vader toen niet meer de financiële middelen gehad zou hebben om te voorzien in de kosten van de gezamenlijke huishouding; het betrof niet een persoonlijk faillissement van vader en vader zou in die periode nog maandelijks bedragen van € 10.000,- hebben ontvangen voor managementwerkzaamheden die hij namens de onderneming T verrichtte voor zijn Hongaarse onderneming.
De zoon gaat eraan voorbij dat, zoals door de executeur ook is aangevoerd, declaraties door T voor door vader verrichte werkzaamheden nog niet betekenen dat die declaraties ook (op tijd) zijn voldaan en evenmin dat vader die bedragen ook zelf ontvangen heeft.
Bescheiden waaruit dat zou kunnen blijken zijn niet overgelegd.
De zoon heeft daarmee de redenering van de rechtbank dat en waarom de wijziging van de huwelijkse voorwaarden geen gift betrof, niet met voldoende kracht van argumenten bestreden.
Die redenering van de rechtbank houdt daarom ook in hoger beroep stand, en wordt door het hof ook gevolgd.
Daar komt bij dat de wijziging heeft plaatsgevonden ongeveer een jaar nadat B failliet was verklaard.
Niet valt uit te sluiten dat de wijziging van de huwelijkse voorwaarden verband hield met dat faillissement.
Hoe dat zat kan nu niet meer worden nagegaan omdat A inmiddels is overleden.
Dat dit niet meer kan worden vastgesteld, behoort niet alleen voor risico van de executeur te komen, maar ook voor risico van de zoon ; hij heeft de kwestie pas opgeworpen na het overlijden van A op 10 februari 2021, terwijl de zoon door de notaris al op 18 maart 2014 is uitgenodigd om zijn reactie te geven op de zienswijze van de notaris met betrekking tot de legitimaire portie, en die zienswijze niet uitging van een schenking aan A van de helft van de woning.
Daar komt verder bij dat als de wijziging van de huwelijkse voorwaarden wel moet worden gezien als een schenking, die wijziging heeft plaatsgevonden meer dan vijf jaar voor het overlijden van vader.
Uit artikel 4:67 BW volgt dat voor het in aanmerking kunnen nemen van die gift voor de legitimaire massa geldt dat de gift moet zijn gedaan en aanvaard met het vooruitzicht dat daardoor de legitimarissen (in dit geval de zoon) zouden worden benadeeld.
Over dat vooruitzicht heeft de zoon in de procedure bij de rechtbank alleen gesteld dat niet veel later het testament is opgemaakt waarmee de zoon werd onterfd, en vader met deze wijziging heeft willen voorsorteren op het zoveel mogelijk onttrekken van verhaalsmogelijkheden voor de legitieme van de zoon.
Juist omdat de wijziging plaatsvond bijna anderhalf jaar voor het opmaken van het testament, ligt de aanwezigheid van dat oogmerk bij vader zonder nadere toelichting, die niet is gegeven, objectief bezien echter niet voor de hand.
Bovendien zegt de stelling ook niets over de aanvaarding van de schenking door A met ook die bedoeling.
Een en ander leidt tot verwerping van de stelling dat sprake is van een gift die bij de legitimaire massa opgeteld had moeten worden.
De stelling dat de legitimaire massa moet worden verhoogd met de helft van de waarde van de woning wordt dus verworpen.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat legitieme over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het berekenen van de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de berekening van de legitieme, bezoek dan onze website over de legitieme. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.