De Rechtbank Rotterdam heeft op 23 juni 2021 uitspraak gedaan over het recht op informatie van de legitimaris ter berekening van de legitieme.
Eiser en gedaagde zijn broer en zus.
Op 25 mei 2017 is overleden erflaatster.
Erflaatster is de moeder van eiser en gedaagde.
Erflaatster heeft bij testament over haar nalatenschap beschikt en daarin haar echtgenoot (de erflater) en gedaagde tot enige erfgenamen van haar nalatenschap benoemd.
Erflaatster heeft in haar testament eiser en zijn afstammelingen onterfd.
Op 7 augustus 2018 is erflater overleden.
Erflater is de vader van eiser en gedaagde.
Hij heeft bij testament over zijn nalatenschap beschikt en gedaagde tot enig erfgenaam benoemd.
Erflater heeft in zijn testament eiser en zijn afstammelingen onterfd.
Gedaagde heeft de nalatenschap van erflater op 18 februari 2019 beneficiair aanvaard.
Naast eiser en gedaagde hadden erflater en erflaatster nog twee dochters.
Zij zijn voor-overleden.
De afstammelingen van de dochter (haar zonen) hebben bij gedaagde een beroep gedaan op hun legitieme portie en op een legaat dat erflater hen had toegekend in zijn testament.
Gedaagde heeft met hen een vaststellingsovereenkomst gesloten.
De dochter had geen kinderen.
Eiser heeft op 8 augustus 2018 aanspraak gemaakt bij gedaagde op zijn legitieme portie in de nalatenschap van erflaatster en op 7 februari 2019 op zijn legitieme portie in de nalatenschap van erflater.
Nu eiser aanspraak kan maken op zijn legitieme porties, zal beoordeeld moeten worden wat de legitimaire aanspraken van eiser zijn in de nalatenschappen van erflaatster en erflater.
Erfrecht. Legitieme. Recht op informatie ter berekening van de legitieme. Giften? Recht op inzage bankafschriften vijf jaar voor overlijden erflater. Aangifte erfbelasting.
De rechter oordeelt als volgt.
De legitieme portie wordt berekend over de waarde van de goederen van de nalatenschap, welke waarde wordt vermeerderd met de bij deze berekening in aanmerking te nemen giften en verminderd met de schulden.
Bij de berekening van de legitieme portie worden in aanmerking genomen de door erflater gedane giften aan (onder anderen) een afstammeling, mits deze, of een afstammeling van hem, legitimaris van de erflater is.
De legitieme portie van een kind van de erflater bedraagt de helft van de waarde waarover de legitieme portie wordt berekend gedeeld door het aantal in artikel 4:10 lid 1 onder a BW genoemde, door de erflater achtergelaten personen.
De waarde van giften, door de erflater aan de legitimaris gedaan, en van hetgeen de legitimaris krachtens erfrecht verkrijgt, komt in mindering op de legitieme portie.
Hetgeen dan resteert is de legitimaire aanspraak.
Gedaagde heeft zich op het standpunt gesteld dat de legitimaire aanspraak van eiser in zowel de nalatenschap van erflaatster als die van erflater nihil is, omdat hij meer giften heeft ontvangen dan zijn legitieme porties.
Eiser heeft, met onderbouwing van stukken, gemotiveerd bestreden dat hij giften heeft ontvangen van zijn ouders.
Voordat de legitimaire aanspraak van eiser berekend kan worden, zal eerst beoordeeld moeten worden of de door gedaagde gestelde giften aan eiser hebben plaatsgevonden.
Daarnaast zal beoordeeld moeten worden of de andere kinderen van erflater en erflaatster ook giften hebben ontvangen, zoals door eiser later in deze procedure is gesteld.
Bij de berekening van de legitieme portie moeten immers alle giften aan afstammelingen worden meegenomen, ook als zij geen beroep op hun legitieme gedaan hebben.
Inzage bankafschriften en aangifte erfbelasting
Eiser gelooft niet dat er geen schenkingen zijn gedaan zoals door gedaagde is gesteld.
Hij heeft inzage in de bankafschriften van erflater gevorderd en verzocht om de aangiften erfbelasting in de nalatenschappen van erflater en erflaatster aan hem te verstrekken.
Eiser heeft aan dit verzoek ten grondslag gelegd dat het niet anders kan dan dat de kinderen van de dochter giften hebben ontvangen, omdat erflater en erflaatster in hun testament hebben opgenomen dat ‘die tak van de familie’ al genoeg gehad heeft.
Daarnaast heeft hij gewezen op een bankafschrift van erflater waaruit volgens hem blijkt dat diverse overboekingen aan gedaagde en haar echtgenoot zijn gedaan, zodat gedaagde wel degelijk giften heeft gehad van erflater.
De rechtbank begrijpt dat eiser artikel 4:78 BW aan dit verzoek ten grondslag heeft gelegd.
Op grond van dit artikel kan de legitimaris die niet erfgenaam is (eiser) tegenover de erfgenamen (gedaagde) aanspraak maken op inzage en afschrift van alle bescheiden die hij voor de berekening van zijn legitieme portie behoeft en dat de erfgenamen desverlangd alle daartoe strekkende inlichtingen moeten verstrekken.
Dit begrip moet, gelet op de wetsgeschiedenis, zo ruim mogelijk worden uitgelegd, met de enkele beperking dat de gegevens nodig zijn voor de berekening van de legitieme portie.
Wat de gevorderde aangifte erfbelasting in de nalatenschap van erflater betreft, heeft gedaagde gesteld dat zij deze reeds per e-mailbericht van 10 januari 2020 aan eiser heeft verstrekt.
Eiser heeft dit niet bestreden, zodat er geen reden is om gedaagde te veroordelen deze aangifte opnieuw te verstrekken.
De rechtbank is wel van oordeel dat eiser recht heeft op inzage in de bankafschriften van erflater van de vijf jaar voor zijn overlijden.
Giften kunnen immers blijken uit de bankafschriften, zodat deze stukken nodig zijn om de legitieme portie te berekenen.
De rechtbank is van oordeel dat het enkel opgave doen van giften door gedaagde onvoldoende is, zodat zij niet kan worden gevolgd in haar stelling – met verwijzing naar het arrest van het gerechtshof Den Haag van 18 juni 2019 – dat eiser al voldoende gegevens heeft ontvangen door haar opgave van de giften.
Gedaagde dient daarom de bankafschriften over de laatste vijf jaar voor het overlijden van erflater in kopie te verstrekken.
Het feit dat eiser de bankrekeningen niet geconcretiseerd heeft, betekent niet dat het verzoek niet kan worden toegewezen.
Om een mogelijk executiegeschil te voorkomen zal de rechtbank uitgaan van de bankrekeningen in de door eiser overlegde boedelbeschrijvingen, nu uit de stellingen van eiser niet blijkt dat erflater meer bankrekeningen had.
Dit betekent dat gedaagde wordt veroordeeld om de bankafschriften van de bankrekeningen over de vijf jaar voor het overlijden van erflater in kopie aan eiser dient te verstrekken.
De termijn waarbinnen gedaagde dat moet doen wordt gesteld op twee weken na dit vonnis.
Omdat gedaagde heeft aangegeven dat zij deze bankafschriften vrijwillig zal verstrekken indien zij daartoe wordt veroordeeld en de rechtbank geen reden heeft om daaraan te twijfelen, zal er geen dwangsom worden verbonden aan de verstrekking van de bankafschriften.
Het voorgaande geldt ook voor de aangifte erfbelasting in de nalatenschap van erflaatster.
Eiser heeft in zijn akte van 17 februari 2021 gesteld dat hij ook recht heeft op aangiften IB en heeft in zijn laatste akte gesteld dat hij inzage wil in alle financiële stukken van erflater en erflaatster.
Eiser heeft echter zijn eis niet gewijzigd, zodat dit niet ter beoordeling voorligt.
Daarnaast is dit verzoek ook heel algemeen geformuleerd en blijkt hieruit niet precies welke stukken eiser nog nodig heeft voor de berekening van zijn legitieme portie.
Het ligt op de weg van eiser om te concretiseren welke andere schenkingen als bedoeld in artikel 4:67 BW er gedaan zouden kunnen zijn en waarvan hij stukken verlangd.
Dat heeft eiser niet, althans onvoldoende gedaan, zodat dit verzoek wordt afgewezen.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat legitieme over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het berekenen van de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de berekening van de legitieme, bezoek dan onze website over de legitieme. Klik dan hier.