De Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 19 april 2023 uitspraak gedaan over de vraag of teveel aan legitieme was uitbetaald.

De vorderingen betreffen de vaststelling en betaling van de legitieme portie van eiseres uit hoofde van de nalatenschap van erflater.

In reconventie vordert gedaagde om voor het geval ter zake de legitieme portie te veel aan eiseres is betaald te bepalen dat eiseres het teveel betaalde bedrag aan gedaagden dient terug te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente per 19 mei 2022.

Erfrecht. Legitieme portie. Vaststelling hoogte legitieme. Waardering. Is teveel aan legitieme betaald? Dient het teveel aan ontvangen legitieme te worden terugbetaald?

De rechter oordeelt als volgt.

Uitgangspunt is dat de legitieme portie op grond van het bepaalde in artikel 4:65 BW wordt berekend over de legitimaire massa, zijnde:

  1. de waarde van de goederen van de nalatenschap, of te wel de activa van de nalatenschap op het moment van overlijden van erflater,
  2. plus de waarde van de bij deze berekening in aanmerking te nemen giften,
  3. minus de schulden van de nalatenschap, vermeld in artikel 4:7 lid 1 aanhef en onder a, b, c en f BW.

Verkort weergegeven is de legitieme portie aldus de legitimaire massa x het breukdeel in voormelde zin.

Gelijk in het tussenvonnis van 4 mei 2022 is bepaald bedraagt het breukdeel 1/6e.

Ingevolge het bepaalde in artikel 4:6 BW dient de waardering van de goederen van de gemeenschap te worden vastgesteld onmiddellijk na het overlijden van erflater.

In het onderhavige geval is een vaststelling hiervan van belang omdat een deel van het vermogen van erflater (zijnde de verkoopopbrengst van het appartement op de bankrekening van gedaagde is overgemaakt, terwijl een deel hiervan wel tot het vermogen van erflater behoort en aldus meegerekend dient te worden bij de berekening van de legitimaire massa.

Immers, om tot een juiste berekening van de legitimaire massa te kunnen komen dient de waarde van de activa van de nalatenschap van erflater ten tijde van zijn overlijden als vertrekpunt gehanteerd te worden in de berekening van de hoogte van de aan eiseres toekomende legitieme portie.

Gedaagde heeft onvoldoende weersproken aangevoerd dat zij vóór en na het overlijden van erflater op verzoek van erflater van voormelde verkoopopbrengst leningen van en vorderingen op erflater heeft voldaan.

In het tussenvonnis zijn overwegingen gewijd aan het debat tussen partijen m.b.t. de legitimaire aanspraak van eiseres.

Gelijk in voormeld vonnis is overwogen heeft gedaagde een boedelbeschrijving in het geding gebracht.

Ter zitting heeft gedaagde onweersproken aangevoerd dat de op de boedelbeschrijving vermelde post inkomstenbelasting dient te worden gecorrigeerd in de zin dat uitgegaan dient te worden van een bedrag van € 437,– i.p.v. het in de overgelegde boedelbeschrijving vermelde bedrag van € 429,–.

De door gedaagden overgelegde boedelbeschrijving en de hierbij overgelegde bijlage vermelden als schuld van de nalatenschap terecht kindsdelen uit hoofde van het vooroverlijden van moeder.

Deze dienen in verband met hetgeen hiervoor is overwogen als na te melden worden aangepast dan wel gecorrigeerd.

Vast staat dat op datum overlijden van erflater de bedragen van € 40.878,55 (kindsdelen volgens de berekening van gedaagden) nog niet aan eiseres en A voldaan waren, nu gedaagde deze immers eerst na het overlijden van erflater voldaan heeft uit de op haar bankrekening overgemaakte verkoopopbrengst van het appartement.

Gedaagde heeft toegelicht dat het appartement in maart 2020 verkocht is voor een bedrag van € 323.610,38.

Dit bedrag is op verzoek van erflater op de bankrekening van gedaagde gestort om hieruit op verzoek van erflater de navolgende vorderingen en leningen af te lossen.

Gedaagden heeft onweersproken gesteld dat op datum overlijden van erflater de hiervoor vermelde posten het bedrag van € 323.610,38 waren voldaan, maar niet de kindsdelen van eiseres.

De rechtbank gaat er op grond hiervan van uit dat, zoals gedaagde ook stelt, zij op dat moment nog een bedrag van € 91.534,89 “in bewaring” had voor erflater.

Uitgaande van het te hanteren breukdeel van 1/6e bedraagt de legitieme portie van eiseres in de nalatenschap van erflater € 16.800,37.

De vordering is met inachtneming van het vorenstaande toewijsbaar als hierna vermeld in het dictum.

Vast staat dat gedaagden op 29 maart 2021 een bedrag van € 19.729,11 naar de bankrekening van eiseres heeft overgemaakt als betaling van haar legitieme portie ter zake de nalatenschap van erflater.

Dat betekent dat aan eiseres een bedrag van € 2.928,74 ter zake haar legitieme portie te veel is betaald.

Met inachtneming van het vorenstaande en nu daartegen geen ander verweer is gevoerd, zal de rechtbank eiseres veroordelen om aan gedaagden in haar hoedanigheid van executeur terug te betalen een bedrag van € 2.928,74.

De wettelijke rente zal worden toegewezen vanaf 14 dagen na de datum van dit vonnis, nu een eerdere ingangsdatum niet is onderbouwd.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat legitieme over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het berekenen van de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de berekening van de legitieme, bezoek dan onze website over de legitieme. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.