Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag of wel tijdig een beroep was gedaan op de legitieme.

Partijen zijn broers en zus.

Hun vader (erflater) is overleden op 15 december 2012.

hun moeder (erflaatster) op 12 november 2016. Erflater heeft zijn kinderen en erflaatster als zijn erfgenamen achtergelaten.

Hij heeft in zijn testament tussen hen een ouderlijke boedelverdeling gemaakt.

Erflaatster heeft haar kinderen als haar erfgenamen achtergelaten.

Zowel erflater als erflaatster hebben in hun testament van 19 mei 1993 hun kinderen vrijgesteld van de verplichting giften in te brengen in de nalatenschap.

Appellant 2 heeft op 30 oktober 2021 aanspraak gemaakt op zijn legitieme portie in de nalatenschap van erflater en erflaatster.

Appellant 1 heeft op 3 november 2021 aanspraak gemaakt op zijn legitieme portie in de nalatenschap van erflaatster.

Appellanten hebben hun bezwaren tegen het vonnis van de rechtbank uitgewerkt in 17 bezwaren/grieven.

Het merendeel van de grieven gaat over de afspraken die erflater en geïntimeerde in 1993 en 1994 hebben gemaakt over de overname van het bedrijf door geïntimeerde.

Appellanten zijn het niet eens met deze afspraken.

In grote lijnen komt het oordeel van het hof erop neer dat appellanten als erfgenamen van erflater gebonden zijn aan de afspraken die deze heeft gemaakt (artikel 6:249 BW) en dat zij geen belang meer hebben bij hun veronderstelling dat deze afspraken giften behelzen.

Zij hebben niet tijdig aanspraak gemaakt op de legitieme portie in de nalatenschap van hun vader en erflater heeft bepaald dat giften niet hoeven te worden ingebracht in zijn nalatenschap.

Het hof zal deze grieven hierna nog een voor een bespreken en beoordelen.

Erfrecht. Legitieme. Ouderlijke boedelverdeling. Giften. Vrijstelling van de verplichting tot de inbreng van giften. Is er wel tijdig een beroep gedaan op de legitieme?

De rechter oordeelt als volgt.

Omdat ze niet tijdig aanspraak hebben gemaakt op hun legitieme portie in de nalatenschap van erflater en erflater zijn erfgenamen heeft vrijgesteld van de verplichting tot inbreng van giften in zijn nalatenschap is dat belang ontvallen.

Het hof herhaalt dat appellanten als erfgenamen van erflater zijn gebonden aan de afspraken die erflater heeft gemaakt over de waardering en de daarop gebaseerde overnameprijs.

Zij hebben bovendien niet hard gemaakt dat het bedrijf en de roerende zaken echt te laag zijn gewaardeerd en geen relevant en voldoende aanbod gedaan dat te bewijzen.

Zou overigens kloppen wat zij zeggen, dan zou dat de afspraken over de overnamesom van erflater met geïntimeerde niet veranderen, maar wel zou sprake kunnen zijn van een gift.

Omdat appellanten niet tijdig aanspraak hebben gemaakt op hun legitieme portie in de nalatenschap van erflater en erflater zijn erfgenamen heeft vrijgesteld van de verplichting tot inbreng van giften in zijn nalatenschap, kan dat hen niet meer baten.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat legitieme over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het berekenen van de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de berekening van de legitieme, bezoek dan onze website over de legitieme. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.