De Rechtbank Amsterdam heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag of sprake was van een schenking ter zake des doods ingeval van een schenking in termijnen.

Op 23 juli 2021 is erflaatster overleden.

Erflaatster was de moeder van gedaagde en eiser.

De vader van partijen, met wie erflaatster was getrouwd, is al op 11 juni 2001 overleden.

In 2014 heeft erflaatster, nog bij leven, aan haar beide zoons € 100.000,- belastingvrij willen schenken.

Zij wilden gebruikmaken van de mogelijkheid dat ouders ieder kind belastingvrij € 100.000,- konden schenken als het kind die schenking zou besteden aan de eigen woning, de zogenoemde ‘jubelton’.

Op 11 december 2014 heeft erflaatster in het kader van de schenking € 100.000,- aan gedaagde overgemaakt en € 16.500,- aan eiser.

Erflaatster heeft vervolgens jaarlijks aan eiser aanvullend € 5.500,- overgemaakt.

Aan gedaagde heeft erflaatster na de jubelton van 2014 geen schenkingen meer gedaan.

In totaal heeft eiser ten tijde van het overlijden van zijn moeder in het kader van de bedoelde schenking € 42.500,- van zijn moeder (belastingvrij) ontvangen.

Erfrecht. Legitieme. Giften. Schenking ter zake des doods. Verval van de schenking. Strekking. Schenking in termijnen. Toetsing.

De rechter oordeelt als volgt.

Gedaagde heeft een beroep gedaan op artikel 7:177 eerste lid BW en het vervallen zijn van de schenking aan eiser.

dit beroep gaat niet op.

Het artikel bepaalt dat voor zover een schenking de strekking heeft dat zij pas na het overlijden van de schenker zal worden uitgevoerd, en zij niet al tijdens het leven van de schenker is uitgevoerd, deze schenking vervalt met het overlijden van de schenker, tenzij de schenking door de schenker persoonlijk is aangegaan en daarvan een notariële akte is opgemaakt.

Anders dan gedaagde stelt, had de schenking naar het oordeel van de rechtbank niet de strekking dat deze pas na het overlijden zou worden uitgevoerd.

De omstandigheid dat erflaatster al tachtig jaar oud was ten tijde van het doen van de schenking, waardoor het op dat moment al aannemelijk was dat een deel van de schenking aan eiser in termijnen niet meer bij leven van erflaatster zou kunnen plaatsvinden, maakt dat niet anders.

Nog afgezien dat niet kan worden voorzien hoe oud men wordt, is niet komen vast te staan dat erflaatster, noch eiser en evenmin gedaagde, zich daar ten tijde van het doen van de schenking van bewust was.

Met de strekking van de schenking in termijnen aan eiser kan dan ook niet anders zijn bedoeld dan dat erflaatster deze nog bij leven schenkbelastingvrij heeft willen effectueren en niet pas (deels) na haar overlijden opeisbaar heeft willen laten zijn.

Daarmee is geen sprake van een situatie waarop artikel 7:177 BW ziet.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat legitieme over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het berekenen van de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de berekening van de legitieme, bezoek dan onze website over de legitieme. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.