De Rechtbank Limburg heeft op 26 januari 2022 uitspraak gedaan over de vraag of een executeur tot betaling van de legitieme kon worden aangesproken.

De rechtbank heeft eerder overwogen dat de legitimaire massa bestaat uit de waarde van de goederen van de nalatenschap, welke wordt vermeerderd met de in aanmerking te nemen giften en verminderd met bepaalde schulden (artikel 4:65 BW e.v.).

Eiser vordert dat gedaagde, in zijn hoedanigheid van executeur, wordt veroordeelt tot de betaling van de legitieme portie.

Erfrecht. Legitieme. Kan de executeur tot betaling van de legitieme worden aangesproken? Wettelijke rente over de legitieme. Opeisbaarheid. Verzuim.

De rechter oordeelt als volgt.

Gevorderd wordt gedaagde, in zijn hoedanigheid van executeur, te veroordelen tot betaling van de legitieme portie.

Deze vordering is toewijsbaar.

Gedaagde heeft de executeursbenoeming aanvaard (verklaring van aanvaarding executele en verklaring van erfrecht).

Hoewel gedaagde de nalatenschap bij akte van 7 september 2017 beneficiair heeft aanvaard, blijkt uit de verklaring van erfrecht en de ‘ruimschoots voldoendeverklaring conform artikel 4:202 lid 1 sub a Burgerlijk Wetboek’ dat de wettelijke vereffening niet van toepassing is.

Het gevolg daarvan is dat gedaagde, in zijn hoedanigheid van executeur, tot betaling van de legitieme portie aangesproken kan worden (artikelen 4:144 lid 1 BW, 4:7 lid 1 sub g BW en 4:145 lid 2 BW).

Eiser maakt verder aanspraak op de wettelijke rente over de legitieme portie vanaf de sterfdatum van erflaatster (overlijdensdatum).

Ingevolge het bepaalde in artikel 4:81 lid 1 BW is de vordering ter zake van de legitieme portie niet opeisbaar voordat zes maanden na het overlijden van de erflaatster zijn verstreken.

Gedurende die zes maanden kan er dus geen wettelijke rente verschuldigd zijn.

Voor de periode erna geldt dat om aanspraak te kunnen maken op de wettelijke rente vereist is dat gedaagde met de voldoening in verzuim is (artikelen 6:119 lid 1 BW).

Het verzuim treedt echter eerst in door een ingebrekestelling, tenzij sprake is van blijvende onmogelijkheid of een niet toerekenbare tekortkoming, wanneer zich een situatie als vermeld in artikel 6:83 BW voordoet (artikel 6:81 BW), dan wel de redelijkheid en billijkheid eraan in de weg staan dat de schuldenaar zich op het uitblijven van een ingebrekestelling beroept.

Niet gebleken is dat sprake is van een ‘tenzij-omstandigheid’, zodat voor het intreden van het verzuim een ingebrekestelling vereist is.

Op 28 februari 2019 heeft eiser via zijn advocaat aanspraak gemaakt op de legitieme portie en heeft hij gedaagde gesommeerd tot afgifte binnen veertien dagen van alle relevante stukken die nodig zijn om de legitieme portie te kunnen berekenen.

Dat gedaagde aan die sommatie geen gevolg heeft gegeven staat vast.

Dat al eerder dan 28 februari 2019 een ingebrekestelling gestuurd is, is niet gesteld of gebleken.

De rechtbank zal de wettelijke rente zal dan ook toewijzen met ingang van 15 maart 2019 omdat vanaf die dag het verzuim is ingetreden.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat legitieme over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het berekenen van de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de berekening van de legitieme, bezoek dan onze website over de legitieme. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.