Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag of het zakelijk recht van  gebruik en bewoning als een gift moest worden beschouwd die bij de vaststelling van de legitieme in aanmerking diende te komen.

Op 19 september 2018 is de heer A (de erflater) overleden.

Hij was de vader van appellant en van dochter.

De erflater maakte op 25 april 2018 een testament.

Daarin heeft hij geïntimeerde tot zijn enig erfgenaam en executeur benoemd.

Appellant heeft in de nalatenschap van zijn vader een beroep gedaan op zijn legitieme portie.

Appellant stelt dat hij als legitimaris in de nalatenschap van zijn vader is benadeeld doordat zijn vader drie maanden voordat hij overleed zijn woning heeft overgedragen aan zijn voormalige boekhouder.

Deze overdracht vond plaats onder het voorbehoud van het beperkte recht van gebruik en bewoning voor de vader van appellant en de partner van de vader (geïntimeerde).

Appellant vordert dat de transactie (overdracht onder voorbehoud van gebruik en bewoning) ongedaan wordt gemaakt zodat de woning deel uitmaakt van de nalatenschap van zijn vader.

Voor het geval dat niet mogelijk is, vordert appellant dat bij de berekening van de omvang van zijn legitieme portie rekening wordt gehouden met de waarde van de gift aan geïntimeerde die in de transactie besloten ligt.

Erfrecht. Legitieme. Giften. Inkorting? Zakelijk recht van gebruik en bewoning. Verzorgingsverplichting? Morele onderhoudsplicht? Morele verplichting? Toetsing.

De rechter oordeelt als volgt.

De rechtbank heeft de vestiging van het zakelijke recht van gebruik en bewoning ten behoeve van geïntimeerde aangemerkt als een gift van de erflater aan geïntimeerde.

Appellant heeft in de nalatenschap van zijn vader een beroep gedaan op zijn legitieme portie.

Bij de berekening van de hoogte daarvan is ingevolge artikel 4:65 van het Burgerlijk Wetboek (BW) het uitgangspunt dat ook giften in de zin van artikel 4:67 BW worden meegeteld.

Dit uitgangspunt lijdt echter uitzondering als het een gift betreft aan een persoon ten aanzien van wie de erflater moreel verplicht was bij te dragen in het onderhoud tijdens zijn leven of na zijn dood, voor zover de gift als uitvloeisel van die verplichting is aan te merken en in overeenstemming was met het inkomen en het vermogen van de erflater (artikel 4:69 lid 1 sub a BW).

De rechtbank oordeelde dat hiervan sprake was, zodat de gift bij de vaststelling van de legitieme portie niet in aanmerking behoeft te worden genomen.

Appellant is het hier niet mee eens.

Ter onderbouwing van zijn standpunt dat zijn vader geen morele onderhoudsverplichting jegens geïntimeerde had, wijst hij op de korte duur van de relatie en samenwoning van zijn vader en geïntimeerde en op de onduidelijkheid over de financiële positie van geïntimeerde, zodat onzeker is of geïntimeerde door de erflater onderhouden moest worden.

De positie van geïntimeerde als mantelzorger van de erflater maakt dit niet anders, aldus appellant.

Hij wijst erop dat zijn vader bij het aangaan van de relatie met geïntimeerde al ziek was en bovendien tot kort voor zijn overlijden nog volop werkzaam was in zijn slagerij.

Geïntimeerde heeft in haar memorie van antwoord betoogd dat, anders dan de rechtbank heeft geoordeeld, geen sprake is van een gift maar van de voldoening van een natuurlijke verbintenis.

Geïntimeerde is echter niet zelf in hoger beroep gekomen van het vonnis van de rechtbank, zodat het oordeel dat sprake is van een gift in hoger beroep niet aan het hof voorligt en dit daarmee tussen partijen vaststaat.

Het hof is het eens met de rechtbank dat de erflater met de gift heeft voldaan dan wel heeft beoogd te voldoen aan een op hem rustende morele verplichting tot bijdrage aan het onderhoud van geïntimeerde na zijn dood.

Het hof onderschrijft wat de rechtbank hierover heeft overwogen en maakt het oordeel van de rechtbank, na eigen onderzoek, tot het zijne. In aanvulling daarop overweegt het hof als volgt.

De erflater en geïntimeerde hadden een relatie en woonden al enige jaren samen.

De erflater heeft in een gesprek met zijn beide kinderen en geïntimeerde enkele maanden voor zijn overlijden gezegd dat het zijn wens was dat geïntimeerde na zijn overlijden in het appartement zou kunnen blijven wonen en gezocht naar mogelijkheden om die wens te realiseren.

Zowel in de samenlevingsovereenkomst als in zijn testament maakt de erflater gewag van een door hem jegens geïntimeerde gevoelde verzorgingsverplichting en heeft hij deze verplichting als een natuurlijke verbintenis geduid.

De verkoop en levering van het appartement onder voorbehoud van gebruik en bewoning voor de erflater en geïntimeerde maakte het mogelijk de resterende hypotheekschuld af te lossen, zodat geïntimeerde deze na het overlijden van de erflater niet hoefde over te nemen.

Geïntimeerde heeft zich ingezet als mantelzorgster van de erflater, die zeker in de laatste weken voor zijn overlijden intensieve zorg nodig had.

Hierdoor was geïntimeerde minder beschikbaar voor de arbeidsmarkt om in haar eigen onderhoud te voorzien.

Het is op grond van deze feiten en omstandigheden dat het hof tot het oordeel komt dat op de erflater een morele verplichting rustte om na zijn dood bij te dragen in het onderhoud van geïntimeerde in de zin van artikel 4:69 BW.

De gift, bestaande uit het voorbehouden recht van gebruik en bewoning, was hiervan een uitvloeisel en hoeft daarom bij de berekening van de legitieme portie van appellant niet te worden meegeteld.

Anders dan appellant heeft aangevoerd, beschikt geïntimeerde niet (meer) over een fors eigen vermogen.

Onbetwist heeft geïntimeerde tijdens de mondeling behandeling gesteld dat het vermogen dat zij had overgehouden uit haar eerdere huwelijk is opgegaan aan het openen van een eigen kledingwinkel in 2015.

Die winkel is echter nooit van de grond is gekomen en geïntimeerde heeft deze daarom in 2017 moeten sluiten.

Daarnaast beschikt geïntimeerde slechts over een bescheiden inkomen uit schoonmaakwerkzaamheden.

De gift draagt er dan ook daadwerkelijk aan bij dat geïntimeerde na het overlijden van de erflater in het appartement kan blijven wonen.

Dat de gift niet in overeenstemming is met het inkomen en het vermogen van de erflater, is door appellant onvoldoende onderbouwd.

Nu vaststaat dat de gift een uitvloeisel was van een morele verplichting voor de erflater tot (bijdrage aan het) onderhoud van geïntimeerde, kan in het midden blijven of de gift kennelijk is gedaan en aanvaard met het vooruitzicht dat daardoor legitimarissen worden benadeeld (in de zin van artikel 4:67, aanhef en sub a, BW), zoals door appellant gesteld.

Zelfs als dat het geval zou zijn, wordt een dergelijke gift immers niet meegenomen bij de berekening van de legitieme portie indien sprake is van een morele onderhoudsverplichting (in de zin van artikel 4:69 lid 1 sub a BW) als door het hof vastgesteld.

Het beroep van appellant op de uitspraak van de Rechtbank Haarlem van 14 maart 2007 (RBHAA:2007:BA0703) kan hem niet baten.

In die zaak oordeelde de rechtbank dat verkoop van zaken tegen een te lage prijs aan een derde niet kan worden aangemerkt als een gift aan een andere persoon ten aanzien van wie de verkoper moreel verplicht was bij te dragen in het onderhoud.

Van een dergelijke situatie is echter geen sprake.

Niet de verkoop van het appartement wordt immers aangemerkt als gift, maar het daarbij voorbehouden recht van gebruik en bewoning ten behoeve van geïntimeerde.

De begiftigde en de persoon ten aanzien van wie een morele onderhoudsplicht bestaat zijn in deze zaak, anders dan in de zaak bij de Rechtbank Haarlem, een en dezelfde, namelijk geïntimeerde.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat legitieme over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het berekenen van de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de berekening van de legitieme, bezoek dan onze website over de legitieme. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.