De Rechtbank Oost-Brabant heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag of het niet betalen van huur kon worden aangemerkt als een in aanmerking te nemen gift bij de berekening van de legitieme.
Partijen zijn de kinderen van erflater (hierna te noemen: vader) en erflaatster (hierna te noemen: moeder)
Op 10 november 2011 is de woning in A door moeder bij notariële akte overgedragen aan gedaagde.
In de periode tussen april 2003 en november 2011 heeft gedaagde de woning bewoond.
Eisers stellen dat gedaagde over die periode een huur verschuldigd is en dat er geen huur is betaald.
Zij becijferen de verschuldigde huur op een bedrag naar redelijkheid van € 750,-per maand. In totaal stellen ze dat er een schenking heeft plaatsgevonden aan gedaagde van in totaal € 66.000,-.
Dit bedrag dient volgens hen meegenomen te worden bij de berekening van hun legitieme portie.
Gedaagde heeft niet betwist dat er nooit huur is betaald.
Hij stelt dat er desondanks geen schenking heeft plaatsgevonden omdat moeder nooit is verarmd, omdat moeder de beschikking over de woning heeft behouden en deze op elk gewenst moment kon verkopen.
Bovendien heeft gedaagde jarenlang gewerkt in de maatschap die tussen hem en zijn vader (en later moeder) bestond en heeft hij nooit een redelijke vergoeding gekregen voor zijn werkzaamheden.
Om die reden heeft moeder hem nooit huur in rekening gebracht.
Erfrecht. Legitieme. Gift. Bewoning. Kan het niet betalen van huur worden aangemerkt als een gift? Afstammeling. Bevoordeling. Verarming. Verrijking. Juridisch eigendom. Toetsing.
De rechter oordeelt als volgt.
De rechtbank ziet zich gesteld voor de vraag of het niet betalen van huur in de gegeven omstandigheden kan worden aangemerkt als een gift die betrokken dient te worden bij de berekening van de legitieme portie van eisers.
Artikel 4:67 BW geeft aan welke giften bij de berekening van de legitieme porties in aanmerking moeten worden genomen.
In het geval van gedaagde, zijnde een afstammeling van erflaatster (moeder), vallen giften onder het bepaalde in sub d van gemeld artikel.
Dat betreft namelijk alle giften “door de erflater aan een afstammeling gedaan, mits deze (de afstammeling; toevoeging rechtbank) of een afstammeling van hem legitimaris van de erflater is”.
Het woord ‘legitimaris’ duidt de persoon aan die aanspraak kan maken op de legitieme portie, niet slechts de persoon die dat daadwerkelijk heeft gedaan (zie: Hof Arnhem-Leeuwarden 6 februari 2018, GHARL:2018:1168).
Omdat het bepaalde in sub d een uitzondering beschrijft op de hoofdregel – vastgelegd in sub e – gaat het bij afstammelingen dus om alle giften en is het niet beperkt tot de giften die 5 jaar voor het overlijden van de erflater zijn geschied (vastgelegd in sub e van artikel 4:67 BW).
De vraag is of er sprake is van een gift.
Daar ziet ook het verweer van gedaagde op.
Het begrip gift wordt gedefinieerd in artikel 7:186 BW als “iedere handeling die ertoe strekt dat degene die de handeling verricht een ander ten koste van eigen vermogen verrijkt”.
De rechtbank is van oordeel dat in dit geval geen sprake is van een gift.
Om van een gift te kunnen spreken moet gedaagde er rijker van zijn geworden en moeder er armer van zijn geworden.
Dat laatste is naar het oordeel van de rechtbank niet het geval.
Er zijn geen omstandigheden gesteld en/of gebleken waaruit volgt dat sprake is van een voor een gift vereiste verarming van moeder.
Het enkele gegeven dat moeder de huurpenningen niet heeft ontvangen heeft haar vermogen niet verminderd.
Haar vermogen is gelijk gebleven.
Het had door het ontvangen van huur meer kunnen zijn, maar dat is onvoldoende om te voldoen aan de vereisten voor het zijn van een gift.
Gedaagde heeft verwezen naar een vaste lijn in de jurisprudentie (onder meer HR 26 februari 1986, HR:1986: BNB 19861163) waarin is bepaald dat je niet kunt verarmen met iets dat nooit tot je vermogen heeft behoord.
Daarbij behield moeder de volledige juridische eigendom van de woning en daarmee ook de mogelijkheid om er over te beschikken om het bijvoorbeeld te verkopen op het moment dat ze dat had gewild.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat legitieme over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het berekenen van de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de berekening van de legitieme, bezoek dan onze website over de legitieme. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.