De Rechtbank Den Haag heeft onlangs uitspraak gedaan over de vraag of sprake was van een gift wegens een gestelde lagere marktwaarde dan in het vrije economische verkeer bij de verkoop van een woning.
Erflater en erflaatster hebben bij testament van 24 juli 2019 over hun nalatenschap beschikt.
Uit dit huwelijk zijn twee kinderen geboren, te weten B en C.
In de testamenten hebben zij over en weer elkaar en hun dochter tot erfgenaam benoemd.
C heeft na het overlijden van erflater en erflaatster tijdig een beroep gedaan op de legitieme portie.
In maart 2012 heeft erflater het appartement te koop gezet voor een prijs van € 395.000.
Op 11 februari 2013 heeft C het appartement gekocht voor € 310.000.
A stelt dat het verschil van € 85.000 als gift moet worden aangemerkt.
Erfrecht. Legitieme. Berekening van de legitieme portie. Giften. Marktwaarde van een woning in het vrije economische verkeer. Is er sprake van een gift? Verrijking?
De rechter oordeelt als volgt.
Naar het oordeel van de rechtbank kan niet vastgesteld worden dat bij de verkoop van het appartement sprake is van een gift aan C .
Erflater heeft, anders dan bij de winkelruimte, het appartement in de vrije verkoop gezet.
De rechtbank leidt hieruit af dat de erflater in ieder geval serieus de mogelijkheid in overweging heeft genomen om het appartement aan een derde te verkopen.
Het ligt alleen al om deze reden niet voor de hand dat C een prijs heeft betaald die aanmerkelijk lager ligt dan de waarde van het appartement in het economische verkeer.
Dat de prijs die C voor het appartement heeft betaald € 85.000 lager ligt dan de vraagprijs, maakt dat niet anders.
De vraagprijs van € 395.000 is volgens de ‘opdracht tot dienstverlening bij verkoop’ tussen opdrachtgever en makelaar overeengekomen, en geeft voor de waardebepaling van de woning slechts beperkte houvast.
Verder is niet in geschil dat het appartement bijna een jaar lang te koop heeft gestaan en de woningmarkt in 2012/2013 erg ongunstig was.
Het is in deze omstandigheden goed mogelijk dat erflater bereid was om fors in prijs te zakken.
Nu verder niet bekend is welke biedingen er door derden zijn gedaan, kan ook niet worden vastgesteld dat C ten opzichte van die andere kandidaat-koper is bevoordeeld.
A heeft, met andere woorden, onvoldoende gemotiveerd toegelicht dat sprake is van verarming aan de zijde van erflater en een verrijking aan de zijde van C.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u een vraag aan onze advocaat legitieme over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het berekenen van de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.
Wilt u meer weten over de berekening van de legitieme, bezoek dan onze website over de legitieme. Klik dan hier.
Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.