De Rechtbank Rotterdam heeft op 1 juli 2022 uitspraak gedaan over de vraag of de kosten van de executele diende mee te tellen voor de waarde van de nalatenschap in het kader van de vaststelling en berekening van de legitimaire massa.

Op 26 november 2014 is A (hierna: de vader) overleden.

Ten tijde van zijn overlijden was hij gehuwd met B (hierna: de moeder).

Uit hun huwelijk zijn twee kinderen geboren, respectievelijk eiser en gedaagde.

In zijn testament van 8 juli 2020 heeft de vader de moeder tot zijn enige (bezwaarde) erfgename benoemd.

Daarnaast legateerde hij, ten laste van de moeder, aan ieder van zijn kinderen een bedrag in contanten gelijk aan het bedrag van de vrijstelling voor de heffing van de erfbelasting ten tijde van zijn overlijden (€ 19.868,00 in het jaar 2014).

Genoemd bedrag is rentedragend over de periode dat het niet uitbetaald is middels een enkelvoudige rente als in zijn testament nader omschreven.

De vader heeft de moeder tot executeur benoemd.

De moeder is vervolgens als executeur opgetreden.

Op 11 mei 2018 is de moeder overleden.

In haar testament van 24 november 2015 heeft de moeder gedaagde tot haar enig erfgenaam benoemd.

Daarnaast heeft zij gedaagde 2 tot executeur benoemd.

Gedaagde heeft de nalatenschap van de moeder zuiver aanvaard.

Gedaagde 2 treedt als executeur op.

Bij brief van 19 oktober 2018 en deurwaardersexploot van 25 oktober 2018 heeft eiser tegenover gedaagde een beroep gedaan op de legitieme portie in beide nalatenschappen.

Daarnaast heeft eiser tegenover gedaagde aanspraak gemaakt op het aan hem gelegateerde bedrag van € 19.868,00, vermeerderd met een bedrag van € 6.675,65 aan vervallen rente (berekend tot 26 november 2018).

Eiser baseert de eis op het volgende.

De gedaagde 2 heeft de benoeming van executeur aanvaard en is uit dien hoofde verplicht om eiser, als legitimaris, op een zodanige wijze te informeren (en inzage te verstrekken), dat hij middels die inzage en informatievoorziening over de informatie komt te beschikken die hij voor een berekening van zijn legitieme portie noodzakelijk acht (zie artikel 4:78 lid 1 BW).

Zowel gedaagde 2 als gedaagde heeft het voorgaande niet (naar behoren) gedaan en weigeren het ook te doen, aldus eiser.

Erfrecht. Legitieme. Berekening legitieme. Kosten van executele tellen niet mee voor de waarde van de nalatenschap in het kader van de vaststelling van de legitimaire massa.

De rechter overweegt als volgt.

Vooropgesteld wordt dat niet alle nalatenschapsschulden meetellen voor de legitimaire massa.

De reden hiervoor is dat nalatenschapsschulden een rangorde kennen en de legitieme portie zelf ook een schuld van de nalatenschap is (zie artikel 4:65 BW in verbinding met artikel 4:7 lid 1 onder g BW).

Eiser stelt zich op het standpunt dat de notariskosten die partijen in het kader van hun overeenstemming (zullen) maken, ten laste komen van de nalatenschappen van de vader en/of de moeder.

De kantonrechter volgt deze redenering van eiser niet, omdat de kosten van executele – beide nalatenschappen zijn of worden afgewikkeld door een executeur – niet in mindering worden gebracht op de legitimaire massa (zie artikel 4:65 BW gelezen in samenhang met artikel 4:7 lid 1 aanhef en onder d BW).

Eiser geeft terecht te kennen dat kosten van (informele) vereffening en boedelbehandeling nalatenschapsschulden zijn (zie artikel 4:7 lid 1 onder c BW), maar nergens blijkt dat ten aanzien van de onderhavige nalatenschappen sprake is van (informele) vereffening.

Immers, op grond van artikel 4:202 BW is van vereffening alleen sprake indien

1) een of meer erfgenamen de nalatenschap beneficiair hebben aanvaard óf

2) de rechtbank een vereffenaar heeft benoemd.

Niet is gesteld of gebleken dat een van deze situaties zich hier voordoet.

Het gegeven dat partijen in onderling overleg (mogelijk) een notaris willen aanstellen, maakt het voorgaande niet anders.

Het doorbreekt de uiterste wil van de vader en/of de moeder namelijk niet.

Aan de executeur, in dit geval gedaagde 2, komt een zekere discretionaire bevoegdheid toe om derden in te schakelen ter ondersteuning van hem in de executele.

Uiteraard komt een onderling bereikte overeenstemming daarover ten goede aan een harmonieuze en voortvarende nalatenschapsafwikkeling, maar de kosten die daarmee gemoeid zijn tellen dus niet mee voor de legitimaire massa.

In de omstandigheid dat alle partijen vragen hebben over de afwikkeling van de nalatenschappen (zo is ter zitting gebleken dat gedaagde zich afvraagt hoe de rentevordering van eiser berekend moet worden), en belangrijker nog: partijen een notaris wensen in te schakelen in het kader van (een poging om te komen tot) een overeenstemming, komt de kantonrechter het, met inachtneming van al hetgeen hiervoor is overwogen, redelijk voor dat eiser en gedaagde ieder de helft van de kosten van de notaris (en eventuele overige bemiddelingskosten) betaalt én draagt.

Tegen deze achtergrond is het immers ook nog maar de vraag of een door partijen aangestelde notaris te zijner tijd kan beslissen over “een (overwegend) in het ongelijk gestelde partij”.

Aangezien partijen de kantonrechter uitdrukkelijk hebben verzocht om een oordeel te geven over het kostenaspect, zal de kantonrechter nu (nog) niet nader oordelen over de eisen van eiser.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat legitieme over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het berekenen van de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de berekening van de legitieme, bezoek dan onze website over de legitieme. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.