De Rechtbank Noord-Holland heeft op 23 maart 2023 uitspraak gedaan in kort geding over het verstrekken van bankafschriften in verband met het inroepen van de aanvullende legitieme portie door erfgenamen.

Bij testament van 29 september 2021 heeft erflater over zijn nalatenschap beschikt.

Erflater heeft tot zijn erfgenamen benoemd: eisers, elk voor 1/6 deel en gedaagde voor 2/3 deel van de nalatenschap.

Daarnaast heeft erflater accountant A benoemd tot executeur/afwikkelingsbewindvoerder.

Bij brief van 7 november 2022 aan de executeur hebben eisers een beroep gedaan op hun aanvullende legitieme portie.

Daarbij hebben zij verzocht om inzage te geven in de bankrekeningen, schenkingsakten, aangiften IB en andere financiële gegevens over de periode van vijf jaar teruggerekend vanaf de datum van overlijden van erflater.

Erfrecht. Legitieme. Aanvullend beroep op de legitieme. Recht op informatie. Verstrekken van bankafschriften ter vaststelling en berekening van de aanvullende legitieme. Kort geding. Spoedeisend belang.

De rechter oordeelt als volgt.

Gedaagde voert aan dat eisers niet-ontvankelijk zijn in hun vorderingen omdat i) eisers niet bevoegd zijn om zelfstandig in rechte op te treden en ii) de zaak geen spoedeisend belang heeft.

Deze verweren slagen niet.

Dit wordt hierna toegelicht.

Bevoegdheid om zelfstandig in rechte op te treden

Gedaagde voert aan dat uit artikel 4:145 van het Burgerlijk Wetboek (BW) valt af te leiden dat aan de executeur de exclusieve bevoegdheid toekomt om in rechte op te treden ter zake van het beheer van de nalatenschap.

Dit artikel brengt volgens gedaagde dan ook met zich mee dat een erfgenaam onbevoegd is zelfstandig in rechte op te treden.

Tussen partijen is niet in geschil dat eisers erfgenamen zijn.

Zij zijn daarmee deelgenoten in de nalatenschap van erflater.

De eisen van redelijkheid en billijkheid brengen mee dat zij over en weer recht hebben op informatie over de omvang en de samenstelling van de nalatenschap (artikel 3:166 lid 3 BW).

Op een erfgenaam rust de verplichting aan zijn mede-erfgenamen inzage te geven in de gegevens die hij onder zich heeft, voor zover die mede-erfgenaam die gegevens nodig heeft voor het bepalen van zijn erfrechtelijke aanspraken.

Iedere erfgenaam die deelgenoot is in de nalatenschap kan aan een andere deelgenoot informatie vragen en zo nodig in rechte vragen die deelgenoot te veroordelen dat te doen (artikel 3:296 BW).

Op grond van het voorgaande zijn eisers bevoegd om gedaagde in rechte te betrekken.

Het instellen van een dusdanige vordering is ook mogelijk in kort geding, mits sprake is van een spoedeisend belang.

Spoedeisend belang

Gedaagde betoogt dat een spoedeisend belang ontbreekt, omdat eisers de nalatenschap pas op 19 december 2022 beneficiair hebben aanvaard en het afwikkelen van een nalatenschap tijd kost.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter volgt het spoedeisend belang uit de aard van de vordering.

Dit heeft tot gevolg dat eisers ontvankelijk zijn in hun vorderingen.

Verstrekken bankafschriften

Gedaagde voert het inhoudelijke verweer dat eisers geen belang meer hebben bij hun vorderingen, omdat zij op 14 februari 2023 al toestemming heeft gegeven aan de executeur voor het opvragen van de betreffende bankafschriften bij de banken.

Dit verweer slaagt.

De rechtbank zal dit hierna toelichten.

Uit de hiervoor genoemde brief van 14 februari 2023 volgt dat gedaagde aan de executeur heeft bericht dat zij in beginsel geen bezwaar heeft tegen het opvragen van de bankafschriften van bankrekeningen behorend tot de nalatenschap.

Gedaagde heeft slechts een voorbehoud gemaakt dat als hier grote kosten mee gemoeid gaan, zij van mening is dat eisers deze kosten voor hun rekening dienen te nemen.

Bovendien blijkt uit de e-mail van 7 maart 2023 dat een aantal van de bankrekeningen waarvan afschrift wordt verzocht geen gezamenlijke bankrekeningen zijn, maar bankrekeningen van alleen erflater.

Gedaagde heeft aangegeven dat zij alleen wat betreft gezamenlijke bankrekeningen de mogelijkheid heeft om bankafschriften op te vragen.

Daarbij heeft gedaagde aangegeven dat zij de executeur heeft verzocht om de ontbrekende bankafschriften bij SNS, Rabobank en ING op te vragen, zodat voldaan wordt aan het verzoek van eisers inzake de bankrekeningen en de overige bankproducten vijf jaar voor overlijden.

Het betoog van eisers dat uit de voorgaande correspondentie weliswaar volgt dat gedaagde aan de executeur toestemming heeft gegeven om bankafschriften op te vragen, maar dat daarmee nog niet gezegd is dat eisers ook inzage krijgen in deze bankafschriften, slaagt niet.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is de door gedaagde gegeven toestemming van 14 februari 2023 en van 7 maart 2023 toereikend en konden eisers hieruit begrijpen dat zij na verkrijging van de bankgegevens hierin ook inzage zouden krijgen.

Indien de reikwijdte van de door gedaagde gegeven toestemming voor eisers niet duidelijk was dan hadden zij hier nader naar kunnen vragen.

Ook ter zitting heeft gedaagde nogmaals diverse keren verklaard haar toestemming te verlenen voor het verstrekken van de bankafschriften aan eisers, nadat de executeur deze bankafschriften heeft ontvangen.

Gelet op het voorgaande hebben eisers geen belang bij hun vordering die ziet op het verstrekken van bankafschriften door gedaagde.

Als gevolg hiervan zal ook de gevorderde dwangsom worden afgewezen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat legitieme over de vereffening of verdeling van een erfenis, over de uitleg van een testament of over de nietigheid van een testament, over de taken en bevoegdheden van de executeur, over het kindsdeel of over de legitieme, of over het berekenen van de legitieme, belt u dan gerust onze advocaat legitieme op 020-3980150.

Wilt u meer weten over de berekening van de legitieme, bezoek dan onze website over de legitieme. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over het erfrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.